Column: Cassius Clay

18-06-2016 Nieuws Bas van Toor

In de jaren '60/'70 stond heel de bokswereld op zijn kop. Er was een bokser die alles en iedereen knock out sloeg. Hoewel ik zo mijn twijfels heb, nu ik uit goed ingelichte kringen heb vernomen dat de Nederlandse bokser Rudy Lubbers, in ruil voor een groot pak duizendjes zich een pak slaag heeft laten geven door Cassius Clay, oftewel de tot het Moslimgeloof bekeerde Muhammad Ali. Niet dat Lubbers de kans had om te winnen, maar toch minimaal een paar knallen op de kop van Clay had ik wel verwacht van deze in zijn tijd prima bokser. Maar ja, de opdracht zal geweest zijn, een beetje dollen om het publiek te vriend te houden en op tijd gaan liggen of het liefst knock out gaan. The Great Champ mocht natuurlijk geen schrammetje oplopen. Want er stond immers te veel geld op het spel. Maar hij trof ook wel eens een tegenstander die zich daar niets van aantrok en vrolijk op The Champ timmerde en beukte dat het een lieve lust was. Maar daar wist The Champ wel raad mee en hij knalde hem alsnog tegen het canvas.  

Aan de grote sportman van toen werd ik op pijnlijke wijze herinnerd toen we tijdens de opnames in Amerika op het vliegveld van Washington op onze bagage stonden te wachten en mijn vrouw mij aanstootte en fluisterde: 'Zie je wie daar staat?' Ik keek verbaasd en zei: 'Krijg nou wat!!!' Daar stond, met een begeleider, Muhammad Ali, oftewel The Greatest, net als wij geduldig op zijn bagage te wachten. Zijn hoofd schudde wat heen en weer, wat er op duidde dat hij toen al bezocht werd door de ziekte van Parkinson. Er kwamen veel bewonderaars naderbij en die bleven uit eerbied voor The Champ op afstand staan en vroegen dan beleefd om een foto. Langzaam ging zijn linkerhand heen en weer schuddend in zijn binnenzak en kwam er tergend langzaam weer uit. Met de rechterhand zette hij er bibberend op: The greatest ever. Muhammad Ali. Met een grimas die een glimlach moest voorstellen overhandigde hij de foto aan de fan. Ik keek het tafereeltje met afgrijzen aan. God, wat een afgang. Totaal murw geslagen stond daar één van de grootste sportmensen aller tijden als een schuddende zombie op zijn koffers te wachten.  

Aan dit voorval moest ik laatst denken toen een leuk joch van een jaar of acht tegen mij zei: 'Bassie,  jij en Adriaan zijn erg beroemd, hé?' Ik zei: 'Nou en of!' En om het joch niet teleur te stellen, je bent tenslotte clown. Zei ik: 'Ik ben zo beroemd dat het bijna niet beroemder kan. Hier ruik maar.' En ik liet het joch aan mijn pruik ruiken, waar ik ijdele gek, altijd voordat ik het toneel op ga wat after shave van Cartier op spuit. Dat heb ik van mijn vrouw gezien, die doet dat ook als ze de deur uitgaat. Lachend zei het joch: 'Ja, nou ruik ik het ook!'  

Ik moet u eerlijk vertellen dat ik liever gezond ben dan beroemd. En ik ben gelukkig op 80-jarige leeftijd nog vrij gezond, zij het hier een pijntje en daar een pijntje. En dat iedereen mij kent, dat is ook mooi meegenomen. Want dat heeft toch ook veel voordelen zoals een korting bij aanschaf van nieuwe televisie of andere grote aanschaffingen. Of zoals die leuke mail die ik gister van de zoon van André Rieu kreeg. 'Hoi Bas! Natuurlijk ben jij en samen met Coby weer uitgenodigd in juli bij de concertreeks in Maastricht van mijn vader.' 

Muhammad Ali had behalve klappen ook anders geïncasseerd. Want ik las dat hij 50 miljoen dollar na laat.

Bas van Toor
www.clownbassie.nl

Gerelateerd
Reacties