Column: Bordjes voor beelden en bomen

14-06-2014 Nieuws Bram Keizerwaard

,,Word je daar nooit moe van Bram?'', vroeg mijn lieve schoonzus terwijl we uitkeken over een prachtig blauwe Middellandse Zee. ,,Waarvan?'', vroeg ik. Mijn blik dwaalde even af naar een zonaanbidster die zich zorgvuldig aan het insmeren was en het zand met voorzichtige gebaren van haar armen veegde. ,,Dat je altijd dingen wilt leren aan mensen.'' 

Ik antwoordde dat ik niet anders kón. Al sinds mijn kinderjaren wilde ik iets doen in het onderwijs en later begreep ik dat de overdracht van kennis de wereld steeds een beetje verder helpt. Dat wat onze generaties vóór ons hebben bedacht, kunnen wij als vertrekpunt nemen. Zo hoeft een hedendaagse schilder niet meer het verdwijnpunt en het perspectief uit te vinden. Dat hebben ze eeuwen geleden al gedaan. Wat mij betreft zou er nog veel meer kennis mogen worden overgedragen. Zo kun je meer genieten van de natuur als je weet dat die vlinder eerst rups is geweest en de kikker kikkerdril en een visje. Het verbaast mij iedere keer weer dat de vier ringen op de grille van een auto een klein kind doen uitroepen dat het een Audi is terwijl men niet het verschil weet tussen een beuk en een eik. Het liefst zou ik bij iedere boom een bordje plaatsen met  daarop de naam en een paar wetenswaardigheden. 

Onlangs liep ik, al genietend, door de Broekpolder. Voor mij graasden de oerossen en de zon zette het prachtige landschap in een prachtig licht. Een moeder met een peuter in het stoeltje voor op haar fiets nam de tijd om eens rond te kijken. Plotseling wees de kleine met haar vingertje in de verte en riep: ,,Kijk mamma.'' Onwillekeurig volgde ik het kleine armpje om te zien wat haar aandacht trok. Er was immers zoveel moois te zien. ,,Daar, in de verte, de M van McDonalds.'' 

Blijkbaar slaagt de vernietiger van het regenwoud er beter in om zijn lokroep te doen belanden bij kinderen dan de lepelaars die er zich sinds kort hebben gevestigd. Het ‘willen leren’ geldt niet alleen voor de natuur maar ook de beleving van de cultuur zou er bij gebaat zijn als we wat meer informatie hebben. Het verhaal moet verteld worden.

Wie bij Station Vlaardingen-Oost de prachtige glazen panelen ziet, snapt niets van het hoe en waarom. Gelukkig staat er nu informatie op een bordje. Helaas moet de  metershoge struisvogel die een paar honderd meter verder bij de Rotterdamseweg staat (en de grote eieren van chinees marmer die in de wijk liggen) het doen zonder de motivatie van Herman Lamers, die inspiratie opdeed in de wijk. 

En wat te denken van de kunstwerken die Hans van der Pennen heeft gemaakt voor de Engelsche Boomgaard. Zonder toelichting heeft niemand in de gaten wat er bedoeld wordt. Het kan ook anders. In het onvolprezen blad ‘Musis’ beschrijft Astrid Kwakernaak het scheppingsproces van het beeld: ‘De Knotwilg’ door de Schiedamse kunstenaar Sjef Henderickx. Aanvankelijk had ik mijn bedenkingen bij dit kunstwerk, totdat ik het uiterst boeiende artikel las. 

Eigenlijk zouden alle beelden in de Vlaardingse buitenruimte voorzien moeten worden van een korte toelichting. Dán pas gaat het leven. Dus wethouder van cultuur (met de C. van Cees), vraag Astrid eens om een rondje te maken langs de Vlaardingse beelden die overigens ook al mooi gedocumenteerd zijn in het boekje ‘Buiten-gewoon-buiten’. Zij verstaat de kunst om de beelden  boeiend te verbinden met de burger. En behalve deze kunsthistorica loopt er vast ook nog wel een bioloog rond die wat bordjes wil maken voor de bomen in de stad. Mocht dat lukken, dan gaan we samen naar de McDonalds!



Gerelateerd