Oud stadsdichter Aat Rolaff overleden

24-09-2017 Nieuws Redactie

VLAARDINGEN – Afgelopen week ontvingen we het trieste bericht dat Aat Rolaff onlangs overleden is. Aat Rolaff was na Kees Alderliesten, Teuntje Verheul – Vreugdenhil en Benne van der Velde de vierde in de rij van stadsdichters in Vlaardingen.

Aat Rolaff is zich na zijn werkzame leven als analist en later als Head Research and Services in het laboratorium van de E.N.C.K. (bij Vlaardingers destijds bekend als ‘de Superfosfaat’) intensief met taal gaan bezighouden. Hij ging onder meer gedichten schrijven. De sonnetten van zijn hand zijn eind jaren ’90 bijeengebracht in drie gedichtenbundels met de titel ‘Facetten I, II en III’.

Van 2010 tot 2012 heeft hij de erefunctie van stadsdichter vervuld. Zijn stadsdichterschap was overigens bijna in de kiem gesmoord. Rolaff dichtte over het nieuwe stadhuis en nam daarbij voormalig wethouder Leo ten Have op de korrel. Ten Have was met zijn partij Leefbaar Vlaardingen/VV2000 tegen nieuwbouw maar eenmaal wethouder veranderde hij van standpunt.

Rolaff dichtte:

Maar kijk hoe men het volk hier knipt en scheert
En wie hier dwaalt, ten ha(l)ve is gekeerd.
Vertrouwend dat de weerzin wel zal zakken,
Werd ‘Tégen!’ ‘Vóór!’, de kiezer gepasseerd.

Het gedicht werd geweerd van de gemeentepagina’s in Groot Vlaardingen, de vaste stek van de stadsdichter bleef leeg. Het gedicht was wel op de website van de gemeente verschenen maar werd ook daar verwijderd. Een klassieke loopgravenoorlog ontstond en de vrede werd pas na zeven weken getekend. Het gedicht werd uiteindelijk – nadat de pers lucht had gekregen van de censuur en na een verzoenend gesprek – alsnog gepubliceerd.

Na zijn stadsdichterschap was Rolaff even helemaal uitgeschreven. ,,Ik ben nu 75 en zie dit als een eindpunt van mijn carrière’’, vertelde hij toen. Op mijn leeftijd houd je rekening met eindigheden. Ik heb voor mijn gevoel gedaan wat er nog te doen was… en je moet op je hoogtepunt stoppen nietwaar!’’


‘Een gewone jongen’

Alle stadsgedichten aangevuld met een kleine selectie van eerder uitgegeven werk verscheen in een dichtbundel met de toepasselijke titel: ‘Een gewone jongen’. Een gewone Vlaardingse jongen die prachtig over zijn stad kan dichten; dat wel!

Ze haalt het niet bij Haarlem, Delft of Leiden,
Geplunderd, ja, zelfs platgebrand weleer,
Doorbulderd door A-20 snelverkeer
En tranen trekkend soms haar overzijde.
(Maar toch mijn stokpaard, háár wil ik berijden!)

Geen gat, geen dorp, maar weinig méér dan beide:
Het woordje ‘trots’, dat past haar niet zozeer.
Ze haalt het niet bij Haarlem, Delft of Leiden.

Betaamt haar dus het predicaat bescheiden
En tipte niemand Rembrandt of Vermeer,
Ík hou van haar (ja, júíst als ik haar scheer),
Niettegenstaande dat vermaledijde
‘Ze haalt het niet bij Haarlem, Delft of Leiden’.

Die uitspraak kon ik makkelijk vermijden,
Maar ja, de clou, die was dan nergens meer,
En ‘Was sich liebt…’, hoe was het ook al weer?
Dus laat me haar met deze kreet kastijden:
‘Ze haalt het niet bij Haarlem, Delft of Leiden’.

Dat krant en website nu lokaal verspreide
(Daarin trek ik tweewekelijks van leer)
Wat ik hier maar met moeite celebreer
(Want haringkoppen door de ziel moet snijden):
‘Ze haalt het niet bij Haarlem, Delft of Leiden’.

Op dinsdag 26 september zal om even na 13.00 uur speciale aandacht worden besteed aan Aat Rolaff bij Omroep Vlaardingen. Onder meer voormalig Stadsdichter Look J Boden en journalist Ger van Veen zullen hierbij hun ervaringen met Aat en hun herinneringen aan hem bespreken.

Gerelateerd
Reacties