Categorieën

Service

Column: Stuka oftewel Moffenhoer

Column: Stuka oftewel Moffenhoer
Nieuws

Column: Stuka oftewel Moffenhoer

  • Bas van Toor
  • 19-05-2015
  • Nieuws
Column: Stuka oftewel Moffenhoer

Nu het grote feest van de bevrijding op 5 mei, met de daarvoor ingetogen herdenking op 4 mei,  weer achter de rug is en het leven weer zijn gewone gangetje gaat, gaan we ons nu weer op de voor de deur staande eindrapporten en vakanties storten. Maar ik denk toch nog even terug aan de tijd van rond 5 mei 1945.

Ik zie mijzelf nog staan als nieuwsgierig jochie van negen jaar toen directeur Cardol van de Maassluizer watertoren nog gauw even gearresteerd werd. Er kwam een vrachtwagen met een rotgang achteruit de Maassluise Joubertstraat in scheuren en die stopte nog net voor het alreeds open gebroken de hek van het waterleidingterrein. Er stormden vier á vijf man in een vreemde kleur uniform uit de laadbak. Daarna werd de deur van de watertoren gewoon ingetrapt. En even later werd meneer Cardol verzocht achterin de vrachtwagen plaats te nemen en twee minuten later zag de straat er weer gewoon zo stil uit als alle andere dagen. En dit gebeurde allemaal terwijl op honderd meter afstand de Maassluisse haven vol lag met schepen van de Duitse Kriegsmarine. Waarvan de ongeveer 200 goed uitziende officieren en matrozen dezelfde aantrekkingskracht op de vrouwelijke bevolking uitoefenden, als ook nu in deze tijd een in uniform gehulde jonge man van rond de 25 jaar.

Menig Maassluisse jeugdige, en later ook oudere schoonheid, stapte maar wat trots aan de arm van een knappe mof door het stadje. Tja, ze moesten wel. Want het gros van de huwbare Maassluise mannen zat in Duitsland voor de Arbeidseinzats. Maar ook in oorlogstijd blijven hormonen door het lichaam gieren.

Maar na 5 mei 1945 werd alles anders. Want toen namen de zogenaamde goede vaderlanders wraak voor vijf jaar onderdrukking. De NSB’ers werden opgepakt door de BS, oftewel de binnenlandse strijdkrachten. En de goede, serieuze verzetstrijders nagelaten, zaten daar toch ook vogels van vreemde pluimage bij, die ook in deze tijd toch moeilijk aan werk hadden kunnen komen. Bijna alle vrouwen die maar iets met de moffen hadden gehad werden als moffenhoer bestempeld en opgepakt. Na eerst de hele dag opgesloten te hebben gezeten in de Mr. de Vissser School aan de Fenacoliuslaan werden zij, net als in de middeleeuwen bij een ophanging, ten aanschouwen van de samengeschoolde bevolking op straat kaalgeschoren, waarbij ze zelf moesten zingen: ‘Kale kop, kale kop, met een hakenkruis, met een hakenkruis. Kale kop, kale kop met een hakenkruis erbovenop’. 

Eerlijk is eerlijk. Een deel van de Maassluise bevolking vond het maar niks en liet dat door luid gejoel wel merken, waarna een zwakbegaafd lid van de BS even de orde meende te moeten herstellen door het hele magazijn van zijn stengun de lucht in te jagen. Zo, dat zal jullie leren!,  zag je in de blik achter zijn dikke uilenbril. Maar die blik veranderde rap toen hem door zijn commandant in niet mis te verstane bewoordingen gevraagd werd of hij soms gek geworden was. 

Later in de middag moesten zo’n  vijftig à zestig vrouwen en meisjes al kaalgeschoren door Maassluis marcheren, terwijl ze weer moesten zingen: Kale kop, kale kop met een hakenkruis erbovenop. Sommige meisje waren daadwerkelijk door een paar ‘trouwe’ BS vaderlanders getrakteerd op een met zwarte verf geschilderd hakenkruis op hun kale kop. Ik als jongetje van 9 jaar begreep er niet veel van. En zelfs nu ook nog niet moet ik zeggen. Een aantal van die kaalgeschoren dames liet zich echter niet kisten en marcheerden vrolijk lachend door Maassluis. 

Een jaar of drie na deze knipperij kwamen ‘onze jongens’ terug. Een groot aantal had verkering gekregen met een mooie meid uit de gordel van smaragd. En daarvan lopen er nu nog knappe half- en kwartbloedige vrouwelijk nazaten rond die elke man de ogen uit zijn kop laten rollen. 

Ik zie ze nog, een paar maanden na de onafhankelijkheidsverklaring in 1948, in grote getale naar hier gekomen met schepen zoals de Zuiderkruis, de Willem Ruys en de Volendam. Ze stierven bijna van de kou in hun dunne sarongs toen ze de loopplank af kwamen. Maar ‘s avonds lagen ze toch lekker warm in een bed naast hun Toean Blanda en gleden ze vanaf de andere dag geruisloos de Nederlandse samenleving in.

Maar wat is nou het verschil tussen die Nederlandse meisjes die een knappe Duitse soldaat aan de haak sloegen en die Indonesische meisjes die een knappe Nederlandse soldaat aan de haak sloegen? Niks. Geen verschil. Allebei gewoon smoorverliefde ‘landverraadsters’. 

Toen op 1 mei 1965 bleek dat prinses Beatrix het voormalige lid van de Hitler jugend en later Duitse Wehrmacht Claus von Ambsberg aan de haak geslagen had, maakte alleen een vrouw tijdens een rijtoer door Amsterdam zich daar druk over en schreeuwde: ‘Moffenhoer! Moffenhoer!’

Zij werd weliswaar meteen door een paar politieagenten in burger opgepakt, maar ook weer gauw vrijgelaten. Hier en daar werd er nog geroepen: ‘Claus Raus!’ en een rookbommetje gegooid. Maar deze innemende man en diplomaat, pakte gauw alle Hollanders in. En er werd zelfs om hem gerouwd toen hij naar de eeuwige jachtvelden ging. En toen zijn zoon met een mooie Argentijnse thuis kwam, waarvan de vader staatssecretaris was geweest tijdens het schrikbewind van de Argentijnse dictator Videla, verdronk tijdens de huwelijksplechtigheid half Nederland in de tranen die de bruid huilde bij ‘Adios Niño’ gespeeld door Karel Kraayenhof. 

Maxima, de dochter van een man die Videla steunde. De dictator die kost wat het kostte bij de naderende Olympische spelen een gouden medaille wilde winnen bij het schoonspringen. Alleen zijn manier van trainen was een beetje raar. Want zijn ‘watersporters’ moesten zonder parachute uit vliegtuigen springen die 3.000 tot 4.000 meter hoog vlogen. Met alle gevolgen van dien. Maar inmiddels hebben we allemaal, ook ik, Koningin Maxima in ons hart gesloten. Want de tijd heelt immers alle wonden. En zeg nou zelf, ik word liever door Willem en Maxima in het buitenland vertegenwoordigd, als door het illustere duo Rutte en Samson.

Ja, dat zijn zo de dingen waar ik rond 4 en 5 mei toch nog even aan moest denken. Wat wil je daar nou mee zeggen, Van Toor? Ik? Niks. Maar ik vind dat het leven toch af en toe draaiboeken schrijft die je als tekstschrijver niet kan verzinnen. 

Alhoewel…

Op 4 mei om 3 minuten over 8, na de twee minuten stilte, toch nog effe gelachen. Een naast mij staande Duitser vraagt: ‘Was geht hier vor?’ Ik antwoordde in het Duits: ‘Wij herdenken de gevallene uit de Tweede Wereldoorlog.’ Toen zei die mof: ‘Bij ons zijn er ook veel gevallen.’ Ik zei: ‘Ja, dat weet ik. Maar dat vieren wij morgen.’

Happy Logger Festival