Categorieën

Service

Column: Bartje

Column: Bartje
Nieuws

Column: Bartje

  • Bram Keizerwaard
  • 28-12-2013
  • Nieuws
Column: Bartje

Het was best wel spannend in 1974. Net voor ik mijn diploma aan de Pedagogische Akademie had behaald, behaagde het Hare Majesteit om mij uit te nodigen als dienstplichtige. Om er zeker van te zijn dat niets mij in de weg zou staan om het vaderland te dienen, stuurde zij alvast een treinkaartje op waarmee ik gratis en voor niets, de Generaal Spoorkazerne in Ermelo kon bereiken waarna ik bij de geneeskundige troepen mocht gaan dienen. 

Dat was dan letterlijk en figuurlijk een pleister op mijn wonde omdat ik de Russen, onze grootste vijand, nog niet genoeg haatte om ze ook daadwerkelijk neer te schieten. Een baan in het onderwijs, in een niet zo aantrekkelijke omgeving, kon het naderend onheil nog afwenden en zo kwam ik terecht in een verwaarloosd, depressief gebouw, midden in een gebied dat men later een ‘Vogelaarwijk‘ zou gaan noemen. Dit was de list van de regering om toch nog onderwijzers voor de klas te krijgen in minder interessante gebieden. Onmisbaarheidsverklaring heette dit verschijnsel. 

Het treinkaartje van onze Koningin had ik ingelijst en op mijn bureau gezet. Een blik op dit reisbewijs hielp me door moeilijke tijden heen. Met het ‘hoofd der school’ had ik niet echt een klik, maar als ik hem niet begreep, stelde ik mij voor dat het alternatief zou kunnen zijn om ergens op de Lüneburgerheide in een schuttersputje te zitten. Er waren echter ook lichtpuntjes: de kinderen waren fantastisch en ik ontmoette daar Coen Meeder, een rasonderwijzer in hart en nieren die onvoorwaardelijke liefde voor de kinderen koppelde aan geduld. Een unieke combinatie. 

Eén van de hoogtepunten was het vieren van je verjaardag op school. Natuurlijk kon je eraan ontsnappen door de leerlingen in de waan de laten dat je in de zomervakantie jarig was. Dat scheelde je wat traktaties en een rommelige en vermoeiende dag want geleerd werd er natuurlijk niet. De banken gingen aan de kant en de leerlingen zaten in een kring met hun cadeautjes op hun zenuwachtig wiebelende knietjes. Eén voor één kwamen ze naar voren en overhandigden ze hun geschenk. Van Loes (naam veranderd), wier vader bij een plaatselijke distilleerderij werkte, kreeg ik een plat flesje met jenever. ,,Me vader had er ook nog een flesje Vieux bij willen doen'', voegde ze me toe, ,,maar daar kon hij gisteravond niet bij op de zaak.'' 

Om beurten overhandigden zij mij een kleinnood. Vaak voelde ik mij opgelaten en ik kon dit alleen maar compenseren door grote hoeveelheden chips, koeken en frisdrank in de leerlingen te stoppen. 

Een paar maanden na één van deze verjaardagen hielp Bartje (niet zijn echte naam) mij aan het eind van ochtend met het opruimen. Bartje was mijn lievelingetje met een ernstig gebrek aan zijn hoofd. Zijn ogen keken, net als bij Marti Feldmann, alle kanten op hetgeen hem nog kwetsbaarder maakte. Met een onhandige zwaai legde ik wat boeken in de kast en daarbij raakte ik een mooie kop en schotel die in ontelbare stukjes voor de voeten van Bartje en mij op de grond viel. ,,Dat is mijn kopje. Die heb ik u voor uw verjaardag gegeven'', sprak Bartje zachtjes terwijl hij mij vertederend aankeek. 

,,Niet waar'', loog ik, ,,jouw kopje staat bij mij thuis omdat ik het zo mooi vond en speciaal omdat het van jou is. Ik neem het morgen mee!'' Het moest tenslotte mogelijk zijn om een vervangend exemplaar te bemachtigen zo bedacht ik en zodoende Bartjes verdriet te verminderen. ,,Echt waar. Morgen laat ik het je zien.'' Hij keek me plotseling ondeugend aan. ,,Hi hi hi'', kirde hij. ,,Ik heb u helemaal geen kopje gegeven maar een bos bloemen.''