Gekke Gerrit geïnterviewd!

20-01-2018 Nieuws Redactie

VLAARDINGEN - In dit voor Vlaardingen historische jaar waarin we de Slag bij Vlaardingen van het jaar 1018 herdenken, brengt Vlaardingen24 iedere dag een verhaal uit het Vlaardingse verleden. We doen dat aan de hand van een oud krantenbericht. Vandaag 20 januari 1904: Gekke Gerrit geïnterviewd.
 

— Wel, Gerrit, hoe gaat het met de visscherij?

— Och, mijnheer, wat zel ik je der van zeggen. In 't eerst was het snert, allemaal reizen van niks, maar nou gaat het beter. Daar heb je de fietsen van mijnheer Van Gelder, mooie reizen, 1600, 1700 en 1800, daar schiet wat van over.

— En de andere?

— Minder! minder! Daar heb je die twee broers. Och noem ze is! O ja! de Van Vlieten, die kennen wel beugen, en toch maken ze er van 't jaar niet veul van.

— Ik geloof, Gerrit, dat jij zoo wat alles weet.

— Ik, mijnheer? In heel Vlaardingen is geen mensch, die het zoo goed weet als Gerrit. Ze zeggen wel ‘Gekke Gerrit’, maar ik ben wijzer as heel Vlaardingen. Ik ken ze allemaal, de reeders zoo goed als de schippers en het volk, ik weet op een ton af wat ieder heeft gevangen.

— Je bent ook altijd op straat, en bij de schepen.

— Dat is ook zoo, maar als u eens wist wat Gerrit weet, dan zou u verwonderd staan.

— Je krijgt van elken schipper een zootje! Is het niet, Gerrit?

— Ja, dat is waar! behalve van de schepen van Pot, die maggen niks geven, maar daar krijg ik met de Nieuwejaar, en bij de andere boekhouders ook.

—Je hebt zeker wel gehoord van de strubbeling, die er is tusschen de visschers en de reeders?

— Ja, mijnheer, dat zal ik u zeggen. Ik heb altijd gezegd: Jongens, dat weekgeld deugt niet! Dat is de pest voor de visscherij. Ze weten in September al of ze boven de 9 gulden komen, en als dat niet zoo is, dan is het: ‘waarom zellen me werken, we komen toch niet boven ons weekgeld’. Vroeger toen het alleen op zegen ging, toen was het veul beter. Maar toen waren de menschen ook niet zoo lastig; toen had je niet van die kerels, die kwamen preeken om den arbeider vooruit te helpen, maar die het nergens om te doen is as om er een broodje uit te slaan, en hem in plaats van vooruit achteruit te helpen.

— Maar wat zou jij dan willen, Gerrit?

— Dat zal ik je eens precies vertellen. Varen op zegen zooals vroeger, en zooals ze nog op Scheveningen doen.

— En wat zeg je van dat tonnengeld?

—Dat is ten minste nog wat. Nou motten ze werken om meer te verdienen. ledere ton die ze dan meer anbrengen, is idem zooveul voor hen.

—En zal er wat komen van die nieuwe voorwaarden?

— Welneen! U zult het zien. Ze monsteren weer voor ƒ 9 of 2 pct. Maar nou mot ik weer een endje verder. Als ik hier zoolang blijf praten, dan gaat het niet goed. Dag mijnheer!

— Dag Gerrit!

Gerelateerd
Reacties