Categorieën

Service

Rechter dwong Baz tot vertrek: veiligheid Liesveld woog zwaarder

Rechter dwong Baz tot vertrek: veiligheid Liesveld woog zwaarder
Nieuws

Rechter dwong Baz tot vertrek: veiligheid Liesveld woog zwaarder

Rechter dwong Baz tot vertrek: veiligheid Liesveld woog zwaarder

archief Vlaardingen24

VLAARDINGEN - Het vertrek van Baz Hair Salon 4 van het Liesveld volgde op een gerechtelijk bevel tot ontruiming. De verhuurder stapte na een reeks vernielingen en explosies naar de rechter en kreeg gelijk. Dat blijkt uit een vandaag gepubliceerde uitspraak. Daarbij benadrukt de rechter dat niet aannemelijk is geworden dat de huurders persoonlijk iets te verwijten valt.

Vlaardingen24 berichtte op 6 oktober al over het vertrek van de kapsalon. Een medewerker had laten weten dat dit onder druk van de pandeigenaar was gebeurd. Het vonnis geeft nu inzicht in de juridische procedure daarachter. De Rotterdamse kantonrechter bepaalde op 11 september dat de huurders het pand binnen tien dagen na de officiële betekening van het vonnis moesten ontruimen.

Verhuurder MV Prime IV had de huurovereenkomst in augustus ontbonden, nadat de kapsalon opnieuw door een zware explosie was getroffen en de burgemeester de zaak had gesloten. De exploitant betwistte die beëindiging. Daarop vroeg de verhuurder in een kort geding om ontruiming.

Ook schade bij andere winkels

Uit het vonnis blijkt hoe de incidenten zich opstapelden. In juni en juli 2025 werden ruiten met stenen vernield. In december volgden twee bekladdingen met witte verf. Op 20 maart 2026 ging vermoedelijk een cobra 6 af, met een zwartgeblakerde en versplinterde ruit als gevolg.

Op 5 mei en 6 augustus volgden zware explosies. Daarbij bleef de schade niet beperkt tot de kapsalon. Ook ruiten bij H&M en de goudhandel en de glazen luifel van het winkelcentrum raakten beschadigd.

Volgens de verhuurder heerste onder winkeliers onrust en bestond de vrees voor verdere escalatie en omzetverlies als de kapsalon weer zou opengaan. De rechter vond die zorgen begrijpelijk. De gevolgen hadden bovendien nog ernstiger kunnen zijn: er hadden ook slachtoffers kunnen vallen.

Geen persoonlijk verwijt vastgesteld

Tegenover het veiligheidsbelang stonden de gevolgen voor de kapper, die met de ontruiming zijn bedrijf op deze locatie en zijn inkomstenbron verloor. De rechter erkende dat de gedwongen sluiting en beëindiging van de huur voor de betrokkenen onterecht konden aanvoelen. In deze zaak was immers niet aannemelijk geworden dat hun persoonlijk een verwijt kon worden gemaakt.

Toch woog het belang van de verhuurder zwaarder. Die moest volgens de rechter ook rekening houden met andere huurders, winkeliers en bezoekers van het centrum.

Daarbij speelde mee dat ook bij een eerdere vestiging van de betrokken huurders ruiten waren vernield. Verder had de burgemeester de sluiting op 20 augustus met vier weken verlengd, omdat de dreiging volgens de politie nog niet was afgenomen.

De sluiting door de burgemeester gaf de verhuurder volgens de rechter de wettelijke mogelijkheid de huur te ontbinden. Daarvoor hoefde niet te worden aangetoond dat de huurders zelf schuld hadden aan de incidenten. Ook hun lopende bezwaar tegen de sluitingsbesluiten stond daaraan op zichzelf niet in de weg.

De kantonrechter achtte het voldoende aannemelijk dat de beëindiging van de huur in een eventuele bodemprocedure stand zou houden en wees daarom de ontruiming toe. Tot het vertrek moesten de huurders een vergoeding van 2.977,19 euro per maand betalen. Ook werden zij veroordeeld tot ruim 1.166 euro aan proceskosten.