Column: Koperdieven
- Bas van Toor
- 20-09-2014
- Nieuws
We leefden er al maandenlang naar toe. Na twintig jaar zou er weer een kleinkind geboren worden bij de van Toor dynastie, zoals ik mijn familie noem als ik een aanval van kapsones krijg. Onze oudste dochter was al zeventien jaar toen ze kort na elkaar nog twee zusjes kreeg en die zusjes waren nu in de leeftijd dat ze zelf kinderen op de wereld gingen zetten. Het bekende koffertje stond al weken klaar bij mijn dochter en schoonzoon en de vooruitzichten duidden op een meisje, dus alles was roze wat de klok sloeg. Omdat er enige complicaties mogelijk waren werd er voor gekozen om in het academisch ziekenhuis van Leiden de gebeurtenis plaats te laten vinden.
En eindelijk was het dan zover. Dochter en schoonzoon in de auto, met schoonmoeder in hun kielzog, reden naar Leiden. Aldaar aangekomen dochter gelijk in bed en daarna omringd door twee verpleegsters en een dokter. Maar baby’s laten zich niet dwingen en komen liefst op de gekste en onmogelijkste tijden ter wereld. Zo ook mijn nieuwe kleindochter. Twee dagen nadat mijn dochter gearriveerd was dacht mijn kleindochter: Nou is het toch wel eens tijd dat ik ook in het stuk voorkom. En na het bekende gevecht van een puffende moeder en een tegenspartelende baby lag zij na een tijdje toch nog met een te grote roze muts op en op haar duim zuigend in een wiegje naast mijn dochter haar bed.
Nou, het bekende ritueel nam een aanvang. De hele kamer vol met familie en kennissen en iedereen aanschouwde de baby. En hoewel iedereen het een prachtmeid vond, was er toch iets mis. Want ze had net als een bokser een dichtgeslagen oog, waar in het midden een behoorlijk gele punt van een ontstoken traanbuis te zien was, die elke tien minuten dikker leek te worden. Uiteraard werd de oppergynaecoloog er bij gehaald en deze keek eerst wat zorgelijk, maar zei toen: ,,We wachten nog even af tot morgen. Dan nemen we maatregelen.''
Toen de andere dag de ontsteking alsmaar dikker werd, viel de beslissing en zei hij: ,,Morgen gaan we haar opereren.'' Voor de operatie moesten er de andere dag twee gespecialiseerde microchirurgen uit het Erasmus ziekenhuis in Rotterdam komen. En deze twee specialisten zaten de andere ochtend al om half zeven in de trein naar Leiden om aldaar de baby van haar, zeg maar, dichtgeslagen oog af te helpen. Tot zover niets aan de hand en liep alles zoals gepland was. Zij het dan dat in de nacht ervoor twee personen met de typische Groningse namen Jantek en Barsilof hun oog hadden laten vallen op de honderd meter koperen stroomkabel die signalen aanstuurt langs de rails, zodat de treinen in het baanvak van het Hollandse spoorstation naar Leiden zo rijden dat ze niet op elkaar botsen.
Jantek zei tegen Barsilof: ,,Die kabel brengt bij de oude metalenboer gegarandeerd 100.000 Szlotys op.'' Waarop Barsilof nog zei: ,,Ja maar, als die kabel weg is knallen er geheid een paar treinen op elkaar.'' Waarop Jantek in zijn moedertaal droog zei: ,,Nou en?'' Dus zo gezegd, zo gedaan. De 100 meter koperen kabel werd in de nacht gewoon door twee gajeslandgenoten van Chopin gejat en daags daarna naar een oud ijzerboer gebracht, die er het formidabele bedrag van 85 euro voor betaalde. Nou, toch mooi en gauw verdiend toch?
Dat de schade een ton was en wat de gevolgen zouden kunnen zijn kwam niet in hun bekrompen hersens op, dus dat speelde bij hen geen rol. Nee, bij die twee criminele idioten speelde dat geen rol. Maar wel bij mijn drie dagen oude kleindochter, die niets wetend in haar wiegje die ochtend al vanaf vijf uur net als een volwassene voor een operatie niets meer te eten kreeg omdat zij nuchter moest zijn.
Nu weer terug naar die twee Rotterdamse microchirurgen in de trein. Die rijden net station Hollandse spoor uit en na vijf minuten zegt de één tegen de ander: ‘ Hé Wim, hier is toch geen station? Waarom stopt de trein hier?’ Nou de NS had ook nog een ander veiligheidsysteem ingebouwd en dat was dat als de signaalkabel niet werkt de trein gewoon stopt. Helemaal dus niks geen boem en tuuut tuuut ziekenauto met vele gewonden.
Dat was dus mooi meegenomen. Maar mijn kleindochter, gewend om elke drie uur lekker aan de borst te lurken, kreeg hoe langer hoe meer de pest in en liet dat door oorverdovend gehuil ook duidelijk merken. En hoe later het werd hoe meer ze liet merken er geen lol in te hebben op deze wrede wereld. Ze bleef maar blèren en begon zich, gezien haar rode hoofd af en toe bij het huilen, ook goed kwaad te maken. Totdat… Totdat wat, Bas? Nou totdat zij zich zo kwaad maakte en met woede schreeuwde en perste, dat mijn vrouw die naast het wiegje zat opeens uitriep: ‘Kijk nou eens!!! Het oogje wordt weer gewoon!’ Want door het huilen en het zich kwaad maken van de hongerige baby was de traanbuis binnenwaarts opengesprongen, waardoor al het vuil uit haar ontstoken traanbuis naar binnen verdween, wat een uur later ook in haar luier duidelijk zichtbaar was. De baby had zogezegd een operationeel Selfie gemaakt.
Nou, in de kamer van mijn dochter was het meteen feest en werd iedereen gebeld over de goede afloop. Die microchirurgen hebben om half elf koffie met gebak bij ons gedronken en na nog even de baby goed bekeken te hebben zijn ze weer naar Rotterdam terug gereisd. Maar nu in een doorrijdende trein. Eind goed al goed.
En die twee koperstelende landgenoten van Chopin, Bas? Nou, die hufters stonden hier en daar mooi op een camera en werden voor de rechter gesleept. En je kleindochter Bas? Oh, dat is een leuke meid met een knap smoeltje, is verleden week al weer zes jaar geworden en gaat al naar pianoles. Ze gaf mij verleden week, toen wij samen op de bank naar een oude aflevering van Bassie en Adriaan zaten te kijken, het grootste compliment wat een artiest kan krijgen. Ze zei: ,,Opa, als jij voor Bassie speelt, ben je knettergek. Maar wel leuk knettergek hoor.'' Kijk: met zo’n compliment kan je thuis komen.