Column: Iedere bejaarde een smartphone
- Bram Keizerwaard
- 28-02-2015
- Nieuws
Het moge bekend zijn dat uw columnist plaats 30 bezet op de ranglijst van het CDA voor Provinciale Staten. Om überhaupt op het provinciepluche terecht te komen heb ik dus behoorlijk wat voorkeurstemmen nodig. Maar wellicht helpt het volgende plan.
Toegegeven, het is irritant om hele volksstammen jongeren vastgeketend te zien aan hun smartphone. Zag je vroeger, bij een bushalte, reikhalzende blikken om te kijken of het bus(je) er al aan kwam, tegenwoordig kijkt iedereen in zijn handpalm naar het verlichte schermpje of daar iets wordt gemeld over de aankomsttijd van de bus. Hele groepen lopen achter elkaar starend naar hun mobieltje als een groep monniken aan het brevieren. ( Voor de niet ingewijden: brevieren is het lezen in een gebedenboek). Het wordt er niet gezelliger op...
Maar toch is er nog één ding waaraan ik mij nog meer erger dan aan het bovenstaande gsm-staren. Het is het verschijnsel dat je bij jongeren niet tegenkomt maar bij ouderen des te vaker. Ik kan geen supermarkt binnenlopen of ik stuit (vaak letterlijk omdat het winkelwagentje dwars geparkeerd staat) op een groep bejaarden die met elkaar het laatste nieuws uitwisselt. En het laatste nieuws bestaat altijd uit één onderwerp: 'hoe gaat het met me?'
Na de begroeting en de verplichte vraag volgt steevast een ooggetuigenverslag van het laatste bezoek aan de arts of het ziekenhuis. Geduldig luistert de andere gesprekspartner omdat deze weet dat zijn beurt nog komt. Vervolgens pakt hij of zij uit met de laatste waarden van het onderzoek en de medicatie die hem of haar is toegekend. Soms stopt het gesprek... Dat is die enkele keer dat er niets te melden valt en de persoon nog in blakende gezondheid verkeert. Maar goed, dan is er altijd wel het verhaal van de zwager of de buurman waarmee het niet goed gaat.
Het liefst worden deze gesprekken gehouden op het kruispunt van twee winkelpaden. Meegaande (letterlijk en figuurlijk) echtgenoten, houden braaf de zijkant van het karretje vast (het is óns karretje!) en de weg wordt versperd totdat men de dosis van de medicatie heeft uitgewisseld.
Onlangs moest ik een ouder iemand vervoeren naar de andere kant van het land. Een autoritje van ongeveer tweeënhalf uur. Direct na het instappen in Vlaardingen, werd ik getrakteerd op medische bulletins, enge ziekten van buren, zwagers en iedereen waarvan mijn passagier dacht dat ik die misschien zou kunnen kennen. Voorbij Gouda kreeg ik het te kwaad en schoot een beetje uit mijn slof en verzocht of we het over iets anders zouden kunnen hebben. Mijn passagier was duidelijk beledigd en een oorverdovend stilzwijgen vulde mijn auto. Terwijl ik het blik stuurde, werd er met een stuurse blik naar buiten gekeken.
De stilte duurde tot Deventer…..Ik besloot het gesprek maar weer op gang te brengen en wees mijn passagier op de uiterwaarden aldaar die onder water stonden vanwege het hoge water. ,,Ja'', antwoordde mijn medereiziger, ,,Ik zie het, van de week heb ik dat hoge water ook gezien op de Aelbrechtskade in Rotterdam.'' ,,Oh ja?'', antwoordde ik geïnteresseerd, ,,wat deed je dan in Rotterdam?'' Blij dat het gesprek weer op gang kwam. ,,Ik ging met mijn zoon naar de uroloog in Dijkzigt!'' Weer waren we bij af.
Vandaar mijn plan om iedere oudere een smartphone te geven. Net als de jongere zombies zullen ze dan wellicht hun ogen op het scherm houden en ieder contact vermijden. Da's niet leuk, maar vele malen beter dan alle medische bulletins. Oh nee, heb ik het nu over vele malen ‘BETER’? Ik word oud. Hier met mijn telefoon!