Categorieën

Service

Column: Helden

Column: Helden
Nieuws

Column: Helden

  • Bram Keizerwaard
  • 05-09-2015
  • Nieuws
Column: Helden

Het kleine vrouwtje stapte kwam aangedribbeld, keek mij doordringend aan en vroeg: ‘hoe oud ben jij?’
‘Eenenzestig’ antwoordde ik. ‘En jij?’
‘Ik ben meer dan vijfentachtig en mijn vader is dood. Mijn moeder leeft nog. Kijk daar staat ze. Ze heeft een mooie mand gemaakt voor mijn verjaardag. Ik ga trakteren!

Ze wees met een trillende vinger naar iets achter mij. Ik keek onwillekeurig om. De lange gang was leeg. Ze draaide zich om en begon te mopperen tegen een mevrouw die in haar rolstoel aan kwam rijden. Even dreigde een ruzie en de kleine kittige dame gaf een ruk aan de rolstoel zodat deze een slag draaide en beende weg.

Halverwege de lange gang stonden een paar stoeltjes en ik besloot daar even te gaan zitten. Een jongeman plofte snel in de fauteuil naast mij, sloeg zijn benen over elkaar, keek mij indringend aan en vroeg mij: ‘heb jij een vrouw?’ Ik knikte. ‘Waar is ze?’ Ik wees naar de deur van de kamer tegenover ons en antwoordde: ‘Ze is bij haar moeder, die woont hier ook.’ Hij boog zich naar mij toe en fluisterde: ‘Ik heb nog nooit een vrouw gehad. Nog nooit!’ Hij stond op en liep weg terwijl hij bleef herhalen ‘nog nooit, nog nooit, nog nooit’.

Ik bleef nog even zitten en verderop in de gang begon een vrouwenstem aangrijpend te gillen. Een verpleegster haastte zich er naartoe. Een wat oudere man kwam voorzichtig aansloffen alsof zijn voeten onzichtbare obstakels op de vloer wilden wegschuiven en schuifelde langzaam voorbij. Ergens hoorde ik het geluid van een tv en ik besloot daar naartoe te gaan.

Eén man zat gebiologeerd naar het beeld te staren naar het journaal dat zich eindeloos leek te herhalen. Op het scherm was te zien hoe de Franse president Hollande een paar passagiers uit de Thalys decoreerde met het Legion d’honneur. Een mooie beloning voor een geweldige prestatie om een terrorist uit te schakelen. Verdiend en gegund.

Ik keek rond en zag hoe een verpleegkundige een cliënt met zachte hand maar niettemin resoluut meenam naar zijn kamer om zijn luier te verschonen. Inmiddels gaven de helden-van-de-Thalys een persconferentie. Ze waren wereldnieuws geworden. Een verpleegkundige zette in de huiskamer een lied van Frans Bauer op en een ander verdeelde de medicijnen over een aantal bekertjes die ze daarna uitdeelde aan de bewoners.

De helden waren inmiddels verdwenen van het scherm maar om mij  heen werkten de helden in levende lijve op de afdeling van “Stadszicht” in Rotterdam. Mannen en vrouwen van vlees en bloed die elke dag met veel liefde zich inzetten voor hun patiënten. Die hen troosten, voeden, verschonen, wassen, voeden, aan- en uitkleden en af en toe een spelletje met hen spelen of een plaatje van Frans Bauer opzetten. En als de werkzaamheden het toelaten met hen gaan wandelen in de tuin.

Dag in dag uit staan ze voor hen klaar. Dit zijn voor mij ook echte helden. Zou er niet ergens een legionnetje d’ honneurtje liggen voor deze mannen en vrouwen? En als dat teveel gevraagd is, is een goede beloning en bovenal  waardering. Meer dan verdiend. Voor een persconferentie hebben ze geen tijd. De patiënten hebben hen nodig.