Column: Het gevoel van schaarste
- Wouter Schutte
- 29-03-2014
- Nieuws
Afgelopen week zond de Vlaardingse burgervader Bas Eenhoorn zijn 'nieuwe'gemeenteraad alvast een waarschuwingsbriefje. Daarin sprak hij onder meer zijn zorg uit over de knellende financiële slagkracht van zijn gemeente. Schaarste aan middelen dreigt het stadsbestuur in een zeer ongemakkelijke positie te brengen.
Meer en meer tonen wetenschappers aan dat niet de schaarste zelf, maar het gevoel van schaarste grote invloed heeft op menselijk denken en handelen. De heersende moraal dat armoede wordt veroorzaakt door persoonlijk falen versterkt dit nog eens. Mensen, die het gevoel van schaarste ervaren worden allerter, handelen efficiënter, zijn minder achteloos en experts om op korte termijn de eindjes aan elkaar te knopen. Schaarsteproblemen leiden vaker tot rationeler, minder inconsistent gedrag en mensen proberen minder fouten te maken. Een positief effect in eerste instantie zou je zo zeggen.
De verscherpte aandacht voor schaarsteproblemen leidt veelal tot een tunnelvisie en een afname van de bandbreedte, het vermogen om vast te houden aan gemaakte plannen, verleidingen te weerstaan. Het is een directe aanslag op volharding en duurzaamheid. Voorbeeldje doen? De Westhavenkade, het Sluisplein, 'oortjes'. Nog een: de Stadsgehoorzaal.
Het verlies aan bandbreedte door schaarste leidt tot geringere mentale spankracht. Lange termijndoelstellingen worden verwaarloosd, onderschat en in vele gevallen volledig verdrongen, ongeacht de consequenties. Korte termijn oplossingen treden op de voorgrond. Naarmate het gevoel van schaarste toeneemt worden de effecten van de belaste bandbreedte op het menselijk gedrag steeds ingrijpender. Toewijding, tolerantie, geduld en geheugen komen onder druk te staan. Dit leidt tot onverstandige beslissingen, onzorgvuldigheid, afwezigheid, impulsief gedrag en een grotere foutmarge. Tevens neemt de neiging tot verhoogd leengedrag toe. Een belaste bandbreedte werkt dus juist nieuwe schaarste in de hand. Een levensgrote valkuil dus.
Er zal de komende tijd dan ook veel aandacht moeten zijn voor de lange termijneffecten van het te voeren beleid en met name de bewaking ervan. Geen beleidsterrein uitgezonderd! Wil dit beleid kunnen rekenen op een raadsbreed draagvlak, dan zullen de afzonderlijke fracties zich tot het uiterste moeten inspannen om over hun eigen raadstermijn heen te kijken en in alle nederigheid soms over de eigen schaduw heen moeten stappen om zo optimaal bij te dragen aan een welvarender stad. En daarbij speelt de kwaliteit van het toekomstige college een cruciale rol, niet de kwantiteit van het aantal gegadigden. Robuust beleid moet kunnen rekenen op een stevige raadsmeerderheid. Misschien is de tijd rijp voor een raadsakkoord in plaats van een coalitieakkoord.