Vraagtekens bij Blankenburgtunnel
- Erik Meijer
- 16-11-2011
- Nieuws
VLAARDINGEN - Natuurmonumenten dringt er bij ondernemers en besluitvormers op aan zich goed te laten informeren over de verkeerscijfers die ten grondslag liggen aan de verbinding onder de Nieuwe Waterweg tussen Den Haag en Rotterdam. Recent onderzoek van onafhankelijk ingenieursbureau Movares bevestigt de twijfel over de gebruikte cijfers. Het onafhankelijk ingenieursbureau Movares, dat in opdracht van Natuurmonumenten naar de verkeerscijfers keek, concludeert dat de gepresenteerde gegevens van Rijkswaterstaat over beide tunnels grote onzekerheden bevatten en dat veel cijfers ontbreken. Minister Schultz van Haegen wil 7 december kiezen voor de Blankenburgtunnel of de Oranjetunnel.
Projectleider Suzanne Klaassen van Natuurmonumenten: ,,Op basis van de gebruikte verkeerskundige cijfers kun je eigenlijk geen zorgvuldig besluit nemen over de Blankenburgtunnel of de Oranjetunnel. Bestuurders moeten zich goed informeren over de cijfers. In een tijd waarin het kabinet 17 miljard euro moet bezuinigen, vinden wij het vreemd dat er zo lichtzinnig een besluit wordt genomen over een investering van 1,5 tot 2 miljard euro.’’
Onzekerheden
Uit onderzoek van Rijkswaterstaat bleek onlangs dat de Blankenburgtunnel (ter hoogte van Vlaardingen) in de toekomst beter scoort dan de Oranjetunnel (bij Hoek van Holland) bij het verminderen van files rond Rotterdam en het beter bereikbaar maken van de haven. Maar volgens Movares worden nergens de onzekerheidsmarges vermeld. Die kunnen oplopen tot tien procent. Een verschil in verkeersdruk van acht procent tussen beide tunnels zegt dus weinig, omdat de onzekerheidsmarges groter zijn dan het verschil, aldus het bureau.
Rijkswaterstaat zou in zijn onderzoek verder alleen hebben gekeken naar de filevorming op de weg en niet bij knooppunten. Terwijl juist op die plekken vaak de meeste files ontstaan. Ook zouden gegevens ontbreken over extra reistijden voor het Rotterdams havengebied, het Westland en de A4. Het is bovendien onduidelijk ten opzichte van welke situatie en welk jaar wordt gemeten.
Het bureau vraagt zich ook af of voor de Oranjetunnel wel de goedkoopste variant is uitgewerkt en of de kosten van noodzakelijke aanpassingen bij andere snelwegen, provinciale wegen en lokale wegen in de kostenramingen van beide tunnelvarianten zijn meegenomen. Een vergelijking is hierdoor lastig te maken.