Column: 58 jaar beroepsentertainer
- Bas van Toor
- 18-10-2014
- Nieuws
Na 58 jaar intensief in het amusementsvak werkzaam te zijn geweest doe ik het nu wat rustiger aan en kom ik nu ook tot de ontdekking dat er ook nog een ander leven bestaat als elke dag naar Harderwijk, Winschoten of Kortrijk rijden, om daar twee uur lang een zaal met jeugdig publiek en ouders te vermaken. Ik ga nu ook, zoals van de week, eens naar Blijdorp met mijn kleinkinderen. En ook afgelopen week naar, het summum van kindervermaak volgens mijn kleindochter van zes, de jungle speeltuin boven de Action aan de Parallelweg. Allemaal dingen die vroeger ondenkbaar waren. Want je moest de toko alleen al draaiende houden vanwege de salarissen van het tientallig personeel wat al die jaren nodig was om in twee uur tijd, waar dan ook in België of Nederland, een kale sporthal om te toveren in een theater. Compleet met licht, geluid, toneel en twaalfhonderd zitplaatsen, wat ook weer allemaal over de weg ging in drie vracht auto’s en even zoveel aanhangers.
Het deed mij enige maanden geleden wel pijn toen de drie vrachtwagens, na eerst ontdaan te zijn van de kleurrijke kop van mijn alter ego Clown Bassie, verkocht werden. Het enige van het wagenpark wat er nog over is is mijn privéauto en een Ford Transit bestelbus. Maar aan deze laatste zijn we te veel gehecht, dus die blijft voorlopig nog wel dienst doen bij kleinschalige optredens van 35 á 40 minuten als DJ in een disco of als mondharmonicasolist op Jazz Festivals. En bij het vervoer naar kleinschalige kinderpartijtjes zoals communies, verjaardagen of trouwfeesten van fans.
Onlangs werd mij gevraagd: ,,Mis je het elke dag optreden?'' Toen antwoordde ik naar waarheid: ,,Nee. Wat ik wel mis is iedere woensdag, zaterdag en zondag en in de vakantietijd elke dag, met een fantastische ploeg jonge jongens en meiden op stap te gaan. Een fantastische groep jongelui die voor mij elke dag zorgden dat ik op het door hun opgebouwde toneel kon werken, het publiek op de door hun klaar gezette stoelen kon gaan zitten en dat mijn microfoon goed uitgestuurd werd en mijn begeleidingsbanden op tijd gestart werden. Maar vooral het leuke overblijven en het gezamenlijke diner in een hotel als we een paar dagen in Groningen, Maastricht of Kortrijk stonden met de show mis ik wel eens.''
Bij de vele succesvolle optredens hebben we zowel op het toneel als er achter en in de auto’s op weg naar de steden altijd gehuild van het lachen. Met onze jongens en ook meiden. Waarvan één, een struise Surinaamse meid is die nu inmiddels al acht jaar werk als vroedvrouw achter de rug heeft. En ook inmiddels zelf moeder is van een plaatje van een dochter van één jaar. Ik denk dat, in al die 35 jaar dat we met de Lachspektakelshow op reis waren, ik wel tachtig verschillende jongens en meiden de revue heb zien passeren. Jongelui die allemaal in hun studietijd en in de leeftijd van 17 tot 24 jaar bij ons hun studiegeld of brommer verdiend hebben. Een aantal van hen kom ik bijvoorbeeld af en toe tegen op de markt en dan halen we nog wel eens ouwe herinneringen op.
Het valt mij op dat ze bijna allemaal goed terecht zijn gekomen. Eén heeft het zelfs tot aannemer geschopt en hij heeft laatst nog een klus uitgevoerd aan de verbouwing van het huis waar ik binnenkort ga wonen, omdat mijn vrouw en ik het na 52 jaar elke dag drie trappen beklimmen in onze ruime woning aan de Westhavenkade meer dan welletjes vinden. We gaan het huis verkopen en er wordt in de buurt twee pandjes tot één gelijkvloerse woning verbouwd voor twee mensen die al een aantal jaar de AOW leeftijd bereikt hebben. Alleen die AOW heb ik, omdat ik nog lang doorgewerkt heb, elk jaar weer via mijn belastingaanslag aan Neutepiet door kunnen sturen. Maar ja, er zijn ergere dingen.
Ik hoop wel dat de toekomstige bewoner van ons huis er net zoveel plezier beleeft als wij in al die 52 jaren op het gezelligste punt van Vlaardingen aan de Westhavenkade. Alhoewel het nu wel erg saai is geworden door een aantal achterlijke maatregelen van Tjerk en zijn Bende van Vijf, die jarenlang als een stelletje echte salonsocialisten - links lullen en rechts vullen - geleefd hebben, waardoor Vlaardingen nu gewoon een derdewereldgemeente geworden is en er nu bezuinigd moet worden op dingen waar je niet op mag bezuinigen. Ik bedoel bijvoorbeeld de kinderboerderij. Hoe breng je kinderen nou liefde en respect voor dieren bij als ze die alleen maar in een dierentuin of op plaatjes kunnen zien? En hoe belangrijk een zwembad is komen ze misschien nog wel achter als er een kleinkind van een wethouder bijna of helemaal verzuipt. Om maar te zwijgen over het achterstallig onderhoud van de stad waar de illustere cultuurmafkezen maar een poosje de ogen voor hebben gesloten in hun niet te stuiten cultuurbevlieging. Het achterstallig onderhoud van de stad zal in de toekomst nog voor grote problemen zorgen. Ik schaam mij rot als ik via de Vulcaanweg de stad binnen kom. ‘Wat een gribus!’, moet elke vreemdeling denken. Liverpool in de jaren ‘70.
Het is rustig aan de Westhavenkade. Te rustig vinden al mijn buren en ik, die er vroeger een goeie boterham verdienden, hetzij in de horeca of als verf- of antiek handelaar. Het moest een uitgaanscentrum worden met grote allure en zonnige terrasjes en zo. Maar niemand van het stadhuispaleis heeft de bewoners geraadpleegd. Want zelfs een kind had hun kunnen vertellen dat de zon, zelfs in de hoogzomer, al om vijf uur ‘s middag achter de huizen verdwijnt en het dan gelijk behoorlijk fris wordt zodat niemand zin heeft om daar een terrasje te pikken. En we hebben een ‘wandelpromenade’ waar menig vrouw met haar naaldhakken tussen de te ruime kieren van de klinkers blijft steken waardoor ze breken. Om over die maffe zinloze poller maar te zwijgen.
In Vlaardingen krijgen bewoners die wat betekend hebben voor de stad een speldje met een echt zilver harinkje erop. Ik stel voor om de ambtelijke blunders en dwalingen ook te belonen met een speldje. Maar dan met een grijsgroen visje er op. Dat visje wat je nogal veel in de Vlaardingse Vaart vangt en luistert naar de naam boerenlulletje. En iedere recht geaarde visserman weet, als je eenmaal een boerelul vangt, dat je dan naar huis kan. Want je vangt die dag geheid geen vis meer.