Column: 'In gelul kan je niet wonen'
- Bram Keizerwaard
- 25-01-2014
- Nieuws
Ergens in Delft lag ik onderuit op een oranje zitzak (voor de jongere lezers: een grote boodschappentas gevuld met piepschuim balletjes die je uitnodigde tot een combinatie van zitten en liggen), keek naar de gehaakte en vervolgens in thee gedrenkte gordijnen (om ze bruin te maken) en de fruitschaal die zorgvuldig was gemacrameed (iets met geknoopt touw). In mijn hand had ik waarschijnlijk een glas rozenbottelthee of een uit kartonnen pak geschonken Pinard van Albert Heijn.
De man naast mij was architect en razend enthousiast over het nieuwste project waaraan hij had gewerkt. ,,Kijk Bram'', sprak hij enthousiast, ,,we hebben de Bijlmer zo gebouwd dat mensen vanaf hun huis eerst door een stuk groen moeten lopen om zo het contact te behouden met de natuur. En de parkeergarage staat verder weg dan het metrostation, zo verleiden we ze tot openbaar vervoer.'' Zijn enthousiasme was groter dan dat van de toekomstige bewoners. Door het groen durfde niemand meer te lopen, bang dat ze beroofd of aangerand werden. Maar goed, de Bijlmer was de natte droom van menig architect die in schoonheid stierf.
Vele jaren later deed een collega van hem een poging om mij ‘huizen-met-platte-daken’ mooi te laten vinden. Volgens de heersende opvattingen van het architectengilde moesten alle huizen die nu gebouwd werden, plat en vierkant zijn. Puntdaken stamden volgens hem uit de Middeleeuwen toen men technisch niet anders kon. Mooi gepraat, maar zoals de veel te vroeg overleden staatssecretaris van Volkshuisvesting Jan Schaeffer al zei: 'In gelul kan je niet wonen'.
Daarna heb ik nog vele architecten aan moeten horen die wisten wat goed was voor het volk. Zij verkochten ons de vele ‘dreven’; onduidelijk kronkelende straten waar je inderdaad een middag lang kunt toeven. Maar dan omdat je het adres niet kunt vinden. Een andere vakbroeder verzon ‘de wijk als burcht’. Rondom een wijkje met gewone huizen moest een muur van hoogbouwhuizen komen. Knap benauwd als je het mij vraagt en met behoorlijk wat schaduw en inkijk van de belendende flats, maar volgens de architect gaf dit een veilig gevoel. Ook de huizen ‘binnenin’ waren bijkans onzichtbaar van buiten het wijkje. Je rijdt hier onmerkbaar voorbij en kunt er alleen een blik op werpen via het programma ‘Nederland van Boven’.
De meeste trends trekken na een paar jaar weer voorbij, kijk naar de mode. Alleen is het jammer dat trends die bedacht worden door architecten jaaaaaren meegaan. En al die tijd moet erin gewoond worden. Onlangs is Vlaardingen verrijkt met een prachtig mooi winkelcentrum genaamd het Van Hogendorpkwartier. Het is inderdaad een aanwinst voor de wijk. Winkeliers staan te glunderen in hun nieuwe nering en het ‘Nu sijt wellecome’ werd vlak voor kerst gespeeld op de kassatoetsen.
Je kunt er met de auto voor de deur parkeren en dat stallen van het blik is (nog) gratis. Eigenlijk heb ik dus niets te klagen. Voorzichtig informeerde ik bij wat mensen, die aan de wieg hadden gestaan van dit prachtige project,waarom er niet gekozen is voor een overdekt winkelcentrum. Mij werd verteld dat men te rade was gegaan bij deskundigen die hadden verteld dat overdekte winkelcentra niet meer 'in' waren.
De keren dat ik het winkelcentrum bezocht, was het slecht weer. Tevergeefs zocht ik beschutting onder een luifel. Ongetwijfeld had een architect bedacht dat luifels je het zicht op de blauwe lucht ontnemen. In de supermarkt stond ik met een aantal mensen gezellig uit te druipen. Ach, in het oorspronkelijke ontwerp van de Van Hogendorplaan in de jaren vijftig, was ook geen overdekte looproute gepland, die kwam pas 20 jaar later. Nog even geduld dus en we lopen weer droog.