Leven wordt Ahmadi onmogelijk gemaakt
- Herman van Nieuwenhuizen
- 15-12-2013
- Nieuws
VLAARDINGEN – Wie als 17-jarige jongen zeventien maanden gedwongen heeft moeten vechten in een gruwelijke oorlog komt daar zelf nooit ongeschonden uit. Het overkwam Homayoun Ahmadi. Hij is geboren in Iran maar woont inmiddels al lange tijd in Vlaardingen. Ahmadi is getrouwd met een Nederlandse vrouw en samen hebben ze kinderen en kleinkinderen. Het dagelijkse leven en het opbouwen van een bestaan wordt hem echter door de overheid vrijwel onmogelijk gemaakt. Zijn verhaal is schrijnend.
Ahmadi vluchtte na de val van de sjah in 1979, kort voor het nieuwe regiem de grenzen van Iran sloot, met zijn ouders en broers en zussen naar Nederland. Uit heimwee besloot hij in 1982 voor drie maanden terug te gaan, mede om zijn grootouders weer te zien. Ter plekke werd hij direct opgepakt en gedwongen mee te vechten in de oorlog tegen Irak waar hij de ergste verschrikkingen meemaakte: ,,Op het ene moment eet je nog samen met je medesoldaten en op het ander moment rijt een mortiergranaat het lichaam van de persoon naast je helemaal open’’, vertelt Ahmadi. Na 17 maanden aan het front kreeg hij kort verlof, vluchtte naar Turkije en werd na een korte detentie daar opgehaald door familie om terug te keren naar Nederland. Ahmadi was inmiddels 19 jaar. ,,Mijn ouders en de ander kinderen in het gezin hadden een naturalisatieaanvraag ingediend en die werd toegekend. Mij werd verteld dat ik niet in dezelfde aanvraag 'mee moest doen', maar dat ik deze het beste individueel aan kon vragen. Dit advies van de Vreemdelingendienst (tegenwoordig IND, immigratie- en naturalisatiedienst) had ik achteraf gezien nooit op moeten volgen.
Met de oorlog nog vers in zijn geheugen was er weinig meer over van Ahmadi. Hij zwierf dikwijls rond, daarbij zijn familie tot wanhoop drijvend als hij zoek leek te zijn. Ahmadi liet zich in zijn ernstig getraumatiseerde toestand makkelijk beïnvloeden door anderen, kwaadwillenden. Zo werd hij meegesleurd in een misdrijf waarvoor hij veroordeeld werd en enige tijd vastzat. Door deze veroordeling werd hij in 1989 uiteindelijke gekwalificeerd als ongewenst vreemdeling met de nodige desastreuse gevolgen voor zijn verdere leven.
In de gevangenis maakte hij kennis met een pastoor, en raakte zo vertrouwd met het katholieke geloof. Ahmadi heeft zich laten dopen en is sindsdien een trouw bezoeker van alle bijeenkomsten in de kerk, ook nu nog in Vlaardingen. Verschillende voorgangers hebben getuigd dat Ahmadi’s geloof oprecht is. Wie zich tot het christendom bekeerd is in Iran zijn leven niet zeker en hierdoor kan hij ook niet uitgezet worden.
Vanwege zijn veroordeling in zijn jonge jaren is in 2012 op last van de politie Rotterdam-Rijnmond door de gemeente Vlaardingen zijn laatste en enige identiteitsbewijs ingenomen. Ahmadi had inmiddels zijn verleden van zich afgeschud en was eigenaar van een goed lopend aannemersbedrijf. Geen identiteitsbewijs betekende echter geen zakelijke bankrekening dus niet meer de mogelijkheid zijn bedrijf overeind te houden.
Ahmadi’s hele familie is genaturaliseerd tot Nederlander, zelf is hij al twintig jaar met een Nederlandse vrouw getrouwd, zijn kinderen en kleinkinderen zijn Nederlands… Dit jaar heeft hij officieel de Vluchtelingenstatus A gekregen. Terug naar Iran betekent een wisse dood en zijn zaak ligt nu bij het Europese Gerechtshof. Zijn volledige verhaal gaat nog veel verder en staat bol van ambtelijke tegenwerking. Ahmadi’s echtgenote heeft inmiddels bericht gehad van de belastingdienst: de zorgtoeslagen en kindgebonden budgetten van jaren geleden moeten worden terugbetaald; meer dan € 7.000, alleen omdat haar man zijn identiteit ontnomen is.
Welke politicus, bestuurder of organisatie springt voor hem in de bres, een man met gouden handen die nog nooit aanspraak op een uitkering heeft gemaakt en slechts een eerzaam bestaan wil opbouwen in Nederland met zijn talenten?