Column: Schuttingtaal
- Wouter Schutte
- 06-12-2015
- Nieuws
,,Een caravan door de stad vol kut-ideeën. Komen er toch nooit. Onder druk van ambtenaren vol gekalkt op wat eens het rijdende liefdesnestje van een niet onbekende Vlaardinger was. En waar waren de indieners van deze prachtige ideeën 'die ze over de schutting hebben gegooid', tijdens het Stadsplein, de bijeenkomst in het Geuzencollege? Oude wijn in nieuwe zakken. Ruim 300 ideeen aan een waslijn? Waar blijft de wind die de kracht van de wasknijpers zal overwinnen, de frisse wind door de hoofden van die dromers''. Zomaar een paar teksten, opgetekend in de stad waar de Burger meester is.
De invloedrijke auteur Elisabeth Gilbert, schrijfster van het boek Eat, Pray and Love, schrijft in haar boek over creatieve ideeontwikkeling dat passie dodelijk is voor de uitwerking van goede ideeen. Passie vraagt om discipline, volledige toewijding. Zij veegt de vloer aan met het passionele kunstenaarschap. Stel dat je niet weet waar je passie ligt, waar en wanneer begin je dan ergens aan? Passie als concept voor het uitwerken van creatieve ideeen is intrinsiek intimiderend, inefficiënt. Zij pleit voor een volledig ander concept om goede ideeen tot wasdom en realisatie te brengen.
Zij zet in op het ontstaan van je nieuwsgierigheid en het vasthouden of loslaten ervan. De verleiding om toe te geven aan het ontvluchten aan de saaie aspecten die creatieve projecten kenmerken en zorgen ervoor, dat vele van deze vroegtijdig mislukken of stranden. De meedogenloze overgave aan het fantastische idee leidt tot blinde passie en een falende uitkomst. Dat mag je niet gebeuren. Een goed idee blijft hangen en voorbij komen, maar ontslaat je niet van je plicht hetgeen waar je nu mee bezig bent eerst af te maken.
Een wat meer gereserveerde benadering van fantastische creativiteit geeft je handvatten deze rustig te onderzoeken, te kijken of deze bij je past. Je te realiseren wat en waarom het idee je prikkelt, waar het vandaan komt. Waarom het misschien niet terstond hoeft te worden gerealiseerd, biedt je in tegenstelling tot blinde passie tussentijds de gelegenheid er afscheid van te nemen, het idee weg te parkeren of meer aandacht te geven.
Tijdens de rijpingsfase van het idee kunnen zich allerlei relevante zaken voordoen die het idee naar de prullenbak verwijzen of juist dichter bij de tekentafel brengen. Dat gebeurt op individueel niveau, bij de bedenker of indiener, maar ook bij de deelgenoten van het idee. Een ieder offert tijd en middelen om het idee te ontwikkelen, gestalte te geven of te saneren.
Tijdens het project “De Burger-meester” zagen we vele van voornoemde aspecten terug. Het feit dat de inbrengers van ideeen niet aanwezig waren tijdens het Stadsplein zegt misschien iets over de individuele rijpingsfase van de ideeen. De moeilijke keuze bij welke arbitrair geclusterde ideeen aan te sluiten is een lastige. Misschien was het ontstaan van meer organische verbanden (matrix) een meer voor de hand liggende geweest. De grote verschillen in benadering tussen de gepassioneerde inbrengers en de “nieuwsgierigen” een andere. De afwezigheid van vertegenwoordigers van het bedrijfsleven een gebrek aan nieuwsgierigheid? Of lopen hier de rijpingsfasen niet synchroon?
Het succes van het project De Burger-meester is moeilijk te duiden. Misschien is de uitkomst van een rijk gevulde agenda met ideeen qua opbrengst de mooiste uitkomst, het ongewisse over het vervolg de mooiste bijdrage aan de uiteindelijke ontwikkeling en realisatie van de creatieve bijdragen. De ontwikkeling van de common sense hoe met creatieve ideeen in deze stad om te gaan en ze tot wasdom te laten komen, met als bijvangst de ontwikkeling van de nieuwsgierigheid en soms cruciale rol van de gemeente in deze.