70 jaar Mensenrechten: vrijheid van gedachten en journalistiek

23-04-2019 Nieuws Redactie

VLAARDINGEN - Begin december 2018 werd de campagne ‘Mensenrechten, die vier je’! gelanceerd in de Stadsgehoorzaal in het bijzijn van de burgemeester. Het 70-jarig bestaan van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens vormde voor de Vlaardingse afdeling van Amnesty International de aanleiding om dit campagnejaar te organiseren.

Elke maand staat een ander recht centraal. Tal van organisaties werken mee om het ‘recht van de maand’ vorm te geven. Mensenrechten vier je door erbij stil te staan en in beweging te komen: dat is het uitgangspunt.  In april staan het ‘recht op vrijheid van gedachten’ en het ‘recht op vrijheid van journalistiek’ centraal.  Vier weken lang wisselen Marleen Bos en Herman van Nieuwenhuizen hierover van gedachten in een briefwisseling, die we hier integraal plaatsen.

Marleen Bos is freelance tekstschrijver  en geeft tevens les via haar eigen bedrijf Schrijfwerk. Herman van Nieuwenhuizen is journalist voor Vlaardingen24 en schrijft dagelijks over het nieuws.

 

 

Zondag 21 april 2019


Hoi Herman,

Mijn derde brief aan jou alweer. Ik moest begin april even zoeken eerlijk gezegd, naar hoe ik het zou aanpakken. Brieven en kaarten schrijven doe ik al mijn hele leven, maar aan vrienden en familie. Het bijzondere aan deze briefwisseling is dat we elkaar nauwelijks kennen, dat iedereen kan meelezen  en dat we onszelf ‘beperken’ tot het onderwerp vrijheid van gedachten en journalistiek binnen ons werk in Vlaardingen. Dus zelfs nu, geen Notre-Dame, geen aanslagen in Sri Lanka, maar puur hoe wij ons vak ervaren en hoe wij tegen elkaar aankijken.

Ik begin er een beetje in te komen, wel zal ik jouw vraag aan mij even herhalen, dan hoeft de lezer niet per se eerst terug te bladeren naar de vorige brief.

‘Wat vind jij? Is het moedig om een verhaal soms níet te vertellen?’ zo eindigde je brief vorige week. Een interessante vraag die ik een paar dagen heb laten ‘sudderen’. Als ik kijk naar jouw werk als journalist, waarbij het je taak is om feiten openbaar te maken die belangrijk zijn voor het onderwerp waar je over schrijft, dan vind ik het moedig als je bewust een verhaal ‘achterhoudt’. Tegelijkertijd vind ik het bijna vanzelfsprekend. Ik vind dat je als journalist ook in staat moet zijn te beoordelen wat wel en wat niet noodzakelijk is om te schrijven. Welke informatie heeft de lezer nodig om zich een beeld en een mening te kunnen vormen? Wat is relevant voor het verhaal, wat is bijzaak, wat leidt alleen maar af?

Als schrijfdocent zeg ik altijd duidelijk dat alles wat er gezegd en geschreven wordt tijdens de lessen, tussen ons blijft. Dat is een heilige afspraak. Als er geen vertrouwen is, kun je wel stoppen. Ook tijdens de gesprekken voor de Portretten van Vlaardingen-serie geef ik die veiligheid en als ik zelf twijfel of als ik aanvoel dat het hem of haar meer rust geeft, laat ik de tekst eerst lezen. Ik heb net even geteld en van de in totaal 65 portretten hebben we er twee niet gepubliceerd. Beiden hadden vooraf weliswaar toestemming gegeven, maar eenmaal zwart op wit bleek de kwetsbaarheid toch te confronterend voor ze. Als ik heel eerlijk ben, vond ik het jammer, het waren mooie portretten. Maar, het gaat niet om mij, het gaat om de aandacht voor de ander – dat is de kern van het project.

Journalisten mogen niet zomaar alles zeggen en schrijven zonder het eerst gecheckt te hebben. Voor jou gelden inderdaad andere regels dan voor mij als interviewer en verhalenschrijver. En toch, uiteindelijk gaat het er altijd om wat jij en ik willen schrijven. Wat wij belangrijk vinden, allebei om onze eigen redenen.

Ik begin steeds meer overeenkomsten te zien in hoe we ons werk doen. We zijn allebei vragenstellers – jij als journalist over zaken die je opvallen en waar je helderheid over wilt omdat het de Vlaardingse gemeenschap aangaat. Ik met name over iemands persoonlijke drijfveren en wat hem of haar de persoon maakt die hij of zij is. In mijn gesprekken en interviews gaat het er minder om of iemand de waarheid spreekt, tegelijkertijd geef ik alle ruimte om eerlijk te zijn. Bij jou zullen er vaker belangen meespelen en kan iemand de situatie (net iets) anders voorspiegelen.

En we zijn allebei verhalenverzamelaars en –liefhebbers, lees ik in je antwoord op mijn vraag waar je het liefst over schrijft. Ik heb je eerste ‘tattoo met een verhaal’ met plezier gelezen. Wat mij aantrekt in verhalen als deze – de meer menselijke zoals je ze zelf noemt – is ook jou als interviewer te zien. In de keuzes die je maakt, in hoe je het opschrijft.

Gaat het hier dan toch over een andere vrijheid die je voelt? Leg je in interviews als deze meer de nadruk op wat jíj wilt vertellen, op wat de persoon in kwestie wil vertellen of wat je denkt dat de lezer interessant zal vinden? Waar baseer je je keuzes op? Kies je in verhalen als deze ook voor confrontatie?
 
Laat mijn vragen je niet duizelen Herman, wel kijk ik uit naar je reactie en naar jouw vraag aan mij.


Groeten, Marleen

 

Hallo Marleen,

Met ergens de nadruk op leggen, of selecteren wat ik plaats/schrijf en wat ik weg laat moet ik bijzonder goed oppassen. Waarom plaats je wel het ene en niet het andere? Waarom citeer je politicus A wel en politicus B niet? Is het even belangrijk wat de één zegt en wat de ander zegt? Stuur ik de lezer niet teveel een bepaalde kant op door het ene wel te belichten en het andere niet? Hoe vaak heb ik over partij C geschreven en hoe vaak over partij D? Gaan er geen groepen lezers denken dat ik voorkeuren heb? Als ik schrijf over een situatie, politiek of geen politiek, wat zijn dan de pure feiten en mag of moet ik verschillende mogelijke oorzaken of gevolgen beschrijven zonder dat daar volledig onderzoek naar gedaan is en uitsluitsel over is?

Ik maak al die afwegingen bij wat ik schrijf, maar vaak gaat dat snel. Ik leg de nadruk op “wie, wat , waar, wanneer en waarom” , kortom de vijf vragen die je stelt om een situatie te beschrijven. De indeling ook voor een artikel, maar er is daarnaast nog zoveel wat je niet ziet. En juist dat wat je niet ziet, wat afgedekt wordt, waarbij de achterliggende motivatie niet openbaar gedeeld wordt…daar ligt de uitdaging en dat wil ik naar boven halen, dat is nieuws.

Als er geen vertrouwen is, dan kun je wel stoppen, zo schrijf je. Dat lijkt ook in mijn vak zo te zijn, maar voor wie regelmatig in het nieuws komt , of wil komen, gaat dat dikwijls niet op; wie als politicus negatief in het nieuws is geweest bij het ene medium geeft een volgende keer net zo gemakkelijk bij datzelfde medium een nieuw interview: alles voor de ‘spotlights’ , zo lijkt het dan. Misschien is ‘nieuws’ wel vluchtiger dan we zelf denken als schrijvende pers en moet je wel  erg vaak en veel schrijven over dingen die er mis zijn (gegaan) voordat er wezenlijk iets verandert. Als bijvoorbeeld over twee jaar de Hoekse Lijn al een jaar rijdt zullen er niet veel mensen meer met ergernis terugdenken aan wat er op dit moment, in 2019, allemaal mis mee was. Wij hebben allemaal als journalisten onze successen, de bijzondere verhalen waar we hard voor gewerkt hebben. Vraag een ander welke verhalen dat zijn en niemand die het zich herinnert.

Hoewel ik besef dat wat ik schrijf blijkbaar geen eeuwigheidswaarde heeft, kijk ik alweer uit naar het volgende verhaal wat iets blootlegt. En terwijl ik dit opschrijf kan me daar wel een paar verhalen bij voorstellen waarmee ik nu aan het werk ben. Verhalen die straks weer even sociaal relevant zijn en ertoe doen. Hoe relevant is voor jou en je cursisten het werk dat zij produceren?

Tot de volgende en laatste brief!

Herman van Nieuwenhuizen

 

 

 

 

 

Gerelateerd