Column: Couleur Locale
- Wouter Schutte
- 11-10-2014
- Nieuws
Twee weken geleden reed ik terug naar huis. Radio aan en eindelijk tijd om het wereldnieuws of wat daar voor door mag gaan tot mij te nemen. Na een kwartier valt dat in herhaling en driftig zoekend naar iets leuks passeerde een interruptie met een stem die mij heel bekend voor kwam maar niet in eerste instantie dwong om daar direct een naam aan te verbinden. Duidelijk herkenbaar, een man, bekend maar geen naam, kent u dat. Dan ga je meer naar de inhoud van zijn verhaal luisteren om alsnog man en paard te kunnen benoemen, maar hier duurde het even. Het interview ging over het BIM-huis in Amsterdam, opgericht om muzikanten, die actief waren in de improviserende (jazz-) muziek een platform, een betaald podium te bieden.
De man achter de microfoon was Hans Dulfer, vader van Candy. Een man met een uitgesproken mening over hoe je muziek moet maken. Jarenlang actief in de subcultuur van Amsterdam vond hij het nodig een Bond voor Improviserende Muzikanten op te richten die in het BIM-huis betaald konden optreden. Vanuit zijn Paradiso-tijd kende Dulfer een grootse schare aan toppers, dus aan talent was geen gebrek. De latere jazztempel floreerde en nu veertig jaar later is het tijd voor de schandaaltjes, de ups en downs en natuurlijk terugblikken en nagenieten. En met Dulfer in de studio ben je van succes verzekerd. Hij neemt geen blad voor de mond en is een meester in het neerzetten van de juiste sfeer, soms rauw, dan weer nederig om zijn matties alle gelegenheid te geven het beste van zichzelf te laten zien. En hij vergeet de juicy details niet.
Naast hem in de studio zat Kim Hoorweg, de dochter van ja, Erwin Hoorweg. Als het kind gaat zingen zet je je auto langs de kant van de weg, absoluut top. En dat blijkt, want de internationale pers en platenbazen scoutten haar al op jonge leeftijd. Dulfer verklaart een groot deel van haar succes aan het feit dat zij met de paplepel heeft ingegoten gekregen hoe een bas, een gitaar, drums of een saxofoon moet klinken, spelenderwijs dag in dag uit zij van haar vader zijn kennis heeft meegekregen. En dat door die ambiance nu op jonge leeftijd al de vruchten worden geplukt van haar voorsprong en diepgang in haar culturele ontwikkeling. En passant trekt hij de parallelle ontwikkeling en carrières van zijn eigen dochter.
Aan dit interview moest ik denken toen ik in het Valkenhoftheater een optreden van het Vlaarding Musical Gezelschap bezocht. Daar ontmoette ik een jongeman, ik schat hem in op een jaar of dertig, die mij vertelde dat de liefde de reden was van zijn vertrek bij de vereniging, maar dat hij zich nog altijd 'lid van' en sterk betrokken voelde bij dit gezelschap. Wat hij nu deed? Wonen bij zijn schatje, les geven in drama, dans, muziek en natuurlijk een eigen band. Van zijn hobby zijn werk gemaakt? Ja! En toen kwam het hoge woord eruit. Vroeg begonnen, jarenlang repeteren, onderdeel uitmaken van een vriendenclub. Al vroeg weten en leren hoe iets werkt en vooral heel veel oefenen. En mensen om je heen die het verhaal kunnen vertellen hoe het moet of kan. Dat geeft je niet alleen een voorsprong in je vak maar onderscheidende kwaliteit. En nu? Je kennis delen en steeds maar weer je ervaringen blijven uitwisselen.
Misschien moeten we hier de komende weken even aan terugdenken als we de gemeentelijke begroting behandelen. Draaien we onze subcultuur niet de nek om? Halen we als stad niet onbedoeld het bloed uit de aderen van onze culturele ontwikkeling en ontnemen we onze kinderen niet de mogelijkheden om te excelleren op andere terreinen dan alleen het bijdragen aan de lokale begroting. Ontnemen we hen niet de kansen echt goed te worden en zich te onderscheiden in wat hen beweegt?
Moeten we misschien een beetje breder kijken en toch die muziektent in het centrum zetten. Dat is leuk, stimuleert de beleving van de binnenstad, maakt van de stad een verblijfsgebied en stimuleert de economische ontwikkeling. Misschien een beetje zo. En vooral een beetje zuiniger zijn op het laagdrempelige culturele kapitaal dat onze stad kenmerkt.