Column: Stroomstoring

16-07-2016 Nieuws Bas van Toor

Onlangs vroeg een journalist aan mij, is er nou wel eens een optreden geweest die je altijd bij zal blijven? Nou, met zo’n 220 optredens per jaar en dat al meer dan 57 jaar lang maak je altijd wel eens iets mee waarvan je later zegt: Weet je nog wel dat we toen zo gelachen hebben, of gehuild?

Ik herinner mij nog goed een optreden met de Bassie en Adriaan Lachspektakelshow in de grote schouwburg van Eindhoven. Het zal ongeveer in 1982 geweest zijn. Het was als vanouds weer een volle bak en dat betekende minimaal 900 man in de zaal.

De voorstelling ging als een speer zoals wij dat noemen en de hele zaal ging uit hun dak. Voor een buitenstaander klinkt het misschien gek wat ik nu zeg. Maar normaal zie je vanaf het toneel door de vele schijnwerpers die op je gericht staan meestal alleen de eerste rijen met publiek in de zaal en de rest is een zwart gat die je alleen maar hoort als je grap goed aankomt. (of niet). Maar daar in Eindhoven zag ik op een moment wel heel erg weinig. Want opeens ging al het licht uit. Ook broer Adriaan was opeens uit beeld. Tenminste, na enkele seconden zag ik wel een zwarte schim bewegen door het licht van het aan de zijkant van het toneel brandende noodverlichtinglampje. Mijn eerste gedachte was gelijk: Oh, leuk nieuws. Ik ben niet helemaal blind. Nu hoorde ik ook enig tumult uit de zaal komen en ik dacht: Volgens mij hebben er meer last van. Wat een gewaarwording. Zo sta je in 20.000 watt licht van de schijnwerpers en zo sta je in 5 watt noodverlichting van de zijkant.

Plotseling zag ik tussen de coulissen een zaklamp aangaan van de aldaar op een stoel zittende brandwacht. Aad naast mij ontdekte dat ook en samen kregen wij een idee en gingen wij net als twee muggen op een warme zomerdag op het licht af. Inmiddels kwam er ook de tweede brandwacht aanlopen en ook hij had een joekel van een zaklamp. We overlegden heel kort met de brandwachten. Want we begrepen wel dat de zaal met 900 man, waarvan zeker 700 kinderen, in totale duisternis niet lang meer rustig zouden blijven en er zou geheid paniek ontstaan als er een ging lopen. Iedereen zou volgen in het donker. Met alle gevolgen van dien. Op ons verzoek kregen we spontaan van de brandwachten hun lantaarn en daarmee gewapend gingen we terug naar het midden aan de voorkant van het toneel.

Toen wij daar stonden, met allebei het licht van de zaklantaarns op ons gezicht schijnend, werd het doodstil in de zaal. Ik zei: ‘Jongens en meisjes, dames en meneren, de directeur van de schouwburg is vergeten de lichtrekening te betalen. Maar hij is op de fiets onderweg om het geld te brengen, dus we gaan op deze manier verder met de voorstelling. Laten we om de tijd te korten maar lekker gaan zingen.’ En we zetten gelijk in met Twee emmertjes water halen en de hele zaal volgde. Daarna ging Jan Huigen de ton in en wij natuurlijk aan het eind languit op het toneel in het donker. Hierna zongen we over de zeven kikkertjes in de sloot en ook de zaal hielp ons en zette zelfs spontaan in met eigen werk. Daarna gaven Aad en ik zogenaamd zwemles. Dat wil zeggen, wij liepen over de rand van het toneel en de kinderen in de zaal lagen zogenaamd allemaal in het zwembad en kregen van ons de instructies hoe ze hun armen en benen moesten bewegen.

Op een gegeven moment lieten wij de zaal zelfs geloven dat wij twee gymnastiekleraren waren en lieten de hele zaal in het donker allerlei oefeningen doen, waarbij er af en toe Au!!! klonk als een kind, die op verzoek van gymmeester Bassie, zijn armen wijduit spreidde en daarbij zijn nietsvermoedende buurman of buurvrouw in het donker een knal voor zijn of haar kop gaf. En dat allemaal om te voorkomen dat er paniek in de zaal uit brak. Natuurlijk hadden we door de spanning ook de grootste lol.

Ik kan je wel vertellen, ik heb in het donker, zij het op een ander vlak, al heel wat keren plezier beleefd. Maar zo’n lol als dat wij in Eindhoven hadden met een zaal vol publiek en alleen het licht van twee zaklantaarns op ons gezicht heb ik daarna nooit meer meegemaakt. Na 20 minuten ging plotseling onder groot gejuich het licht weer aan. Wij vroegen eerst een groot applaus voor de directeur van de Schouwburg omdat hij zo vriendelijk was geweest om toch maar gauw op de fiets te stappen om de rekening van het licht te gaan betalen. En daarna gingen we weer verder met de voorstelling als of er niets gebeurd was. En ook na de pauze ging het als gewoonlijk, prima show en een leuke stemming.

Na afloop werd er op de deur van onze kleedkamer geklopt en toen wij de deur open deden stond daar de directeur van de schouwburg met in zijn handen twee literflessen met dure Whisky die hij aan ons gaf. Hij zei alleen maar: ‘Jongens bedankt. Dat was vakwerk wat jullie daar flikten tijdens die stroomstoring. Als je vanavond thuis bent neem er een van mij.’ Toen hij weg was werd er weer geklopt. Ik zei tegen Aad: ‘Hij komt zeker nog twee flessen Sodawater brengen.’ Maar het waren de brandwachten die hun zaklantaarns terug kwamen halen.

In vrolijke stemming reden we allebei naar ons huis in Vlaardingen. Thuis gekomen vroeg mijn vrouw: ‘Hebben jullie nog last van die stroomstoring gehad in Eindhoven?’ Ik vroeg: ‘Hoe weet jij dat nou?’ ‘Oh, het was net op het nieuws.’ Antwoordde mijn  vrouw. ‘Er was een monteur in een transformatorhuisje aan het werk. En de man dacht dat er op een bepaalde draad geen spanning stond. En dat bleek wel het geval te zijn. Hij was op slag dood.’

De andere dag stond het ook in de krant en er stond ook nog bij dat hij een vrouw met twee kinderen achter liet. Ik dacht: Verdomme! Toen bij ons op het toneel het licht uit ging, ging bij hem ook het licht uit. Alleen bij hem voorgoed.

Die fles whisky heeft nog een groot aantal jaren op de bar in mijn huis gestaan. Op het laatste heb ik hem maar cadeau gedaan aan een van mijn schoonzoons. Ik denk dat hij mij toch niet zo gesmaakt had.

Bas van Toor

Gerelateerd
Reacties