André Brockhus: Afscheid van een markante tandarts

22-10-2019 Nieuws Redactie

VLAARDINGEN -  Hij startte in 1982 met zijn praktijk, maar was toen nog helemaal geen tandarts, loopt graag de ‘Camino’, de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela maar vindt het daar veel te toeristisch, en hij is wars van religie maar bidt wel voor het eten. Tandarts André Brockhus lijkt daarmee een vat vol tegenstrijdigheden, maar wie is hij nou eigenlijk en wat kenmerkt hem? Deze maand neemt hij afscheid van zijn praktijk en zijn patiënten. Voordat het zover was spraken we met deze markante persoonlijkheid, een man met een warm hart voor de mensen om hem heen, voor de patiënten uit zijn praktijk in Vlaardingen, maar ook voor patiënten die wat verder weg wonen. In Malawi in Afrika bijvoorbeeld, en ook in Peru.

,,In Malawi heb ik in de periode 1989-1990 gewerkt als tandarts’’, vertelt André. ,,Een broer van een zwager had ervaring met werken en hulpverlening in het buitenland, en dat raakte me nogal. Ik ben toen op zoek gegaan naar organisaties die mensen nodig hadden en kwam uit bij Memisa. Memisa hield zich vooral bezig met toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg voor iedereen, in landen waar dat nog niet zo was, of is. Ik wilde een jaar gaan, maar bij Memisa gaan ze uit van een periode van tenminste drie jaar dat ze iemand uitzenden en ondersteunen. Het is namelijk nogal een investering van hun kant, maar uiteindelijk kon ik toch naar Malawi voor een jaar, naar het St. Lukes Hospital, als tandarts. Dat was daar hard nodig. Yvonne, mijn vrouw, heeft daarvoor trouwens het meest geregeld. Ook alles voor onze jonge kinderen, waaronder een school, die zo’n 30 kilometer verwijderd was van waar we woonden en werkten. In Nederland een ritje wat misschien nog enigszins te overzien is, maar in Afrika is dat wel even anders. In Vlaardingen werd mijn praktijk toen een jaar door collega Angela Timmermans waargenomen en in ons huis in Holy zat een ‘expat’ voor een jaar. Dat laatste was niet helemaal een succes, want het huis was een puinhoop na dat jaar. Dat is gelukkig wel goed gekomen.’’

,,Ik had in Malawi regelmatig allerlei spullen nodig om enigszins goed te kunnen werken, en ontdekte toen zelf al snel dat er ook een stichting was die zich met hulp aan St. Lukes, het ziekenhuis waar ik werkte bezighield. Toen mijn uitzending van een jaar voorbij was werd ik vervolgens prompt gevraagd voor het bestuur van die stichting en daaruit ben ik nooit meer weg gegaan. Daar bleef het trouwens niet bij, want met Paul van Vugt, ook een bekende (voormalig) tandarts in Vlaardingen ben ik later samen op ‘dental camp’ gegaan. Een soort van trektocht in Nepal, met de Nepal Oral Health Society, maar dan bijna letterlijk. We verrichtten daar vooral acute noodhulp, wat er op neerkwam dat je nogal eens bezig was met het trekken van tanden en kiezen als er geen beter alternatief was. En dat was er vaak niet, daar. Met Paul heb ik toen een keer een wedstrijdje gedaan, wie de meeste kiezen had getrokken en volgens mij heeft hij toen gewonnen met 140 tegen 135 van mijn kant.’’

,,Die samenwerking met Paul van Vugt  is de start geweest van Dentamigos, een stichting die we oprichtten omdat we niet alleen hier in Nederland tandarts wilden zijn; we wilden ook helpen in gebieden waar tandheelkundige zorg niet voor de hand ligt, waar het nodig was en we vonden dat in Peru, in de streek rond Cusco. Via de organisatie Plan, toen nog Foster Parents Plan, gingen we dorpjes af waar we nodig waren en hielpen daar. Gaatjes vullen, soms kiezen trekken maar vooral ook preventie en voorlichting. Als we in de dorpen kwamen, op de dorpsschooltjes, dan hadden we natuurlijk geen moderne behandelstoelen. De kinderen gingen er op de lessenaartjes van school liggen en dan gingen wij ze onderzoeken, en waar nodig behandelen. Op een gegeven moment sloten jonge Peruaanse tandartsen zich bij ons aan, zo van de universiteit, geweldig! En bouwden Paul en ik samen de stichting Dentamigos verder uit. Later kwam er jammer genoeg een scheuring in de groep Peruaanse tandartsen en dat resulteerde in twee verschillende organisaties, die we vanuit Dentamigos nu allebei steunen. Het kan dus uiteindelijk goed naast elkaar bestaan.’’

André Brockhus is niet direct vanuit de middelbare school naar de universiteit gegaan om voor tandarts te studeren. ,,Ik was zo dyslectisch als maar kan, doubleerde al eens op de lagere school en bleef op de ULO (middelbare school) prompt zitten in de eerste klas. De tweede klas was al niet veel beter en ik verliet school al snel. Ik ben toen wel naar de Handelsschool gegaan, avondonderwijs, en haalde daar mijn Middenstandsdiploma. Daarna deed ik de studie voor drogist en heb ik samen met een oudere broer een drogisterij overgenomen, in Spangen. Daarna kwamen er nog meer drogisterijen maar we zagen ook snel dat onze inkoopprijs voor bijvoorbeeld luiers al hoger was dan de verkoopprijs bij een opkomende drogisterijketen als Cency. Een onzekere toekomst, zo leek het, en we besloten om door te gaan. Door met studeren bedoel ik. Eerst een VWO diploma en daarna ben ik in 1978 gestart met de studie voor tandarts. Mijn broer volgde die studie ook; we waren immers al met medische zaken bezig en ook nog eens ‘handig’ en dan kom je al snel uit bij de studie voor tandarts. Zo is het begonnen, zeg maar.’’

,,In 1982 woonden we op de Geert Grootelaan, in een 4-kamerappartement en kon ik een aangrenzend 6-kamerappartement overnemen waar ik dan ook een tandartsenpraktijk in kon beginnen. Van de gemeente kreeg ik echter geen toestemming om dat appartement te onttrekken aan de woningvoorraad, dus dat ging daar niet door. In de Vossiusstraat kwam een volgende kans: daar zat (een deel van) de praktijk van tandarts Majoor en die kon ik overnemen. Eén probleempje was dat ik toen, in 1982, nog niet was afgestudeerd. Mijn oudere broer was dat inmiddels wel, hij lag een jaar voor, en hij ging op zijn vrije zaterdag toen mijn patiënten uit die praktijk doen. Dat waren er bij de overname zo’n 100, maar daarvan vielen er wel wat af omdat ze alleen op zaterdag terecht konden. Uiteindelijk hield ik er daar 30 van over, maar vanaf 1983 is dat dan weer wel gaan groeien, toen ik zelf was afgestudeerd. Vervolgens kwam het pand voorbij aan de Van Baerlestraat, en dat was eigenlijk snel daarna in 1984/1985. Daar zat toen een filiaal in van drogisterij Cency, maar dat liep niet, zo wist ik. Met die kennis in gedachten heb ik het pand toen overgenomen van Jan Anderson, toen eigenaar van Cency. Van de Vossiusstraat zijn Yvonne en ik vertrokken naar Holy, waarbij het werken dus gescheiden werd van het wonen.’’

Was het vooral werken en verder niets voor André Brockhus? ,,Ik hield altijd mijn vader in gedachten als voorbeeld’’, aldus André. ,,Als hij gepensioneerd was dan zou hij gaan reizen en genieten. Daar wilde ik niet op wachten. Dat was een voorbeeld, maar dan van hoe ik het zelf niet ging aanpakken.’’

,,Ik ben met dat in gedachten jaren geleden gestart met het lopen van de ‘Camino’, de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. Die kan je vanuit heel Europa starten en ik had kennissen en vrienden die deze al hadden gelopen. Dat werkte ook weer aanstekelijk, de verhalen waarmee ze terugkwamen, ik wilde dat zelf gaan ervaren en niet pas als ik gepensioneerd was. Yvonne zei me dat ik de eerste keer zelf maar moest gaan, zonder haar. Dat was in 2013 en ik wilde vanuit thuis starten. Dat werd door omstandigheden wat anders en ik begon in Le Puy en Velay, een bekende pelgrimsstad op de route van de Camino. Dat werden maar liefst 1650 kilometers lopen tot in Santiago de Compostela. De eerste week was het vooral ontdekken of het wel zo slim was om dat te doen, er kwamen allerlei vragen naar boven. Na die eerste week was dat voorbij en werd ik een soort mindfulness gewaar: alles wat telde was het ‘hier en nu’. En dat was zo rustgevend en tegelijkertijd zo’n spirituele ervaring. Ik ben niet zo ‘van de religies’, maar sommige ervaringen zijn wel bijzonder, spiritueel en alles erom heen is niet zonder meer verklaarbaar. Zo heb ik ook een cursus Reiki gedaan,  dan ben je met je handen bezig rond mensen. Daar gebeurt dan wat mee, mensen voelen zich beter, maar hoe en wat precies? Dat kun je zo niet verklaren.’’

,,De Camino heb ik inmiddels drie keer gelopen, de tweede keer met Yvonne tot in Sevilla en de derde keer met een vriend, dat was in 2017. Dan kom je uiteindelijk in Santiago de Compostela aan en dat is dan na het spirituele van de reis zelf eigenlijk een anticlimax, zo toeristisch. Ik wil dan wegrennen, dat is niets voor mij. Daarvan neem ik liever afstand, of afscheid’’.

Hoe neemt André Brockhus na 37 jaar afscheid van zijn praktijk, waarvan 36 jaar als tandarts? Afscheid van al die patiënten, van zijn team, zijn dagelijkse werk? ,,Dat is een heel dubbel gevoel’’, vertelt André. ,,Ik zal de sfeer missen, die was altijd fantastisch, de contacten. Dat is natuurlijk moeilijk, maar aan de andere kant: ik heb het zo druk met een hoop andere dingen en ik wil nog zoveel nieuwe ervaringen ondergaan, nieuwe zaken leren, nieuwe vaardigheden opdoen. Ik hou me nog steeds bezig met het St. Lukes Hospital in Malawi, waarvoor ik geregeld containers vol hulpgoederen help verzamelen. Stichting Dentamigos is er ook nog steeds, het werk in Peru, en hier in Vlaardingen de Rotaryclub waar ik lid van ben, die ook maatschappelijk betrokken is. Daarnaast de schaakclub en de kookclub en de Camino die ik nog wel wat vaker wil lopen. En ook wil ik een cursus edelsmeden volgen, en schilderen, misschien nog wel een dag lesgeven. Kortom, tijd tekort. Maar nu eerst afronden in de praktijk’’, besluit hij.