Column: Langs het tuinpad van mijn vader...
- Erik Meijer
- 23-03-2013
- Nieuws
Een nieuwe columnist treedt aan op Vlaardingen24, dus mag ik mijn eerste stukje gebruiken om mij voor te stellen. De pot met azijn, waar columnisten zo graag hun pen in dopen, blijft nog even gesloten. Ik heb iets met het mooie lied van Wim Sonneveld over het tuinpad van zijn vader, zo mooi uit het Frans vertaald door zijn partner Friso Wiegersma. Zowel de melodie als de tekst roepen weemoedige herinneringen op aan lang vervlogen tijden die, maar dat mag met terugkijken van nu, vaak romantisch gekleurd zijn.
Als ik in mijn gedachten struin langs mijn eigen tuinpad, dan zie ik een dromerig Vlaardinger-Ambacht met de Kethelweg waarlangs ik talloze malen liep van ons huis in de Merellaan naar mijn eerste schooltje: de “bewaarschool” van juffrouw Maat aan de Julianalaan met het ronde speeltoestel op het plein. In het midden stond een vast stuurwiel en door daaraan te draaien kon je jezelf gemakkelijk tot misselijk makend toe rondslingeren. Aan de overzijde de ‘grote’ school die de naam droeg van Dr. De Visser, een voorman van het hervormde gedachtengoed. Hij was behalve predikant een vooraanstaand politicus van de CHU en, maar daar kwam ik later pas achter, ook een begenadigd feestredenaar. Veel gefeest werd er trouwens niet op deze school. Behalve dan op Koninginnedag. In de ganzenpas marcheerden we dan naar de Markt naar het stadhuis voor de aubade voor de Koningin en burgemeester Heusdens deed ons echt geloven dat ons gezang te horen zou zijn door de majesteit. Eén keer liep ik zelfs trots met een oranje sjerp op die dag rond. Ik voelde met zo’n beetje de junior-burgemeester van ons Vlaardinger-Ambacht.
De maatschappij was overzichtelijk. Ambacht was goed voorzien van notabelen waarvan een aantal kinderen in mijn klas zat. Deze kregen uiteraard in klas 6 (tegen betaling) bijles van het hoofd der school om hen klaar te stomen voor het Groen van Prinstererlyceum. Ik zat daar niet bij en nog steeds komt een glimlach op mijn lippen als ik besef dat ik al een decennium eindverantwoording draag voor een school waar ik als leerling niet naar toe mocht.
Naast arm en rijk was er nog een verdeling: Gereformeerde kinderen gingen naar de Terpstraschool (genoemd naar een van hun voormannen), de katholiekjes naar de Barbaraschool en de kleine heidenen werden liefdevol ontvangen op de Jan Ligthartschool. Ook de sportverenigingen rekruteerden hun jonge leden uit deze verschillende richtingen en dus was het contact tussen de leeftijdsgenoten behoorlijk minimaal.
Dat ik nooit te laat kwam mag achteraf een wonder heten. Langs de gehele Kethelweg bruiste het van de bedrijfsactiviteiten. De architecten van Snijders die in hemdsmouwen achter hun tekentafels stonden, het taxibedrijf van Kramer dat een prachtig volkswagenbusje had met glazen ramen aan de zijkant van het dak (waar is het gebleven) en de smederij van Bergman. Met een leren schort voor besloeg hij paarden. Ik hoor nog het sissen van het roodgloeiende hoefijzer als dat gedrukt werd in de eeltlaag van een paardenvoet die hij tussen zijn knieën geklemd had en nog ruik ik de weeïge schroeilucht die samen met de kringelende rook opsteeg.Even verderop de garage van de Gebroeders Zuidgeest, maar dat is een verhaal apart: Ed en Willem Bever avant la lettre.
Even verderop kochten we, net als Wim Sonneveld, zoethout voor een cent.
En zag ik kinderen touwtje springen
Dat Ambacht van toen het is voorbij
Dit is al wat er bleef voor mij
Een ansicht en herinneringen.
En die herinneringen, maar ook de verbazing over de huidige tijd, wil ik graag op deze plaats met u gaan delen.
Bram Keizerwaard