Column: On(t)menselijking

27-08-2016 Nieuws Bram Keizerwaard

Meer dan 100 jaar geleden schreef Franz Kafka in zijn novelle “De gedaanteverwisseling” hoe de hoofdpersoon zijn menselijke eigenschappen verliest en dus waardeloos wordt voor het gezin, waarna men letterlijk en figuurlijk afstand van hem neemt. Met een moeilijk te vertalen woord ‘verdinglichung’ genoemd. Mensen worden dingen. Misschien komt het woord ‘ontmenselijking’ nog het dichtst in de buurt en dit thema is nog zeer actueel. Bij Kafka verandert de hoofdpersoon zelf, maar steeds vaker zie je dat men de persoon als mens uitschakelt.

Mensen worden als ding beschouwd. Zo was ik er pas getuige van dat een arts een medische handeling uitvoerde bij een patiënt maar niet met patiënt, die behoorlijk pijn leed, communiceerde maar leuk stond te flirten met de verpleegkundige. Of twee verkoopsters die het heel druk hadden met elkaar en hun gesprek even onderbraken om het product te scannen, geld aan te pakken en direct daarna weer verder gingen met hun gesprek zonder één moment van contact.

De mens werd gedegradeerd tot portemonnee. Ooit kreeg ik een proces-verbaal van een ambtenaar leerplicht (vanwege het niet tijdig melden van een verzuimgeval) en ook deze man, die mijn naam goed kende, sprak tijdens het verhoor uitdrukkelijk over mij als ‘verdachte’. De ontmenselijking was begonnen. Niet voor niets worden gevangenen in sommige landen ontmenselijkt met uniforme kleding en nummers in plaats van namen.

Wie tegenwoordig een bank binnenloopt, ziet als eerste een computer staan waarop je je bankzaken kunt regelen. Contact is minder gewenst. De conducteur wordt vervangen door poortjes en zonder pasje kom je een gemiddeld kantoor al niet meer binnen. De portier die vriendelijk ‘goedemorgen’ zegt, is wegbezuinigd.

Bij een Vlaardingse Woningstichting is het niet meer mogelijk om onderhoudsklachten telefonisch door te geven. Dit kan alleen maar via de digitale snelweg. Snel weg met het persoonlijke contact. Ouderen moeten maar zien of ze iemand in de omgeving hebben die de beschikking hebben heeft over een computer. Stel je voor dat ze hun verhaal gaan doen, hun zorgen delen of nog erger: klagen.

Ik denk terug aan mijn jeugd in de Merellaan. Er stonden maar één of twee auto’s van gefortuneerde bewoners in onze straat straat, maar als ik een mooie Amerikaanse auto met veel chroom voor ONZE deur zag staan, versnelde ik als klein jongetje mijn pas. De huisbaas kwam langs om de huur te innen. De goede man deed dat onregelmatig, maar nooit verraste hij mijn goede vader omdat deze iedere week de huur- en andere penningen in een langwerpige doos met vakjes en gleuven deed.

Inmiddels was de kamer gevuld met rook van de Agio-sigaren die de huisbaas placht te roken en ik baande mij een weg door de kamer om hem netjes een hand te geven en meestal tastte hij dan in het kleine zakje van zijn vest en legde wat muntjes op de houten leuning van de Libertystoel. Zonder al te gretig te lijken, bedankte ik hem uitvoerig en begon te denken wat ik van mijn zojuist verkregen fortuin zou gaan kopen. Met mijn moeder sprak de huisbaas over koetjes en kalfjes en over noodzakelijk onderhoud.

Misschien moeten de huurders van deze woningstichting ook maar hun digitale betalingen stopzetten en wachten tot men de huurpenningen komt ophalen. Kunnen ze gelijk even praten over het huis en de buurt. En mocht er iets zijn gebeurd met een huurder, dan komt men er snel achter…

In Rotterdam speurt een woningstichting naar ‘dode’ huurders. Dit vanwege een aantal tragische gebeurtenissen van de afgelopen jaren. Men is daar mensen van wie men tijden niets gehoord heeft weer gaan bezoeken. Men trof geen overledenen aan, maar wel vormen van huurfraude en veel mensen met een zorgvraag.

Mooi hè? Dat menselijk contact.

Gerelateerd
Reacties