Categorieën

Service

Column: Nationale Politie

Column: Nationale Politie
Nieuws

Column: Nationale Politie

  • Bram Keizerwaard
  • 02-05-2015
  • Nieuws
Column: Nationale Politie

Steeds als ik de berichten lees over de Nationale Politie in wording, dwalen mijn gedachten terug naar dat kleine huisje in het centrum van Vlaardingen waar mijn oma woonde. In het piepkleine huisje verzamelden zich op zondag, na kerktijd, haar kinderen en kleinkinderen. Het kleine kamertje was gevuld met een grote tafel, een harmonium (voor de jongeren: een orgel zonder stekker) en een grote Liberty-stoel. 

Hoewel de stoelen rond de tafel snel bezet waren, (de kleinkinderen stonden uiteraard) bleef deze Liberty-stoel vaak leeg tot mijn oom, een politieman van de oude stempel, hierin neerzeeg, een liedje floot waarbij zijn wangen trilden en hij met zijn vingers ritmisch mee trommelde op de armleuning. Voor ons, als kleine jongens, was het altijd een sport om tussen zijn jasje van het kostuum te gluren. Als je geluk had zag je daar de lederen holster waarin hij, tijdens zijn werk, zijn pistool droeg 

Niet dat hij dat wapen ooit heeft hoeven gebruiken. Zo had hij nachtenlang gepost in diverse voetbalkantines om een serie-inbreker te verschalken en toen de onverlaat door het gebouw sloop, op weg naar de kassa, hoefde mijn oom in het pikdonker alleen maar zijn hand te leggen op de hand van de kleine crimineel die ter plekke van schrik ineen zeeg en zijn broek bevuilde. 

Hij was een politieman van de oude stempel, kende zijn pappenheimers en de bevolking persoonlijk en tussen hem en het publiek zat geen call-centrum. Hij was zichtbaar, bereikbaar en aanspreekbaar. Trots waren wij toen hij in de kranten stond afgebeeld met een fiets die hem naar een heuse moordenaar had geleid. Tegen de wil van zijn meerderen in, had hij dit spoor met succes gevolgd. 

Hij deed ook aan preventie al konden zijn (en mijn) nichtjes dit niet altijd waarderen. Soms stonden zij klaar en opgetut om in Vlaardingen uit te gaan en had mijn oom lucht gekregen van de een of andere snoodaard die actief zou zijn in Vlaardingen. Voor hij aan de opsporing begon, fietste hij even langs het huis van mijn tante (zijn zus), trok aan het touwtje dat uit de brievenbus hing, zwaaide de deur open en riep luid naar de bovenkant van de trap: ,,Marie, het is niet pluis; hou je dochters binnen!’’ Trok de deur dicht, stopt het touwtje naar binnen en trapte stevig door op zijn zwarte Fongers dienstfiets naar het bureau. De ‘meiden’ mijn nichten dus, teleurgesteld achterlatend. Een kwestie van veilig opfokken dus, Een diender die de stad kende en die gekend werd door de stad. 

Hij zou het o zo moeilijk gehad hebben in de Nationale Politie. Bureaus die gesloten worden, digitale aangiftes verwachten en de menselijke maat gaan verliezen.