Categorieën

Service

Column: De Ondernemer

Column: De Ondernemer
Nieuws

Column: De Ondernemer

  • Bas van Toor
  • 21-11-2015
  • Nieuws
Column: De Ondernemer

Hij had met geleend geld een slecht lopend café overgenomen en hij zou nou wel eens even laten zien hoe het wel moest. Hij pakte het groots aan, dat wel. Het gehele meubilair ging er uit en er kwam een designer de hele zaak omtoveren tot een strak en modern ingerichte horecagelegenheid. De opening was een grandioos succes er trad zelfs een landelijk bekende zanger op. Voor de klanten was er natuurlijk vrij drinken en hapjes. Er werden zelfs ambulante serveersters  ingehuurd om aan de vraag naar nattigheid te voldoen. Want op gratis drank komen de klanten af als vliegen op een pot Turkse honing. In Amsterdam had hij een mooi glitterpak à la Elvis laten maken. En zijn vrouw liep ook al rond in een kleedje van Mart Visser. Er kwam ook nog ook nog even een kapper uit Den Haag voor haar. Want op het openingsfeest van een betere horecagelegenheid kon je natuurlijk niet rondlopen met een hoofd dat gedaan was door een ‘doodgewone’ Vlaardingse kapper, zei zij vals lachend.

Hij had ook nog even gauw een andere auto aangeschaft op de belofte dat hij over een maand zou komen betalen. En die auto, een Mercedes uiteraard, stond op de openingsavond voor de deur. Met een grote sticker op de achterkant met de naam van het zojuist geopende etablissement. Die auto moest wel, zei hij later. Want je kan als betere horeca-exploitant natuurlijk niet een ouwe Fiat voor je deur zetten waar zelfs Stanislav Korsakofski uit Krakau zijn neus nog voor op zou halen.

Het geheide stelletje dikdoeners en klaplopers, die je ook altijd bij haringparty’s en ander semicultureel geneuzel hier ter Stede tegenkomt, was aanwezig. En allemaal voorzien van een papieren VIP sticker. Zodoende was het openingsfeest een geweldig succes en het had zelfs iets multiculti in zich. Want ze kwamen van alle nationaliteiten naar binnen, maar waggelden tegen middernacht als een Maleier naar huis. Sommige zelfs heel chique in een door de zaak betaalde taxi. En omdat ze de buren ook uitgenodigd hadden, waren er geen klachten over geluidsoverlast etc.  Om vijf uur ’s nachts, onder het genot van een kop koffie, zaten ze nog wat na te praten over de grandioze opening van deze, wat iedereen beaamde, betere horecazaak. Zowel hij als zij benadrukten nog eens dat zij het nu allemaal eens zouden laten zien dat de horeca wel floreert in bruisend Vlaardingen. Als je het maar goed doet.

Om acht uur arriveerde de werkster, dus ging iedereen naar huis. Het was natuurlijk niet bij hen opgekomen om zelf de zaak op te ruimen. Zodat ze de eerst vijftig piek zwart al gelijk in hun zak konden houden. Maar moe zei heel hautain in haar lap stof van Mart Visser: ‘Je denkt toch zeker niet dat ik, als vrouw van een betere horeca-exploitant, mijn nagels ga breken bij het uitwringen van een dweil? Mooi niet!’

De eerste dag dat het publiek gewoon moest betalen voor de consumpties viel de kassa toch wel wat tegen. Maar gelukkig was het goed weer, dus zaten er af en toe wat mensen op de nieuwe terrasstoelen. Maar toen hij aan het eind van de dag de telstrook uit de kassa trok, werd hij er toch niet erg vrolijk van. En helemaal niet toen de barkeeper hem er fijntjes op wees dat hij in de tijd dat hij tussen de ‘klanten’ zat, voor ongeveer tweehonderd euro had weggeven. Terrasklanten zitten namelijk alleen op een terras om gezien te worden en niet om te zuipen.

Nou ja, morgen gewoon niet meer zo gul zijn en dat probleem lost zich ook weer op, dacht hij bij zichzelf. Het was natuurlijk niet bij hem opgekomen om zelf achter de bar te gaan staan en zijn opgedirkte vrouw in de keuken voor de snacks te laten zorgen. Daar kwam hij na twee weken ook pas achter en ontsloeg de barkeeper. En uiteraard met ruzie. Want de man ging het legioen der werkelozen versterken, dat legioen waar onze bruisende stad zo rijk aan is. De omzet werd met de dag dramatischer. En op het laatst zat er niet eens meer vijf euro in de kassa om een pakje shag bij de Lidl te halen. Moe kwam na een paar weken toch maar in een ouwe jurk soppen. Want de stofzuigerpiloot zei na drie keer geen geld te hebben ontvangen voor verleende diensten: ‘U bent een aardige man en vrouw. Maar ik poets en zuig alleen voor poen.’

Na een maand viel, zoals was afgesproken, de eerste drankrekening op de deurmat. Maar er zat geen ene cent in de kassa. De drankenleverancier sprak hem nog mild toe, maar liet hem wel merken dat er bij de volgende levering van te voren betaald moest worden, anders werd er niet geleverd. Hij sliep die nacht erg slecht. En moe kreeg af en toe woorden naar haar door de Haagse kapper geknipte kop geslingerd waar de honden geen brood van lusten. Langzaamaan verloor hun huwelijk zijn glans en ze hadden meer ruzie in huis als lol in bed. Het onvermijdelijke gebeurde. De leverancier van het meubilair kwam de stoelen en barkrukken terug halen. En de vloerbedekkingboer stuurde een deurwaarder op hem af. Maar hij niet alleen. Want iedereen die geld van hem kreeg sprong hem op zijn nek. De zaak was inmiddels gesloten en omdat zelfs de gordijnen waren teruggehaald gaf de zaak na een paar weken door de vuile ongewassen vensterruiten een troosteloze aanblik als je naar binnen keek.

Hij moest aankloppen bij de sociale dienst, maar kreeg daar te horen: ‘Verkoop eerst je auto maar en kom dan maar eens terug.’ Maar die auto was niet van hem, dus kon hij hem ook niet verkopen. Want die autodealer was wel zo slim geweest het kenteken nog niet over te schrijven op zijn naam. Dus vroeg hij beleefd maar beslist om de sleutels. Kortom, de betere horeca-exploitant lag op zijn kont met drie sterretjes. Moe ging maar eens een avondje alleen op stap. En het onvermijdelijke gebeurde. Zij leerde een ‘begrijpende man’ kennen. Die begreep haar vele malen beter. En wel zo lekker, dat zij huis en haard en echtgenoot verliet. Dus bleef de betere horeca-exploitant nu alleen over. Maar helemaal alleen was hij niet. Want zijn torenhoge schulden liepen hem als trouwe hondjes overal achterna en hielden hem ’s nachts zelfs gezelschap in bed.

Ik kom hem nog wel eens in de stad. Sjofel gekleed, met een klein tasje van de Aldi. Want voor een grote tas heeft hij toch geen geld. U zult zich afvragen: Is dit nou echt gebeurd Bas? Wis en waarachtig. En het gebeurt nog dagelijks met mensen die zich zo nodig ondernemer moeten noemen. Maar voor een echte ondernemer is wel wat meer nodig dan flair en aanzien van de society. Als echte ondernemer werk je jezelf sowieso de eerste jaren te barsten. En een dure auto koop je niet. Maar je rijdt in een tweedehands auto waar de kop goed af is. En moe loopt ook niet in een Mart Visser kleedje, maar staat gewoon in een C&A’tje  achter de bar.

Een echte ondernemer steekt zijn geld liever in zijn zaak als dat hij het uitgeeft aan mooi, tooi en dikdoenerij. De vrouw van een echte ondernemer werkt meestal net zo lang als dat zij kan mee in de zaak om personeel uit te sparen. En zodoende mee te helpen het levenswerk van haar man mee op te bouwen en het stabiliteit te geven. 

En hier volgt nog een mededeling voor de politiek: het is een leugen en een onwaar sprookje dat politici banen creëren of voor werkgelegenheid zorgen. Het zijn de ondernemers die dat doen. Politici en ambtenaren zorgen ervoor dat de ondernemer door achterlijke wetjes en laksheid met vergunningen gehinderd worden in hun werk. Zij functioneren meestal als een soort sleepanker voor de ondernemer.

Maar ja, die ambtenaar en politicus krijgen aan het einde van de maand toch wel hun aanwezigheidspremie op hun rekeningnummer overgemaakt. De ondernemer moet er elke maand weer keihard voor knokken. Hij moet maar zien dat de rekeningen en de salarissen voor het personeel betaald worden. En dat er aan het eind van de maand ook nog iets voor hem overblijft. Ik zelf kreeg een dezer dagen nog braaf de pest in toen ik iemand die in overheidsdienst is zo terloops hoorde zeggen: ‘In december ga ik lekker drie maanden de ziektewet in omdat ik een nieuwe heup krijg.’ Dit herinnerde mij pijnlijk aan het feit, dat toen ik achtentwintig jaar geleden zelf een nieuwe heup kreeg, ik voor mijn acht man bühnepersoneel arbeidstijdverkorting aanvroeg en dit geweigerd werd. Dus spande ik een kort geding aan. Want als ik niet optrad, werkten ook mijn toneelmeesters niet. En kwam er ook geen geld binnen. De rechter zij mij heel droog: ‘U moet ze helaas wel gewoon zelf doorbetalen. Dat is het risico van het ondernemerschap.’

Een paar jaar geleden zei de voormalig burgervader Tjerk Bruinsma dit ook tegen een ondernemer die klaagde dat de Westhavenplaats uitgerekend één dag voor de zomervakantie op de schop ging. ’Ja beste man, dat is het risico van de ondernemer.’ Je moet er verdomme toch maar opkomen! Ja, die Tjerk was een grappenmaker hoor. Eerlijkheidshalve moet ik u er wel bij vertellen, dat toen ik die rechter na afloop in de gang van het gerechtsgebouw ontmoette hij tegen mij zei: ‘Ik begrijp best dat u boos bent, meneer van Toor. Ik ben het er zelf ook niet mee eens. Maar ik moet helaas de wet toepassen.’ 

Bas van Toor

PS: De ondernemer ging op de fles. Daardoor raakte hij aan de drank.