Column: Babyboomerspalace...
- Bram Keizerwaard
- 07-05-2016
- Nieuws
Niet dat het stoppen zo’n grote verandering in het leven van Jean Luc teweeg zal hebben gebracht. Slechts een uurtje per dag ging hij naar de kleine ruimte onder zijn boerderij om de kampeerders, die inmiddels een plekje op het veld hadden gevonden, in te schrijven. Het sanitair was eenvoudig maar schoon en zijn vrouw toog een aantal keren per dag met dweil en mop naar deze ruimte. Voor de rest was er niets… geen receptie, geen invalidentoilet, geen speeltoestellen, geen fitness, geen wasruimte echt ne rien!
Hoe anders was het op de Spaanse camping waar ik vorig jaar belandde. De camping was niet te missen: grote billboards schreeuwden mij toe waar ik moest zijn. De camping had een eigen afrit van de provinciale weg en automatische sproeiers tikten de hele dag hun kostbare water op kleine stukjes gras om deze in topconditie te houden. De balie (ongeveer van het formaat stadhuishal) zag er prachtig uit en de assistenten lachten hun tanden bloot naar iedere gast. Nietsvermoedend legde ik mijn arm op de balie en voor ik het wist had de hostess daar een bandje omgedaan. Figuurlijk werden bezoekers hier aan banden gelegd. Dat dit geen loze kreet was, bleek een paar dagen later toen de kampeerders aan de overzijde iemand van het strand hadden uitgenodigd naar hun tijdelijke kavel en deze snel door de bewaking werd gespot en verwijderd.
Onze caravan stond nog maar net of een grote Engelsman stak zijn bebaarde hoofd onder de luifel. Hij had natuurlijk gespot dat wij zojuist waren aangekomen en vond het zijn goede burgerplicht om ons erop te wijzen de ramen en deuren goed gesloten te houden, want op sectie C was vannacht weer ingebroken.
Het terrein werd keurig onderhouden. Toen in de palmbomen de eerste insecten werden ontdekt, besloot de directie tot een nachtelijke chemische oorlogvoering. Met een keurig briefje werd de bewoners verzocht om geen handdoeken buiten te laten hangen. Over het sluiten van ramen en deuren werd niets gezegd en ’s nachts baande een hoogwerker zich een weg over de camping om ieder palmblad te kunnen besproeien. Het druppelde nog lang na…..
De camping had net zo goed ‘Babyboomerspalace’ kunnen heten, want deze bevolkingsgroep had bezit genomen van deze plek. Zij resideerden hier niet alleen met een caravan of camper, maar hun plekje was volgebouwd met allerhande ruimtes om de elektrische fietsen, een losse koelkast, een buitenkeuken en een wasmachine te kunnen herbergen. Uiteraard was er ook nog een vierkante meter gereserveerd voor de satellietschotel, zodat je op de hoogte bleef van al het nieuws in Nederland. Vooral het Nederlandse weerbericht werd goed bekeken. Een beetje depressie of een flinke hagelbui in het vaderland kon de stemming al behoorlijk verhogen. Wie niet had gekeken kon ’s morgens in het toiletgebouw worden bijgepraat. Tevens was er voldoende ruimte voor kritiek op de regering, die er immers op uit is om hun leven zo onaangenaam mogelijk te maken waarna men weer vertrok naar de voortent om daar, gewapend met een vliegenmepper, te resideren gedurende de rest van de dag.
Nooit gedacht dat ik Jean Luc zó zou missen.