Column: Castingdag
- Bas van Toor
- 09-02-2014
- Nieuws
Hoewel de zaal vol zat met publiek keken de beide ‘artiesten’ niet naar het publiek, maar naar de zeskoppige jury die pontificaal aan een lange tafel voor het toneel zat. Zes zogenaamde amusementsdeskundigen, die in het kader van de wedstrijden van ‘De oprechte amateur’ wel even zouden laten horen wat goed en slecht amusement was. De beide artiesten hijgden nog na en het zweet droop van hun rug onder hun matrozenkostuum. Vol verwachting keken zij de toenmalige voorzitter van de AVRO aan, de omroep die dit festijn organiseerde. Hij schraapte zijn keel en begon het juryrapport voor te lezen en dat loog er niet om.
Woorden als ‘onkunde’, ‘erg amateuristisch’ en ‘zeer slecht’ vlogen om hun oren. De twee artiesten gingen onder luid geroezemoes van het publiek, dat er ook niets van begreep, het toneel af. Ze hadden er zwaar de pest in en eenmaal terug in de kleedkamer wensten ze de voorzitter van de jury alle ziektes toe waar apotheek Backer zelfs nu, zestig jaar na dato, nog geen medicijnen voor heeft. Ze waren afgegaan als een gieter, en daarna ook nog publiekelijk aan de schandpaal genageld. Wat een klootzak was die voorzitter, ze hadden een week ervoor nog een staande ovatie gehad toen ze voor de geitenfokkers optraden in gebouw Liefde en Vrede aan de Biersloot in hun geboorteplaats Vlaardingen. Hoe kon die man hen nou zo dik voor paal zettten? Maar later op de avond, toen ze weer thuis waren en hun woede een beetje afgezwakt was, moesten ze toch toegeven dat die voorzitter op een paar punten wel gelijk had. En na een week waren ze het voorval nog niet vergeten en gingen er met keihard trainen hard tegen aan.
Door die inzet stonden Bas en Aad van Toor als acrobatenduo ‘The Crocksons’ een aantal jaren later tussen alle groten der aarde in 26 landen van de hele wereld en zijn ze tegenwoordig nog elke dag op drie televisiestations te zien in Nederland en België.
Ik weet met de kennis van nu, dat wij het nooit zo ver hadden geschopt als wij bij onze eerste auditie niet zo enorm over onze kloten hadden gekregen. En nu zaten broer Aad en ik en nog drie andere juryleden zelf achter de jurytafel om een zestigtal jongelui te beoordelen die allemaal een hoofdrol willen spelen in de nieuwe Bassie & Adriaan bioscoopfilm.
In de film raken de twee neefjes van het duo in moeilijkheden omdat het De Baron nog altijd dwars zit dat hij het dolkomische duo nooit naar de eeuwige jachtvelden kon sturen. Maar nu beiden in de AOW leeftijd verkeren zou hij hen alsnog te grazen willen nemen met hulp van zijn bekakte neef, De Jonkheer. Bij de auditie voor de rol van een van de neefjes strekte enige kennis van jongleren, acrobatiek, en musiceren uiteraard tot aanbeveling.
Ze kwamen van overal, zelfs uit Vlagtwedde, Maastricht en Gent. Dit zorgde ervoor dat het Vlaardingse theater met die vreemde naam, De Kroepoekfabriek, nadat er elk jaar gedurende vier jaar ruim vier ton aan subsidie in gepompt was, ineens genoemd werd op alle tv zenders en showprogramma’s van Nederland en België.
Iedereen was op tijd zodat we al gelijk om tien uur konden beginnen en het was meteen raak. Één jongen kon redelijk jongleren, maar liet toch net te vaak iets vallen. Omdat wij met de grootste jongleurs van de wereld gewerkt hebben, hadden wij als snel in de gaten dat hij stierf van de zenuwen. We hebben hem laten stoppen en hem gewoon verteld, dat hij enkel hoefde te jongleren, en dat hij na afloop niet gestenigd zou worden. Na een geintje met hem gemaakt te hebben gooide de jongen ineens de sterren van de hemel. En, hij had nog een vlotte babbel ook. Na afloop vertelde hij ons dat hij uit Schiedam kwam, nou ja, er zijn ergere dingen en hij kreeg ondanks dat toch hoge cijfers van ons.
Er volgden er nog een paar in de categorie ‘matig tot slecht’, met af en toe een uitschieter. Bij een jongleur die voordat hij begon eerst een aantal rare passen over het podium maakte vroeg ik mij af, of hij misschien dacht dat wij een balletdanseres zoeken. Ook heb ik heel diplomatiek begrijpend geknikt nadat ik aan een accordeonist vroeg hoeveel jaar hij al accordeonles had en hij 'tien jaar' antwoordde. Er was er zelfs een bij die op een saxofoon speelde, waarbij ik mij af vroeg: Wat zou hij doen als er geen mist hangt?
En zo ging de één na de andere kandidaat voorbij en deed een gooi naar het ‘Bekende Nederlanderschap’ met het daarbij horende inkomen. Ze kwamen uit alle grote en kleine steden van Nederland en België. Om vijf uur ‘s middags hielden we toch wel twee à drie man over, waarvan we na beraadslaging met elkaar zeiden: die laten we nog een keer terug komen.
Maar wat mij vooral opviel was dat aan het einde van de dag er niet één uit onze eigen, van ‘Cultuur’ bruisende stad kwam. Ondanks Circusschool Hannes, die elk jaar 14.000 euro subsidie ontvangt van de gemeente om artiesten in spé op te leiden, en ondanks de vele leerlingen van de muziekschool en al die andere clubjes die allemaal snoepen uit de ondoorgrondelijke Vlaardingse subsidiepot.
Het is mij een raadsel wat die bijdragen aan de Vlaardingse cultuur opleveren. Elke maand zie ik bij Herman de kapper, Smulpaleis Harteveld en de Chinees de Vlaardingse barflyer liggen met Vlaardingse muzikanten die triomfen vieren in De Hommel, Café De Waal en noem maar op. Hadden die uitgerekend op 1 februari allemaal een schnabbel, vraag ik mij dan af.
Maar er komen nog twee of drie castingdagen, dus schroom niet, laat zien wat je kan en maak een kans om het stokje van mij en broer Adriaan over te nemen in de bioscoopfilm De neefjes van Bassie & Adriaan. Ik kan je verzekeren dat als je slaagt het financieel veel aantrekkelijker is als vakken vullen bij Appie of Lidl. Er moet in onze van CULTUUR bruisende stad waar elk jaar zesentwintig miljoen euro subsidie uitgedeeld wordt toch nog wel een beetje talent zitten?
Dus Vlaardingers: Ik ga er vanuit dat bij de volgende castingdag een paar Vlaardingse talenten zitten. Ik moet er toch niet aan denken dat als ik straks in de bioscoop zit, ik de opvolger van Bassie met een Amsterdams accent hoor praten… Aanmelden kan op: www.deneefjes.nl.