
VLAARDINGEN
– Een Scheveningse visser komt voor het gerecht omdat hij zich in Vlaardingen aan ‘wederspannigheid’ schuldig zou hebben gemaakt. Hij verzette zich daar zodanig tegen de agenten die hem kwamen arresteren ‘dat men weldra over de grond lag te rollen’.
,,Terecht stond de 54-jarige Scheveningsche visscher j. vd H. die op 10 september te Vlaardingen zich aan wederspannigheid zou hebben schuldig gemaakt, door toen hij zich bevond in het café van J. vd Plas en een drietal agenten kwamen opdagen om hem op verzoek van den eigenaar te verwijderen, zich met geweld tegen hen te verzetten, welk verzet bestond in schoppen en trappen naar deze ambtenaren.
Het bleek dat beklaagde met nog iemand het den caféhouder vd Plas den avond van den 10 september zeer lastig maakte. Niets was dus natuurlijker dan dat vd Plas de hulp der politie inriep. Maar beklaagde teekende tegen die interventie op zulk een wijze protest aan, dat men weldra over den grond lag te rollen en de agenten Roelofs, Pleyte en Vestiens de handen vol hadden.
Beklaagde was beschonken. Dat wilde hij wel weten, maar van ’t verzet wist hij niets omdat hij geheel buiten westen was geweest. Ter terechtzitting deelde hij bovendien nog eenige grieven mede, die zijns inziens de rechtbank in overweging zou moeten nemen. Zo had men hem toen hij, in de wacht gebracht, om drinken vroeg een portie pekelharing gepresenteerd en in de tweede plaats had de politie hem de keel willen dichtknijpen. Wat niet prettig is. De president ondervroeg de agenten doch zij ontkenden ten stelligste pekelharing te hebben aangeboden of beklaagde’s keel te hebben willen dichtknijpen.
Het O.M. vorderde beklaagde’s schuldigverklaring aan wederspannigheid en zijn veroordeeling tot 1 maand gevangenisstraf, wat beklaagde zeer onbillijk vond, daar hij mishandeld was en de getuigen een valsche verklaring hadden afgelegd.’’