Categorieën

Service

Column: De bedrogen weduwe

Column: De bedrogen weduwe
Nieuws

Column: De bedrogen weduwe

  • Bas van Toor
  • 14-12-2013
  • Nieuws
Column: De bedrogen weduwe

Tijdens mijn wandeling langs de Vaart raakte ik verzeild in een kleine uitspanning annex jachthaven die bij mij jeugdherinneringen naar boven haalde. Als jongen van achttien werkte ik bij de drankenhandel 'Het Fust' van Joop Nieuwkerk, voorheen Reinier van de Plas recht tegenover de oude brug. Elke dag trapte ik mij het apezuur op een carry of transportfiets met voorop een bagagedrager en voorzag ik heel wat winkeliers en cafés van nattigheid, al of niet aangelengd met alcohol. Ik schopte het in vier en een half jaar tot verkoper chauffeur en dat ook mede doordat ik een prima werkgever in Joop van Nieuwkerk had. Hij was behoudens een goed zakenman ook een fijn mens waar ik veel van geleerd heb. De zaak van Rein v.d.  Plas was toen Joop de tent overnam verslonsd, maar binnen een jaar reed ik trots in een nieuwe Opel bestel door Vlaardingen, door Piet v.d. Kooy (Kojak look a like) zelf bezorgd, en het jaar daarop in een mooie Opel Blitz vrachtwagen.

Heerlijke tijd. Hard gewerkt, dat wel, vooral in de zomer, maar veel gelachen en ik voelde mij er als kind aan huis en een lid van de familie. Vele malen moest ik in die tijd naar Phul Borst,  de uitspanning waar alle stiekeme drinkers uit Vlaardingen kwamen, ver van de bewoonde wereld en het kerkbestuur. Hoewel het meubilair krakkemikkig genoemd mocht worden en de glazen zelden of nooit gespoeld werden had die houten witte keet aan de Vaart de weekomzet van vier hedendaagse kroegen.

Qua opzet was er niet veel veranderd aan de Vaart. Zij het dan dat Phul Borst en zijn broer Piet, die alle twee tot hun dood ongetrouwd samenwoonden met zuster Marie, er niet waren. Het enige wat er nog wel aan de wand hing was een ingelijste plaat van de Oude Heinekens brouwerij uit Rotterdam. Ik bestelde een Cola en knikte vriendelijk tegen een vrouw tegenover mij die verwoede pogingen deed haar gezicht met een poederdons strak te krijgen,  maar als je tegen de zeventig loopt helpt alleen nog maar plamuur. Dus stopte ze zuchtend het spiegeltje en de poederdons in het doosje. Lachend zei ik: ‘Ja mevrouw, op onze leeftijd wordt het steeds moeilijker, maar elke leeftijd heeft zijn bekoring.’

‘Ja meneer, u heeft gelijk. Dachten alle mannen er maar zo over als u.’ Voorzichtig vroeg ik: ‘Mevrouw, teleurgesteld?’ ‘Ach, wat heet teleurgesteld, dat ben je zo gauw niet meer op mijn leeftijd, maar een beetje meer begrip kan geen kwaad vind ik.’ ’Daar heeft u gelijk in’ beaamde ik. ’Ja, maar aan gelijk heb ik niet veel, maar wat meer begrip had ik wel verwacht. Mijn God, wat kon dat gereformeerde etter lullen. Ik ben er bij dat secreet met open ogen ingetuind.’

Ik voelde dat ze haar ei kwijt moest dus zei ik: ‘Vertel eens.’ Zij begon met: ‘Ik heb jarenlang met mijn man zaliger twee kroegen gehad in Rotterdam. Eén in de volksbuurt Crooswijk en één op de Kruiskade. Prima zaken, nooit geen gezeik. Alleen maar gezellige klanten, want zowel ik als mijn man Henk konden leuk met de klanten omgaan en we hadden goeie jongens en meisjes in dienst voor de bediening. Ach, er werd wel eens wat gepikt, maar Henk zei altijd: ‘Marie, in elke horecazaak is jatten een sport. Dat roei je toch niet uit of ze moeten de doodstraf weer in voeren.’ Ik schoot in de lach en zei: ‘Wel een paardenmiddel, iemand ophangen omdat hij een paar pilsjes gejat heeft bij zijn baas.’

’Ja, wacht effe.’ ging ze verder ‘we hebben het een keer meegemaakt dat er één bij zat die vaten jatte en verkocht aan de kroeg aan de overkant, maar dat kregen ze bij de brouwerij door aan de nummers op de vaten. Henk is tien jaar geleden overleden aan longkanker. Hij rookte als een stoomboot met de klanten mee. Ik kon toen via de brouwerij de zaken goed verkopen voor een mooie prijs en ben gestopt met werken. Nou leer ik op een busreis voor alleenstaanden een man kennen die weduwnaar was. Hij vertelde: zijn vrouw was drie jaar geleden overleden en hij had die busreis aangeboden gekregen van zijn kinderen om er eens een keer uit te zijn. Afijn, de hele busreis waren we bij elkaar en ook daarna bezocht hij mij.

Na een poosje zij hij: ‘Marietje, kom lekker bij mij wonen in de Alblasserwaard. Dan hebben we aanspraak aan elkaar en hebben we wonen, verwarming, gas en licht van mij. Dan leven we van jouw geld qua eten en drinken. Ik heb een palingvisvergunning, dus we hebben altijd vis genoeg. Trouwen doen we niet, want daar zijn we te oud voor, maar maak jij bezwaar dat ik vanwege de kinderen de foto van mijn overleden vrouw op de schoorsteen laat staan?’

Nou, ik dacht: laat maar, dat gaat wel over na een tijdje. Eerst betaalde ik het eten, maar dat werd al gauw een paar onderbroeken en een avondje naar de schouwburg met een etentje. Ik had een leuk bedrag aan spaarcentjes op mijn rekening staan, maar toen moest er zonodig een nieuwe auto gekocht worden van mijn geld en een nieuwe wasmachine, een nieuwe tv…  Noem maar op. Alles het duurste en het beste, het kon niet op. Toen ik er wat van zei, zei hij doodleuk: ‘Waar maak jij je zorgen over lieverd? Als jij niet meer hebt, beginnen we aan mijn geld en reken er op dat het veel is hoor.'

Ik voelde hem al aan komen en vroeg haar op wiens naam die auto stond. Op zijn naam uiteraard. Ik zei enkel: ‘Oei!’ ‘Maar toen ik ook nog eerst een scooter en daarna een auto voor zijn twee kleinzoons betaald had, zei ik daar wat van. Hij verzekerde mij weer dat hij geld zat  had en ik hoefde mij geen zorgen te maken. Ja, hij was gereformeerd opgevoed en die kennen lullen en je besodemieteren waar je bij staat.’ 

Ik was inmiddels bijna sprakeloos, maar het ergste komt nog: ‘Nou wordt hij een half jaar geleden ziek en drie maanden later was hij dood. Een week na de begrafenis kwamen zijn kinderen mij vragen wanneer ik het huis uit ging, want ik had nu toch geen reden meer om te blijven. Toen ik ze vroeg waar ik dan moest slapen, werd mij spijkerhard gezegd: ‘Dat is niet ons probleem, maar het uwe en waar is de foto van onze moeder gebleven die altijd op de schoorsteen stond?’ Twee dagen later bracht zijn zoon mij in de auto die ik betaald had, naar mijn zuster - die haar man kort geleden verloren heeft - in Vlaardingen in de Bleekstraat. Het is dat ik bij mijn zus mag slapen, anders had ik naar het Leger des Heils gemoeten. Maar nou ben ik verleden week bij een vriendin van mij in dat dorp waar ik de laatste zes jaar gewoond heb. Blijkt dat die kinderen het hele huis tot de grond toe hebben laten afbreken en er een grote villa voor in de plaats hebben gezet.’

Ik hoorde mijzelf zeggen: ‘Wat een klotestreek van pa en zijn kinderen.’ ‘Ja, zeg dat wel.’ beaamde ze treurig. ‘En waar leeft u nu van als ik vragen mag?’ vroeg ik haar. ‘Nou,’ zei ze glimlachend, ‘na een leven van hard werken trek ik van Drees, ze noemen het nu AOW.’ Ik vroeg: ‘Nog een citroentje met suiker?’ ‘Graag, en wat aardig van u dat u mijn verhaal wilde aanhoren. U komt mij zo bekend voor, ken ik u soms ergens van?’ Ik zei: ‘Niet dat ik weet, maar alle mensen gaan op elkaar lijken als ze wat ouder worden.’ Ze zei: ‘Nou meneer, daar ga je.’ En ze sloeg het citroentje met suiker heel professioneel achterover zoals alleen een echte kroegbazin dat maar kan.