Column: Caribisch festival in de kerk
- Bas van Toor
- 18-07-2015
- Nieuws
Via mijn in 35 jaar opgebouwde netwerk van verpleegsters en dokters bereikte mij een boodschap dat er in de omgeving van Rotterdam een zesjarig jongetje zo ziek was, dat het een uitgemaakte zaak was dat hij er over zes weken niet meer zou zijn. Nou, dan gooi ik meestal mijn agenda om en na contact gehad te hebben met de huisarts ga ik dan bij hem op bezoek. Met mijn feestneus op. Niet om hem te genezen natuurlijk. Want dat kan ik niet. Maar ik kan hem minimaal anderhalf uur uit zijn rotsituatie halen. En hem even laten vergeten dat hij dodelijk ziek is.
Ik vertel dit soort kinderen meestal van onze avonturen en verzin er dan ook nog een paar nieuwe bij om het spannend te maken. Natuurlijk vraag ik hem ook honderduit over veel dingen die hij al in zijn korte leven meegemaakt heeft. Maar wat betreft de toekomst alleen die over vandaag en hoogstens morgen gaan. Want kinderen die lang ziek zijn, maken mede door de dagelijkse omgang met veel volwassenen een enorme sprong voorwaarts in hun geestelijke ontwikkeling. En kan je er andere gesprekken mee voeren als met gezonde kinderen van diezelfde leeftijd. En zonder dat ik er erg in heb zijn we dan al weer twee uur verder.
Meestal vraag ik bij mijn bezoek na een uurtje aan zijn meestal aanwezige vader en moeder, pa en oma of ze ons even alleen willen laten. Want wij hebben even belangrijke zaken samen te bespreken. En ook zo die keer. Ik ging zoals gewoonlijk op de grond naast het bed zitten. Ik ben dan op kop hoogte, wat voor het kind wat ligt makkelijk praat. Het joch bleek heel erg intelligent. Want hij vertelde mij honderduit waarover hij lag te filosoferen als hij zo af en toe alleen lag.
Hij had een vrij nuchtere kijk op zijn naderende dood en vertelde mij met opgewekte stem: ,,Bassie, weet jij dat dood gaan helemaal niet zo erg is?’’ Ik veerde op en dacht: Wat krijgen we nou? Ik vroeg; ,,Jij gaat mij toch niet vertellen dat je het leuk vindt dat je er straks niet meer bent?’’ ,,Nee’’, zei hij, ,,zo is het ook weer niet. Maar vroeger toen mijn opa nog leefde ging ik veel met hem wandelen in het park en naar de speeltuin. Dus als ik straks ook dood ben ga ik weer fijn met mijn opa wandelen en naar de speeltuin.’’
Met een brok in mijn keel vroeg ik schor: ,,Denk jij dat ze daar ook een park en speeltuin hebben?’’ Bijna lachend over mijn domheid zei hij: ,,Natuurlijk, er zijn overal parken en speeltuinen, dus dat zullen ze daar ook wel hebben.’’ Ja, tegen zoveel logica kon je niets in brengen natuurlijk, hoewel ik dat ook niet van plan was.
Om het gesprek een andere wending te geven vroeg ik: ,,Waar denk jij dat ik volgende week met vakantie naar toe ga?’’ ,,Naar Adriaan, in Spanje’’, zei hij. ,,Nee, daar ben ik al een paar keer geweest. Ik ga volgende week met mijn vrouw naar Amerika. Ik ga naar het land van de cowboys. En ik beloof je, als ik terug kom breng ik twee echte Roy Rogers cowboypistolen voor je mee.’’ ,,Oh leuk! Maar als het jou niet uitmaakt heb ik liever een James Bond pistool.’’ ,,Ook goed’’, zei ik tegelijk denkend. Natuurlijk van Toor, de cowboyheld uit jouw jeugd zit al een poosje in de cowboy hemel. Bij hem leeft James Bond meer.
Onderwijl kwam de familie weer binnen en na een hi five een low five en een boks stond ik op en nam afscheid van hem, na bij de deur nog effe met mijn wijsvinger geschoten te hebben bij het uitroepen van pang, pang. En met: ,,Over een week of vier als je haar weer voor je ogen hangt, kom ik weer en breng ik een James Bond pistool voor je mee. En dan gaan we samen op boevenjacht.’’
Onderweg naar huis in de auto dacht ik: Verdomme! Wat heeft dat joch nou misdaan om al zo vroeg uit het leven te moeten stappen? Maar de weg eiste mijn aandacht weer op dus reed ik naar Vlaardingen. Vlak voordat we zouden gaan eten ging de telefoon. Een vrouwenstem vroeg: ,,Spreek ik met Clown Bassie?’’ Ik zei lachend: ,,Bijna goed. U spreekt met Bas van Toor, de man die voor Clown Bassie speelt. Zegt u het maar. Waarom belt u?’’ ,,Nou meneer van Toor, heeft u voor mij misschien het liedje Caribisch Carnaval?’’ Ik zei: ,,Ja, dat staat op de cd de reis door Amerika.’’ ,,Kan ik die cd vanavond nog bij u op komen halen?’’, vroeg de vrouw. Ik zei: ,,Nou, dat mag ook morgen. Vanwaar die haast?’’ ,,Wel, u was vanmiddag op bezoek bij mijn neefje en hij is een kwartier nadat u weg was overleden. Nou wilde hij graag dat dit liedje gespeeld zou worden in de kerk bij zijn begrafenisdienst.’’ Ik zei: ,,Geeft u mij uw adres maar. Dan laat ik de cd vanavond wel door een van mijn dochters brengen.’’
Even later tegen mijn vrouw zei ik: ,,Co, ik heb opeens geen trek meer in eten. Misschien neem ik vanavond laat wel een patatje bij Harteveld.’’