
VLAARDINGEN – Jacco Bezuijen is hoofdagent bij de politie Rotterdam-Rijnmond en een van die agenten die met zijn twitteraccount
@PRRBezuijen de toenemende aanwezigheid van de politie op social media symboliseert. Maar Jacco doet meer. Via een
eigen blog geeft hij een soms verrassend inkijkje in zijn werk. Een aanrader om te volgen. Hij publiceerde donderdag 13 december een verhaal over een achtervolging dat we u niet willen onthouden.
De boom in!
,,Collega Bart en ik surveilleren over de A20. Bart bestuurt onze Mercedes 270 en ik zit er als bijrijder naast. Ter hoogte van de afslag Schiedam-Noord zien wij twee personenauto’s op de vluchtrook staan. We gaan uit van een aanrijding en stoppen achter beide voertuigen. Naast het achterste voertuig staan een man en een vrouw te praten. Als we willen uistappen, zien we de man zichtbaar schrikken en snel naar de voorste auto lopen; een zwarte Volkswagen Golf. Als de man is ingestapt, rijdt hij met hoge snelheid weg. Dit is geen zuivere koffie en we laten de vrouw even voor wat het is. We rijden achter de zwarte golf aan de afrit af en zien hoe de bestuurder, door het rode verkeerslicht, linksaf de Churchilweg oprijdt en van ons probeert weg te rijden.
Bart geeft vol gas en ik zet de optische en geluidssignalen aan om het overige verkeer te waarschuwen dat wij eraan komen. Ik meld de meldkamer dat wij in een achtervolging zijn beland en geef de positie door waar wij rijden. De bestuurder van de zwarte Golf negeert wederom een rood verkeerslicht en slaat linksaf de Mozartlaan in. We hebben weinig moeite om de Golf bij te houden, maar hoe krijg je een op hol geslagen bestuurder veilig aan de kant, zonder dat er onschuldige slachtoffers vallen?
Aangekomen bij de Brederoweg slaat de Golf links af. Ik geef heel rustig onze positie door aan de meldkamer, hoewel ik, door adrenaline, eigenlijk hard en snel wil praten. Net als ik wil doorgeven waar we ons bevinden, moet ik de spreeksleutel even loslaten, om mij vast te houden in de scherpe bocht naar links. Bart moet hard lachen als ik mij excuseer bij de meldkamer voor de korte onderbreking in de berichtgeving, om vervolgens op een rustige en kalme toon, door te gaan met het verstrekken van de informatie.
Na vijfhonderd meter houdt de weg op en zien wij hoe de zwarte Golf het fietspad naast de trambaan oprijdt. De man rijdt met hoge snelheid richting Vlaardingen en ontwijkt maar net iemand in een invalidenvoertuig die op het fietspad onze kant op komt rijden. Op de Europaboulevard slaat de man linksaf de Eksterlaan in. We zien dat de man met het linkervoorwiel een stoeprand raakt en moeite heeft zijn voertuig op de weg te houden. Op de Korhoenlaan gaat de weg scherp naar rechts. De bestuurder van de golf rijdt te snel om de bocht te kunnen maken en klapt met de voorzijde van zijn voertuig, in de linkerachterzijde van een personenauto die uit tegenovergestelde richting kwam aanrijden.
In een grote witte stofwolk komt de Golf, half op de stoep en half op het parkeerterrein van voetbalvereniging Zwaluwen tot stilstand. In het voorbij rijden van de, door de vluchtende man, aangereden auto, kijk ik hoe het met de bestuurder gaat. De man stapt geschrokken, maar ongedeerd, uit zijn zwaar gehavende auto. Als ik voor mij kijk, is de bestuurder van de zwarte Golf, uit zijn auto gesprongen en weggevlucht. Bart heeft gezien dat hij de bossages langs een brede sloot is in gerend en wijst mij de plek waar hij hem voor het laatst heeft gezien. Als ik uit onze dienstauto ben gekomen, ren ik de bossage in, achter de man aan. Die lijkt echter in het niets te zijn opgegaan. Aan de overkant van de sloot zie ik Bart rijden en ik roep via de portofoon dat hij verderop de man de pas moet afsnijden. Het kan niet anders of de man is over het hek of door de sloot, het sportcomplex opgevlucht.
Als ik, met veel moeite, over het hoge hek ben geklommen, begint mijn zoektocht naar de man. In de richting van waar Bart staat, kam ik de bossages uit en Bart doet dat vanaf zijn positie. Boven op een elektriciteitshuisje vindt Bart een nat T-shirt en een natte trui. Maar hoe we ook zoeken, de voortvluchtige man blijft spoorloos. Het kan niet dat de man, in de korte tijd die hij had, ver weg is gekomen. We krijgen hulp met zoeken van collega’s uit het district en van een hondengeleider met zijn hond. Alle uitgangen van het sportpark zijn nu afgesloten en ontsnappen is onmogelijk.
Het duurt niet lang of de politiehond leidt, Bart en mij, naar een paar bomen achter de kantine van de honkbalvereniging. In de bossages, onder één van de bomen, blijft de hond opeens staan en kijkt omhoog. Het lijkt wel of de hond verbaasd is en na een paar seconden begint hij met zijn staart te kwispelen en onnoemelijk hard te blaffen. Bart en ik kijken omhoog, de boom in. Halverwege de boom staat een zeiknatte man die zich, staande op een dikke tak en met ontbloot bovenlijf, met twee handen probeert vast te houden aan de takken boven hem. Bart kan het niet laten om met een grote glimlach op zijn gezicht, naar de man te zwaaien. ‘Hallo, hebben we je toch nog gevonden!’, zegt Bart tegen de man. De man laat één hand los en zwaait, waarschijnlijk van de zenuwen, naar Bart terug… ‘Als u de hond weghaalt, kom ik naar beneden’, zegt hij.
Het rijbewijs van de man bleek een aantal weken hiervoor te zijn ingevorderd en dit was de reden waarom hij, in paniek, voor ons was weggereden. De auto waarin hij reed had hij geleend van zijn moeder, die niet wist dat het rijbewijs van haar zoon was ingevorderd. Welke straf de man voor zijn vlucht en het veroorzaken van de aanrijding heeft gekregen ben ik nooit te weten gekomen.
De vrouw die op de snelweg stond had pech en was een bekende van de man. Hij was gestopt om haar te helpen, zij is later door de ANWB geholpen.'