Categorieën

Service

Column: Ruïne

Column: Ruïne
Nieuws

Column: Ruïne

  • Wouter Schutte
  • 18-10-2015
  • Nieuws
Column: Ruïne

Het is voor bestuurders in openbare lichamen cruciaal het vertrouwen, brede steun te genieten voor het te voeren of gevoerde beleid. De Kamer of Gemeenteraad geeft bij aanstelling van het Kabinet of College het vertrouwen totdat het wordt opgezegd. Gaat dat altijd gepaard met een motie van wantrouwen? Het antwoord is: nee.

Een motie van afkeuring kan worden beschouwd als een motie van wantrouwen. In het merendeel van de gevallen is het aan de bewindspersoon zelf, het kabinet of college daar invulling aan te geven. Een bewindspersoon kan zelfs bij een niet aangenomen motie van wantrouwen of -afkeuring, bijvoorbeeld bij een gering verschil in het aantal voor- en tegenstemmers, de beslissing nemen af te treden. Maar ook bij onvoldoende steun vanuit eigen gelederen, bijvoorbeeld vanuit de fractie van zijn of haar partij, besluiten bij een niet aangenomen motie van afkeuring of wantrouwen af te treden.

Tevens kan het hele college of kabinet haar lot verbinden aan een motie van afkeuring en deze beschouwen als een motie van wantrouwen. Een andere mogelijkheid is als bewindspersoon vooraf aan te geven de motie naast zich neer te leggen en niet uit te voeren. Zo kan bijvoorbeeld bij indiening van een motie van afkeuring door de bewindspersoon de vertrouwenskwestie worden gesteld.

Wat beoogde de VVD, indiener van een motie van afkeuring, tijdens de laatste raadsvergadering? Kijken we naar de tekst van de motie, dan werd niet opgeroepen alsnog uitvoering te geven aan voorgaande verzoeken. De tekst van de motie was van constaterende aard en behelsde geen verzoek. Tevens werd gesproken over het onvolledig, niet tijdig of onjuist inlichten van de raad door de betrokken wethouder. Als de indiener van de motie niet zeker weet of er sprake is van het onjuist inlichten van de Gemeenteraad is het minstens opmerkelijk dat vanuit de Gemeenteraad daarover geen nadere vragen zijn gesteld. De gegoede lezer zal het verschil tussen het gebruik van de woorden “en” en “of” zeker in deze context hebben moeten bemerken. De inhoud van de tekst en de bekrachtiging dat het hier gaat om een politieke doodzonde kan dan ook niet anders worden uitgelegd dan dat door de indiener de vertrouwenskwestie wordt gesteld.

De conclusie van Leefbaar Vlaardingen tijdens het interpellatiedebat “dat het hier gelukkig niet om een motie van wantrouwen gaat” en daarvoor “erkenning” te vragen bij de coalitiepartners, laat zien dat het gebruik van het politiek instrumentarium waarvoor het bedoeld is volledig aan hen voorbij gaat. Daarmee een excuus zoekend voor een “Mea Culpa- voorstemmen”.

Met het indienen van de motie wist de VVD vooraf dat deze zou worden verworpen. ONS stapte bij voorbaat in tegenstelling tot hun campagne uit de poppenkast en zou zich onthouden van stemming.  Ondanks dat zette de VVD door en daarmee de verhoudingen tussen College en Raad en de raadsleden onderling ernstig onder druk. 

De ooit zo constructieve lokale liberale bestuurderspartij dreigt verder af te brokkelen tot een ruïne van frustratie- en afzeikpolitiek. Hopelijk struikelen de meer ambitieuze oppositiepartijen niet te vaak over de brokstukken.

Wouter Schutte