Toen de Voetbalshirts Leeg Bleven
- Partnerbijdrage
- 07-07-2026
- Sport
VLAARDINGEN - Er was een tijd, nog niet zo lang geleden, dat het Nederlandse voetbal graag pronkte met zijn nieuwste bedrijfstak. Op de shirts van vrijwel elke profclub in het land prijkten de logo's van gokmerken, vooraan en goed zichtbaar, badend in het sponsorgeld dat begon te stromen zodra online gokken in oktober 2021 een wettelijke basis kreeg. Maar dat alles is met evenveel haast weer weggewet.
Op 1 juli 2025 kwam er een einde aan elke vorm van goksponsoring in de Nederlandse sport. Gokbedrijven mogen hun merk niet langer op een shirt of een reclamebord langs het veld zetten, en ze mogen geen deals meer sluiten met competities, clubs of spelers. De shirts bleven leeg, en daarmee verdween een inkomstenbron die stilletjes dragend was geworden.
Wat opvalt, is hoe snel de slinger is omgeslagen. Nadat Nederland in 2021 zijn gereguleerde onlinemarkt had opgetuigd en het voetbal overspoeld zag worden met gokmerken, duurde het niet lang voordat de overheid begon met het opstellen van de regels om ze er weer uit te werken. Het komt niet vaak voor dat een land een activiteit legaliseert, die laat doordringen tot een nationale volkssport, en die koers vervolgens weer omgooit, allemaal binnen het tijdsbestek van één WK-cyclus.
De enige club die sponsoring afwees
De verwevenheid was zo goed als compleet toen het verbod viel. Van de 34 profclubs in Nederland had er niet één de handtekening onder een deal met een online casino- of gokmerk vandaan weten te houden, op Roda JC Kerkrade na. De club maakte er een principekwestie van en weigerde te tekenen; wat in 2021 nog een voetnoot leek, klinkt vandaag anders.
Het is juist die mate van verzadiging die de terugtrekking zo pijnlijk maakt. Eredivisie CV, het orgaan dat de commerciële kant van het topvoetbal behartigt, becijfert de directe klap voor de sponsorinkomsten op zo'n 40 miljoen euro per jaar. Tel daar nog eens 30 miljoen bij op uit zaken als uitzendrechten en reclame langs het veld, en je komt uit op bijna 70 miljoen euro per jaar die uit de sport wordt gehaald. In de Nederlandse voetbaleconomie beschouwt men dat niet als een verwaarloosbaar bedrag.
Waarom de kleine clubs bloeden, niet de grote
Men zou geneigd zijn te denken dat de grote namen de klappen opvangen, maar de cijfers vertellen een ander verhaal. Voor Ajax, PSV en Feyenoord is een ontbrekende shirtsponsor slechts een klein onderdeel van een veel groter geheel; zij strijken een onevenredig deel van de televisiegelden op. Het echte gevaar loert bij de kleinere of middenmoot-clubs die op commerciële afspraken leunen om het hoofd boven water te houden. Daar zijn de belangen existentieel.
Neem PEC Zwolle als voorbeeld: hun gokdeal zou goed zijn geweest voor zo'n 10 procent van de totale omzet. Schrap zo'n contract en het gaat niet zozeer om het beteugelen van de marketinguitgaven als wel om het onder ogen zien van de loonlast. Voetbaleconomen staken hun zorgen niet onder stoelen of banken toen het verbod werd ingevoerd. Zij waarschuwden dat, hoe goed de bedoeling ook was om het publiek te beschermen, het praktische gevolg zou zijn dat de financiële wurggreep van de rijke clubs werd bestendigd en de rest achterbleef. Zoals een onderzoeker opmerkte: de inkomensverdeling in het Nederlandse voetbal was al scheef; dit maakt haar alleen maar schever.
Dan is er nog het gevoel bij de clubs dat ze aan hun lot zijn overgelaten om met de gevolgen om te gaan. Ze zetten te goeder trouw hun handtekening onder wat een legale markt was en kregen een aanloop van twee jaar: na juli 2023 geen nieuwe gokcontracten meer, en per juli 2025 mocht er niets meer overeind staan. Toch is de beloofde hulp bij het vinden van alternatieve sponsors in de praktijk uitgebleven.
Gokbedrijven eruit, staatsloterijen erin
Er kleeft een onmiskenbare ongemakkelijkheid aan het verbod in de praktijk. Terwijl het is opgelegd aan private aanbieders, blijven de loterijen van de staat buiten schot. Gokbedrijven is het shirt afgenomen, maar VriendenLoterij, de Nederlandse loterij met een gezondheidsinvalshoek, is ingesprongen om titelsponsor van de Eredivisie te worden. En dan is er Eurojackpot, waarin de Nederlandse staat een belang heeft; die heeft getekend voor de KNVB-beker en de Vrouwen Eredivisie, plus een mouwsponsoring bij FC Twente die tot 2030 doorloopt.
Die optiek is moeilijk te missen. In de Kamer zijn leden te vinden die zich afvragen of een loterij die haar merk op de nationale beker zet wel de geest eerbiedigt van een wet die is bedoeld om gokreclame op afstand te houden. Sommigen hebben de hele constructie hoogst onwenselijk genoemd, ook al valt ze volledig binnen de grenzen van de wet. Het laat de staat achter met een scheidslijn tussen wat schoon gokgeld is en wat niet, een onderscheid waarvan je zou kunnen zeggen dat het makkelijker in een wet is vast te leggen dan naar behoren te verdedigen.
Het probleem van de mazen in de wet, geleerd van de buren
België had het draaiboek al laten zien, dus de toezichthouder was zich terdege bewust van de manieren waarop zulke verboden konden worden omzeild. In dat land zorgden clubs ervoor dat het geld bleef stromen door hun activiteiten een ander gezicht te geven; een aanbieder werd omgedoopt tot een submerk met slechts de flauwste vermomming, of een stichting en een nieuwsapp droegen een deel van de identiteit van het moederbedrijf uit om als toegangspoort tot de goksite te dienen. De Kansspelautoriteit was niet van plan iets van dat soort trucs in Nederland te laten gebeuren tegen de tijd dat de deadline daar was. Ze gaf van tevoren een duidelijke waarschuwing dat elke dergelijke omweg als een overtreding zou worden gezien en onmiddellijk zou worden aangepakt, waarmee geen ruimte werd gelaten voor een Nederlandse versie van wat over de grens gebeurde.
Het verbod reikt tot op het amateurveld
Het verbod geldt van de top van de Eredivisie tot in de amateurgelederen. De lokale clubs zijn niet uitgezonderd; voor hen kan een kleine sponsoring het verschil betekenen tussen wel of geen tenue voor de spelers, of het draaiende houden van een jeugdafdeling. De rechtvaardiging van de overheid is ondubbelzinnig: het gaat erom de jeugd af te schermen van goklogo's terwijl ze naar het spel kijkt of eraan meedoet. Maar voor de gemeenschappen aan de basis heeft die vorm van bescherming een prijs, en men moet het doen met de afruil van minder middelen.
Een continentale verschuiving, geen Nederlandse gril
Nederland is als eerste van start gegaan, maar niet zonder precedent. De Premier League in Engeland heeft haar zegen gegeven aan het verwijderen van goklogo's op de voorkant van het shirt met ingang van het seizoen 2026-27. In Spanje en Italië treft men een verwarrender situatie aan, waar beperkingen van kracht zijn; rechters en wetgevers hebben tegenover elkaar gestaan, tot het punt dat het Italiaanse parlement zijn verbod om economische redenen opnieuw tegen het licht wil houden.
Er klinkt een terugkerend refrein bij elke dergelijke stap: neem het geld weg bij de sector en je loopt het risico clubs te ondermijnen, de kleinere in het bijzonder. Deze stap maakt niet veel indruk op het gokken via mobiele telefoons op platforms zoals bijvoorbeeld football
, ongeacht wat er op het shirt staat. Dan is er nog de kwestie van de zware hand van de belasting. Nu de heffingen op het bruto spelresultaat de 38 procent naderen, heeft ten minste één aanbieder de Nederlandse markt al onhoudbaar bevonden en verlaten, waardoor er minder bedrijven overblijven met de middelen om het soort bedragen op tafel te leggen dat nodig zou zijn.
Wat het lege shirt zegt
Er is iets vreemds aan een shirt zonder sponsor, als een soort monument. In voorgaande seizoenen was het een getuigenis van het enthousiasme van het Nederlandse voetbal voor een bedrijfstak die nog maar net legaal was gemaakt; vandaag spreekt de leegte waar het logo zou moeten zitten boekdelen over hoe snel de stemming in het land is gekeerd. De clubs moeten zich zien te redden in een krappere markt om wat geld in kas te krijgen, waarbij de kleinere clubs de pijn het scherpst voelen, terwijl de staatsloterij haar naam op het materiaal blijft zetten.
Maar wat hier op het spel staat, gaat verder dan de gebruikelijke voetbalfinanciën. De vraag is of de prijs die de clubs moeten betalen voor het dragen van de logo's wordt gerechtvaardigd door de wens kinderen tegen gokken te beschermen, en wie er opdraait voor die keuze. Nu de shirts leeg zijn, kan men slechts afwachten wat hun plaats inneemt om te weten welke van deze prioriteiten Nederland voornemens is hoog te houden.