Zeven jaar cel voor kelderboxverkrachter Schiedam en Vlaardingen definitief
- Redactie
- 15-09-2026
- Nieuws
Met de productie van een hologram, hier getoond in de Hof van Spaland, werd een doorbraak in het onderzoek naar dader bewerkstelligd; foto: Ted Konings
VLAARDINGEN - De veroordeling van Marcel B. voor twee verkrachtingen en een poging tot aanranding van minderjarige meisjes in Schiedam en Vlaardingen blijft overeind. De Hoge Raad heeft dinsdag de bezwaren van B. tegen zijn veroordeling verworpen. Daarmee is de gevangenisstraf van zeven jaar definitief.
De zaken dateren uit 2010. In een periode van drie weken werden een 13-jarig en een 15-jarig meisje gevolgd toen zij op de fiets naar huis gingen. De dader volgde hen vervolgens de ruimte met kelderboxen van hun flats in. Daar dwong hij de meisjes onder bedreiging met een mes een kelderbox binnen en verkrachtte hen.
Een ander meisje van 15 jaar werd op dezelfde dag als een van de verkrachtingen eveneens achtervolgd tot in de kelderruimte van haar flat. Zij wist te ontsnappen.
Coldcase-onderzoek leidt naar verdachte
Ondanks uitgebreid politieonderzoek kwam er destijds geen verdachte in beeld. Tien jaar later werd de zaak overgedragen aan een coldcaseteam. Met nieuwe beeldtechnieken werd een hologram van de vermoedelijke dader gemaakt, dat via de media en op openbare plekken werd getoond.
Dat leverde honderden tips op. Een voormalige collega dacht Marcel B. te herkennen. Vervolgens werden ongeveer honderd mannen, onder wie B., gevraagd vrijwillig DNA af te staan.
Het DNA van B. bleek overeen te komen met DNA uit sporen die na de verkrachtingen waren veiliggesteld.
Het gerechtshof in Den Haag concludeerde in april 2025 dat B. verantwoordelijk was voor de twee verkrachtingen en de poging tot aanranding. Daarbij keek het hof niet alleen naar het DNA-bewijs, maar ook naar overeenkomsten in de werkwijze bij de drie zaken en de signalementen die destijds waren opgegeven. B. kreeg zeven jaar gevangenisstraf.
Hoge Raad verwerpt bezwaren
B. ging tegen zijn veroordeling in cassatie bij de Hoge Raad. Zijn advocaat voerde vier klachten aan en stelde onder meer dat het gerechtshof onvoldoende was ingegaan op het standpunt van de verdediging dat er niet genoeg bewijs was.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad adviseerde eerder al om de klachten af te wijzen en de veroordeling in stand te laten. De Hoge Raad volgt dat advies. De klachten zijn zonder verdere inhoudelijke motivering afgedaan, omdat ze volgens de hoogste rechter geen reden geven om de uitspraak van het gerechtshof te vernietigen en geen nieuwe juridische vragen oproepen die beantwoording vereisen.
Daarmee is na zestien jaar een definitief einde gekomen aan de strafzaak: de veroordeling van Marcel B. en zijn gevangenisstraf van zeven jaar staan vast.