Archiefstukken duiken op in Deventer
- Erik Meijer
- 24-04-2012
- Nieuws
VLAARDINGEN - Het Vlaardingse Stadsarchief dat sinds 2004 ook de belangrijkste archieven van Maassluis herbergt, krijgt met regelmaat nieuwe aanwinsten binnen. Vaak betreft dat archivalia van personen, bedrijven en verenigingen van de laatste 100 jaar. Slechts zeer zelden duiken veel oudere archiefstukken op. Dat ‘zeer zelden’ was vorige week het geval toen een postpakketje werd afgegeven aan het Plein Emaus 5 in Vlaardingen.
Groot was de verbazing toen bij opening daaruit vijf liassen met enkele honderden facturen en kwitanties van de kerkmeesters van Maassluis uit de periode 1741-1745 tevoorschijn kwamen. Een lias is een stapeltje papier dat door middel van naald en draad aan elkaar is geregen om het als geheel te bewaren, meestal omdat het over één jaar gaat. Een lias is dus eigenlijk een voorloper van de nietjes en de paperclips. De naalden zitten nog gewoon aan de veters of koordjes.
De attente – in Deventer woonachtige – afzender vermeldde daarbij dat hij deze stapel twaalf jaar geleden bij een stapel oud papier had gevonden en sindsdien bewaard had. Nu hij aan het opruimen was, kwam hij de oude papieren weer tegen, las ergens Maassluis en vond op internet uit dat hij daarvoor in Vlaardingen terecht kon.
De kerkenraad hield zich voornamelijk bezig met het geestelijk welzijn van de kerkleden, maar de kerkmeesters (tegenwoordig meestal kerkvoogden genoemd) waren verantwoordelijk voor de materiële zaken, waarbij de kerkgebouwen (de Groote Kerk en de inmiddels verdwenen Kleine Kerk aan de Hoogstraat) wel de meeste aandacht vroegen. In de stukken wordt gedetailleerd beschreven wie, wat en voor welk bedrag aan de gebouwen verspijkerde.
‘Voor den drank’
Zo werd op 11 januari 1742 acht gulden, zeven stuivers en acht penningen betaald aan de weduwe van Jan de Jong voor de werkzaamheden die hij op 8 mei 1741 in de Groote Kerk had verricht. Hij had daarvoor ‘de glasen (=ramen) van binnen aangestreken en verder in de kaamer (=consistorie) en in de karck (=kerk) gerepereert.’ De opperman en een knecht waren er twee dagen aan bezig geweest, er was een ‘sak kalk en handerhalf viereling tras’ (=cement) doorheen gegaan en ‘voor den drank’ werd 13 stuivers in rekening gebracht. Al met al een belangrijke bron voor de bouwgeschiedenis van de Groote Kerk van Maassluis. Uit het begraafboek van Maassluis blijkt dat metselaar Jan de Jong in de tussentijd (september 1741) overleden was.
Het is raadselachtig hoe deze 270 jaar oude Maassluise archiefstukken in Deventer zijn beland. Omdat de vindplaats bekend is, onderzoekt de stadsarchivaris nu wie in het verleden de eigenaren of bewoners van dat pand in Deventer zijn geweest. Wellicht is één van de kerkmeesters van Maassluis ooit naar het oosten des lands verhuisd, met meeneming van de stukken die hij eigenlijk in Maassluis had moeten laten. Al met al een intrigerende geschiedenis.