(Taal)problemen te lijf: vol energie naar kansengelijkheid

03-05-2022 Onderwijs Redactie

In gesprek over het creëren van kansengelijkheid, met vlnr Esbach, Van der Wekken, Evers, Verweijmeren, Hertog en Muchall; foto: De Maatschappij

VLAARDINGEN - Veel mensen en organisaties in de drie steden langs Nieuwe Maas en Scheur zetten zich in voor het creëren van kansengelijkheid en het voorkomen dat inwoners achterblijven in levensgeluk omdat basisvaardigheden tekortschieten. Maar het zou zo mooi zijn als al die goede wil, mogelijkheden en kwaliteiten gebundeld zouden worden, om echt een verschil te maken, zo bleek tijdens een ontmoeting van het departement Waterweg-Noord van De Maatschappij.

Want de goeie bedoelingen en het enthousiasme om concreet werk te maken van gelijke kansen voor de inwoners van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, die is er in onze steden zeker. Het kwam in de woorden van bijna iedere spreker tot uitdrukking. Bovendien, de noodzaak ertoe is ondubbelzinnig: in Nederland komen 2,5 miljoen mensen met hun basisvaardigheden niet verder dan het niveau van het eind van de basisschool, terwijl de maatschappij ingewikkelder en ingewikkelder wordt. Daarbij steekt de Waterwegregio eerder negatief dan positief af bij het landelijk gemiddelde.

Eerst maar even die basisvaardigheden; wat zijn dat ook al weer? Er worden er algemeen vijf onderscheiden: lezen en schrijven, digitale vaardigheden, de capaciteit om goed voor de eigen gezondheid en die van anderen te zorgen, de mogelijkheden om te weten wat mag en kan in de maatschappij en desnoods een recht op te eisen en natuurlijk de vaardigheden om goed met geld om te gaan.

Hans Esbach, plaagdierbestrijder bij Irado, heeft er zelf ervaring mee. Hij weet wat het is als lezen en schrijven onvoldoende zijn om echt mee te kunnen komen in de maatschappij. Op zijn veertiende ging hij van school, ‘en daarna heb ik gewoon niks meer geleerd’. Maar, benadrukte hij een fout die nogal eens wordt gemaakt: “We zijn niet achterlijk, we kunnen alleen niet lezen en schrijven.”

Esbach zet zich als Taalambassadeur namens de stichting Lezen en Schrijven in om de bewustwording over laaggeletterdheid in zijn eigen omgeving te vergroten. Hij benadrukte op de bijeenkomst van De Maatschappij dat het belangrijk is mensen met tekortschietende basisvaardigheden, collega’s bijvoorbeeld, aan te spreken om te kunnen helpen. Bij zijn bedrijf, Irado, zijn er relatief veel mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, reden voor het bedrijf om bijzonder werk te maken van campagnes van bijvoorbeeld Lezen en Schrijven, maar ook anderen, in de strijd tegen ongeletterdheid. Tip van Esbach: “En als iemand dan zegt: ‘ja, ik doe mee’, zorg dan voor snelle actie. Niet drie weken wachten of zo, dan schieten mensen weer in hun schulp. Nee, we moeten ze duidelijk maken dat we ze niet laten vallen, want als dat wel gebeurt, dan krijgen we ze nooit meer te pakken.”

Marjan Middelkoop, adviseur Basisvaardigheden van Cubiss, een tweedelijnsorganisatie die taalhuizen en bibliotheken ondersteunt, benadrukt dat er voor werkgevers een belangrijke taak is weggelegd. Dat wordt ook breed erkend, wat alleen al blijkt uit haar baan en werk bij Cubiss, een organisatie die wordt ondersteund door provincie en bedrijven, als onderdeel van beleid tegen laaggeletterdheid. Bedrijven ervaren de gevolgen van ontbrekende vaardigheden nadrukkelijk, en zijn ook een soort poortwachters in het inzichtelijk maken van het probleem. Hoe vaak kan een collega immers stellen dat hij of zij de bril vergeten is, als er iets moet worden gelezen?

Vaak blijken de lees- en schrijfproblemen als mensen ‘digitale dingen’ moeten gaan doen. “Als er in de thuiszorg een tablet wordt ingevoerd om zaken te registreren”, zo vertelt Middelkoop uit ervaring. Het zijn ook niet alleen de ouderen of nieuwkomers in de samenleving die problemen hebben. “Een op de negen mensen tot 65 jaar hebben moeite met taal en rekenen. En tweederde van hen is van Nederlandse afkomst. 57 procent van hen heeft een baan.”

De problematiek van laaggeletterdheid heeft duidelijke gevolgen in en voor bedrijven, aldus Middelkoop. Het werk wordt er steeds ingewikkelder en fouten die resulteren uit het slecht tot je nemen van bijvoorbeeld orders of werkvoorschriften, kunnen grote consequenties hebben, zelfs de concurrentiepositie van bedrijven onder druk zetten.

Daar staat tegenover - en dat verklaart waarom ondanks alle goede bedoelingen zo weinig progressie wordt gemaakt, het aantal laaggeletterden in Nederland neemt niet af maar toe - dat de problematiek hardnekkig is. De verhalen over tekortschietend onderwijs zijn bijna modieus, er is een voortdurende toevoer van mensen met tekortschietende vaardigheden die net van school komen. Het is daarom absoluut niet zo dat moeite met lezen en schrijven, zoals bijvoorbeeld bij Esbach, een ‘uitstervend’ probleem is, omdat het vooral bij ouderen zou voorkomen.

Middelkoop hamert op ‘de lange adem’. “Eerst zijn er veel gesprekken nodig, bijvoorbeeld voor bewustwording in het bedrijf.” Zij spreekt zelf in haar werk in eerste instantie vooral personeelsfunctionarissen. “Die hebben vaak wel een idee over wie er binnen een bedrijf problemen met lezen en schrijven hebben.” Maar een grotere groep zou die moeten hebben, bijvoorbeeld de directie, en daar zit het eerste werk. “Er is een grote aanloop nodig voor je eventueel met testen en trainingen kan beginnen.”

Het goede nieuws is: daarvoor is in principe veel geld beschikbaar.

Maar eerst dus een paar stappen terug: al te vaak hebben werkgevers niet in de gaten in welke mate het probleem zich in hun onderneming voordoet, aldus Middelkoop. Neem bijvoorbeeld ziekenhuizen, een omgeving met veel hoogopgeleiden. “Maar ook met mensen met lees- en schrijfmoeilijkheden, denk aan de schoonmaak, de keuken, de catering en de logistiek.” De adviseur heeft cijfers, waaruit blijkt dat in Nederland bij tien procent van de bedrijfsongevallen ontoereikende taalvaardigheid een rol speelt.

Daarbij: laaggeletterdheid blijft eigenlijk nooit beperkt tot dat wat het is. Het leidt tot problemen met de digitale wereld, tot financiële problemen. Middelkoop: “Dat levert weer stress op, met problemen thuis. En het is moeilijk om informatie goed toe te passen of te interpreteren.” Wat bijvoorbeeld weer tot gezondheidsproblemen kan leiden, met bijsluiters en het niet vinden van goede informatie online. Vandaar dat veel mensen met onvoldoende taalvaardigheden last hebben wat door de professionals ‘multiproblematiek’ wordt genoemd. “En dat heeft echt gevolgen voor het welbevinden van de mensen in kwestie en op hun recht, ieders recht, om mee te doen in de maatschappij.”

Ondanks die duidelijke cijfers en het grote belang is de ervaring van Middelkoop - vooral werkzaam in Brabant - toch dat de zaak van de lees- en schrijfvaardigheid ‘makkelijk van tafel valt’, binnen bedrijven, als er zich zaken voordoen die belangrijker en urgenter lijken. En die zijn er bijna altijd. Daarom adviseert zij bedrijven ‘te kijken of je maatregelen kunt integreren in dagelijkse procedures’. “Integreer ze in programma’s die je toch al hebt lopen, bijvoorbeeld een revitaliseringsprogramma. Zodat het niet een dingetje erbij wordt.”

Nicole van der Wekken kon de voorbeelden van gebrekkige basisvaardigheden zo uit de mouw schudden, ook uit eigen ervaring. Als directeur van Stroomopwaarts en gastvrouw van de ontmoeting, ondervindt ze dat in eigen bedrijf, maar ook gewoon in de krant, en thuis. Een stuk in de krant over het niveau van rekenen en schrijven en taal dat dramatisch daalt in Nederland. Maar ook met haar moeder bij de dokter, waar ineens meer tijd ging zitten in het gesprek over de app Zorgdomein, dan in andere onderwerpen. “Waarom hebben we geen woord voor digilexie?”, zo vroeg zij zich af. Bij Stroomopwaarts is er een app om reiskosten bij ‘de baas’ te declareren. “Maar je ziet dat mensen geld laten liggen omdat ze de app niet downloaden.” Ook zelf heeft ze meer dan eens moeite om digitale zaken goed te regelen, en die keren dat ze hartgrondig aan het mopperen - of erger - is tegen een computer of telefoon… “Je voelt je dan een minkukel.” En pas nog, tijdens een vergadering met de ondernemingsraad: een medewerker zat onderwijl op de telefoon. Daarnaar gevraagd gaf hij aan hoe hij bijverdient, ‘door honderdduizend keer op een pagina te klikken’. “Daar krijg ik dan een klein bedrag voor gestort”, aldus de man. Het riekt natuurlijk naar misbruik, concludeert Van der Wekken.

Alle veranderingen in de samenleving gaan dus niet ongemerkt aan het bedrijfsleven voorbij; actie is nodig, aldus Van der Wekken. “Bijvoorbeeld omdat kennis en kunde aan erosie onderhevig zijn. De wereld wordt steeds complexer en dat vraagt onderhoud.” Simpelweg een diploma hebben volstaat dan niet meer. “Bedrijven zijn gemeenschappen en de inzetbaarheid van medewerkers is belangrijk.”

Een Leven Lang Ontwikkelen is daarom meer en meer het motto, ook in onze regio. Michiel Sträter van de stichting Lezen & Schrijven, en Monique Verweijmeren van de bibliotheek in Schiedam zijn begonnen met medewerkers van bedrijven op te leiden, dat wil zeggen klaar te stomen voor het onderkennen van taalproblemen en het begeleiden van werknemers. “Op die manier hebben we zo’n vijftig, zestig mensen op kunnen leiden.” Hun tip om te voorkomen dat er sprake is van stigmatisering van laaggeletterden: taalcursussen voor medewerkers op alle niveau’s in bedrijven. “De baas moet ook meedoen.” Een van de bedrijven die gebruikmaakte van zo’n ‘incompany-training’ is Firefly uit Maassluis, leverancier met LED-verlichting. Een bedrijf dat (het was geen 1 april) veel gebruikmaakte van Letten om zijn producten bij afnemers te installeren. Met goed resultaat, ook voor de werkgever die de uren betaalt waarin taalles gegeven wordt.

Verweijmeren onderstreepte ook dat - omdat ze zo vaak leiden tot en samenhangen met andere problemen - taalvaardigheidskwesties in samenhang met die andere zaken moeten worden aangepakt. “Met allen taallessen kom je er niet mee.” Zij ziet wel voor zich dat er wat dat betreft - vergelijk het met een consultatiebureau - een organisatie komt die, al dan niet samen met het bedrijfsleven, in deze bereikbaar is voor ieder met vragen. Esbach had nog de tip aan de bibliotheken in de regio om ‘een hoek in te richten, waar mensen bij elkaar kunnen komen, voor koffie of een babbel’, en waar materiaal en computers aanwezig zijn om informatie te vinden en uit te wisselen en eventueel ook op te werken.

Sjef Evers, wethouder Economie van Maassluis, vertelde tijdens de bijeenkomst hoe hij de rol van de lokale overheden in deze ziet: “Vooral: de losse eindjes aan elkaar breien.” Om mensen te helpen om mee te kunnen doen.

Dat is een rol die Yde Dragstra in persoon voelt. Hij gaat als vrijwillig ‘kwartiermaker basisvaardigheden’ in de drie Waterwegsteden aan de slag. Hij doet er goed aan ‘klein te beginnen’, aldus Middelkoop, en vooral ‘best-practices’ te delen. Een ander advies waarmee zij nog kwam: kleed een taaltraining eventueel in als een digitale training, ‘want iedereen wil zijn of haar digitale vaardigheden verbeteren’, maar toegeven dat je niet goed met taal bent is veel moeilijker. Ook Van der Wekken benadrukte nog eens dat het belangrijk is dat de schaamte over laaggeletterdheid teniet wordt gedaan. “Vergelijk het met schulden: tachtig procent van de Nederlanders heeft schulden." Zo hebben ook heel veel - misschien wel alle - mensen moeite met taal, is het niet om goed te begrijpen wat ergens staat, dan wel om op de computer de goede informatie snel te vinden. “Het is een fabeltje om te denken dat we zelfredzaam zijn. Als mensen horen dat anderen ondersteuning nodig hebben, is het ook makkelijker er zelf om te vragen.”

Uit de zaal kwam nog de opmerking dat ‘we’ er goed aan doen ‘de slimmerkunde niet te vergeten’. “Laten we alle goeie ideeën die we vergeten zijn terugherinneren.” Zaken worden volgens deze spreker zo weinig doorgezet. “Laten we ambities voor de langere termijn doorzetten, in plaats van ons laten dwingen weer andere dingen te gaan doen!”

En zo kwam het cirkeltje bij De Maatschappij langzaam rond, mede dankzij gespreksleider en departementvoorzitter Cedric Muchall. Scherp zijn op het onderkennen van taalproblemen en wat er mee samenhangt, elkaar daar op aanspreken, initiatieven nemen om problemen aan te pakken en deze vooral te delen en waar mogelijk te bundelen. Zodat mensen met vragen (en ook bedrijven en andere organisaties) hier kennis van kunnen nemen en kunnen toepassen/overnemen. “Als een soort Febo-automaat”, riep iemand. Wat ertoe moet leiden dat de samenleving in onze regio overschakelt ‘van denken naar doen’.



Gerelateerd