Categorieën

Service

Column: Kerstgedachte

Column: Kerstgedachte
Nieuws

Column: Kerstgedachte

  • Bas van Toor
  • 16-12-2014
  • Nieuws
Column: Kerstgedachte

Petronius de Romeinse geschiedschrijver en satiricus schreef het al circa tweeduizend jaar geleden: Mundus vult decipi, ergo decipiatur. Oftewel: De wereld wil bedrogen worden, laat haar dus bedrogen worden. 

Vroeger, bij gebrek aan televisie, was het de taak van de vaders en opa’s om aan hun kinderen en kleinkinderen verhalen te vertellen. Om ze zo bezig te houden als het vroeg donker werd en hun kroost nog geen slaap had. Die verhalen gingen over van vader op zoon en ieder gaf er zo zijn eigen draai en visie aan. Zo zal het verhaal van de onbevlekte ontvangenis van Maria bij geboorte de van Jezus Chistus zo’n tweeduizend jaar geleden ook wel gewoon begonnen zijn. En zullen Jozef en Maria ook gewoon, zoals menig jongen en meid die even een wipje in de auto van Pa of in een tentje maken, in de haast een Durex vergeten zijn. Dan maar even een verhaal verzinnen: Op de verkeerde WC gezeten, per ongeluk een slip van mamma aangetrokken etc. etc. 

Ja, opa kan zijn kleinkinderen kwalijk vertellen dat Jozef en Maria lekker van bil zijn geweest. Dus verzon hij er maar een heilige geest bij. Lekker mysterieus en aan een geest kan je toch lekker niks vragen. Dus hebben ze het ook maar zo gelaten al die jaren. En bij gebrek aan een taxi zo’n tweeduizend jaar geleden, hebben ze maar een ezel genomen om naar de dokter te gaan voor de bevalling. En omdat er toevallig ook nog eens een volkstelling door de Romeinse Keizer Augustus uitgevaardigd was, zodat hij iedereen nog beter een belastingpoot kon uitdraaien, waren alle hotels volgeboekt en zijn ze, net zoals nu ook nog wel gebeurt, bij de boer gaan slapen. Die boer had nog een plekje over in de stal voor een handvol munten. Dat was zeker net zo’n boer als waar je in de oorlog een half mud aardappels kon ruilen voor je trouwringen. 

Nou, en in zo’n stal kom je wel eens een os, een paard en een schaap tegen. Het kindje gebaard en gauw in doeken gehuld in een kribbe gelegd. Lucas kon in hoofdstuk 2 vers 6 en 7 kwalijk schrijven:  'Maria heeft voorspoedig gekalfd en die autist gauw in zijn blote kont in de voertrog gekieperd'. Dus heel simpel het verhaal van vader op zoon steeds opgeleukt. En af en toe ook verneukt. Zo klaar als een klontje en geen speld tussen te krijgen. Of toch niet helemaal?

Want het is van oudsher bekend dat Joden handige zakenlieden zijn. Dus maakten zij van een simpele wip door een niet getrouwd stel een businessplan. Zo goed, dat als je er nu in deze tijd mee bij een bank zou komen je zonder meer een bedrag mee zou kunnen lenen waarmee de Stad Vlaardingen in één keer uit de zorgen zou zijn en het GroenLinkse potverteren weer van vooraf aan zou kunnen beginnen. En als eerste zou er -afgekeken van de Afrikaanse despoot Bokassa- gelijk een gouden deurknop op de deur van de cultuurtempel Kade40 komen. 

Ook zou er een overkapping van de Haven komen. Om het dagelijks uit alle windstreken toegestroomde publiek te laten genieten van het schouwspel van de live haringvangst in de Ouwe Haven. En het publiek kon zelf zien hoe duur de vis en het visserijmuseum betaald worden. En bij de Stadsgehoorzaal zouden ze ook niet meer benauwd kijken als er gewoontegetrouw voor een kwartvolle zaal met publiek gespeeld werd. De Kroepoekfabriek zou zonder blikken of blozen Anouk voor 20.000 euri in haar programmering opnemen en zou de bierpomp van die duistere Horeca BV volop stromen. Want het amusement werd toch door de subsidie betaald. Want wat in Hollywood kan, dat kan in Flardinga toch ook. 

Maar hoewel de naam van mijn grootmoeder van moederskant Letterman was, hebben we helaas in onze bruisende stad niet al te veel 100 procent joodse inwoners. En hier hebben we dus maar een heel kleine (B & A) filmindustrie, helaas. 

Wel hebben we hier dankzij de margarinefabriek van de Romi sinds 30 jaar meer dan duizend Palestijnen in onze bruisende stad wonen, die geruis- en probleemloos en zelfs op een voorbeeldige manier geïntegreerd zijn in de Vlaardingse samenleving. Enige fanatiekelingen daargelaten. Want die zijn zelfs belastinginspecteur van beroep geworden. Dit tot verdriet van mij en veel medebewoners van Sparkling City. Maar toch mag ik graag een pizza eten van de Palestijn Mansur, die een Italiaans toprestaurant heeft boven de Ouwe Stoep. Met de altijd goedgemutste Mansur maak ik regelmatig een praatje bij kapper Herman Etman. 

Wist u overigens dat hij een Palestijn is waar je binnen een steenworp afstand kan komen en tegen hem praten, maar niet binnen een heupworp? Want hoewel hij kleiner is dan ik, is hij in zijn jonge jaren Karate kampioen geweest en heeft hij zelfs menig Japanner laten voelen dat je als Palestijn heus geen bommen nodig hebt. Want je kan met trekstoten en hielkicken je tegenstander ook behoorlijk pijn doen. Tijdens onze gesprekken vertelt hij mij ook wel eens wat er af en toe met zijn familie in zijn thuisland gebeurt. En dat zijn niet al te frisse streken van het uitverkoren volk. Hallo? Wie maakt uit wie uitverkoren is? Toch vreemd, dat de NOS ons dit nooit laat zien. Maar er zijn zoveel dingen die je niet ziet en toch gelooft. 

Mijn vader vertelde bij het licht van een klein vlammetje, van een klein lontje wat door een kurk gehaald was en in een pot raapolie dreef, de avond voordat hij op 9 Januari 1945 in een beestenwagen afgevoerd werd naar Duitsland (waar hij zes weken later door de ontberingen tijdens die tocht overleed) het verhaal van de ondergang van de Titanic. 

Het was die 8ste Januari 1945 niet al te warm in onze Maassluise woonkeuken zodat ik van mijn moeder een deken omgedaan kreeg. Nou, als dit geen sfeertje was om het verhaal van het vergaan van de Titanic aan te horen, weet ik het ook niet meer. Ik hoor mijn vader nog zeggen: ‘Terwijl het grote schip zonk, bleef het orkest gewoon doorspelen met het schone lied ‘Nader mijn God, nader mijn God tot u’.’ 

Echt iets voor een stel maffe, strak van de coke staande muzikanten die in God geloven en van muziek houden. Ik waagde nog: ‘Pa, toen ze in dat ijskoude water lagen speelden ze toen ook nog gewoon door?’ ‘Ja jongen, dat weet ik ook niet zo precies. Ik heb het ook maar van horen zeggen. Ik ben er natuurlijk niet bij geweest.’ En zo gaat dat met al die sterke verhalen. 

Zo kreeg ik altijd een raar gevoel in mijn lichaam als ik bij pa op de Maassluissedijk achterop de fiets zat en we na een bezoek aan de beide opoes in Vlaardingen naar ons huis in Maassluis reden en we langs de boerderij de Vergulde Hand kwamen. Dan keek ik tussen mijn hoog opgetrokken jaskraag stiekem of ik die inbreker zag lopen, die net door de dienstmeid van de boerderij zijn hand was afgehakt en nu tot zijn verbazing zag dat die hand van goud was. Ja, als hij dat verdomme eerder geweten had, dan was hij met die gouwe klauwen niet eens gaan inbreken. Maar op de kermis gaan staan als bezienswaardigheid.

Ook prachtig is dat typische Vlaardingse verhaal van een aantal mensen die beweerden dat een alhier wonende vrouw zich in de nacht kon veranderen in een grote zwarte kat en die lachte om alle kogels die op haar afgevuurd werden. Maar een slimme Vlaardingse politieagent (die had je toen ook al) wist dat die kat behekst was en in plaats van met een kogel te schieten, schoot hij met een zilveren dubbeltje. En raak ook. Laat nou de andere dag die verdachte vrouw met haar arm in een verband lopen. ‘Zie je wel!’, zei iedereen. Dat het arme mens in het donker gewoon van de zoldertrap was gevallen, had niemand aan gedacht. Prachtig toch, al die ouwe verhalen? Eigenlijk veel spannender als Baantjer of Flikken Maastricht.

Het leuke was in die tijd, dat de mensen ook nog gewoon uren met elkaar konden babbelen, liegen en overdrijven. Maar dat is allemaal voorbij. Want pa en moe vertellen geen verhalen van die strekking meer. Die doen gewoon een dvd’tje van die geschifte clown en irritante acrobaat in de pretautomaat. Zelfs op Oudejaarsavond staat die flikkerbuis aan voor de gezelligheid.  Ook opa en oma vertellen geen verhaaltjes meer aan hun kleinkinderen. Want oma moet naar het Gospelzangkoor, Bejaarden Judo, Jazzballet of de Fitness. En opa verdoet zijn tijd met knikkeren voor ouwe lullen, op een golfbaan.

Het hele leven wordt ook zo synthetisch. Afgelopen zaterdag was ik met mijn vrouw en andere familieleden door broer Aad en zijn vrouw uitgenodigd voor een etentje in een Japans toprestaurant in Rotterdam. De zaak was in het centrum, dus betaald parkeren. Negen Minuten voor 50 cent. Dat doe je dan door een telefoonnummer te bellen en je kenteken in te toetsen. Dan tik je in mijn geval 20 keer 9 minuten á 50 cent in. En wordt er 10 Euri van je saldo afgeschreven. Zo dan! 

Bij mijn eerste baas in 1948 bij de fietsenfabriek van Chris Kuchler in de Zomerstraat, op een steenworp afstand van het huis waar ik nu al weer tweeënvijftig jaar woon, daar verdiende ik, met fietsframes inpakken in een soort van stevig toilet papier, zeven gulden vijftig in de week. Ik had toen nooit kunnen bevroeden dat ik 65 jaar later voor dat bedrag van omgerekend 22 gulden voor het parkeren van mijn auto drie weken had moeten werken. 

Krom geleuter eigenlijk van mij, maar als ik mijn vader toen verteld had dat we over vijfenzestig jaar, drie weken moeten werken om alleen het parkeergeld te kunnen betalen had hij het verhaal van die jolig doorspelende muzikanten in dat ijskoude water eerder geloofd dan mijn parkeerverhaal. Trouwens wie had toen voorzien dat we ons bijna allemaal zouden verplaatsen in een auto, trein of bus? 

En u gelooft van mij ook niet dat er op de kerstmarkt van zaterdag twee dames met allebei zo’n macrobiotisch kop achter een kraampje stonden met zogenaamd biologisch verantwoorde natuurproducten. Ze verklaarden met hun uitgestreken gezichten plechtig dat het potje piccalilly, wat bij Dirk van den Broek 68 cent kost, bij hun € 4,50. kostte omdat ze enkel en alleen zuivere biologische producten ambachtelijk verwerkten. Leg dat maar eens uit aan de balie van de voedselbank op de Ouwe Hoogstraat. 

Ik kon niet nalaten de dames in onvervalst Vlaardings te vertellen dat ze gewoon ordinair de boel aan het belazeren waren. Net zoals die uitgestorven roetblazer vroeger op de kermis, die er met zijn gladde babbel iedere keer weer in slaagde om een slachtoffer in zijn met roet gevulde bus te laten blazen,  terwijl het slachtoffer van te voren donders goed wist dat hij er een gitzwart gezicht aan over zou houden. 

Ik voorspel bij deze dat over tweeduizend jaar al die verhalen weer leuker, mooier en triester verteld worden. Want die goeie ouwe Petronius wist het in die dagen ook al: De wereld wil bedrogen worden, laat haar dus bedrogen worden. 

Mede namens mijn buurman/patatbakker Richard van Harteveld, Herman Etman mijn kapper, mijn Iraanse uitstekende vrouwelijke tandarts uit de Marisstraat, mijn gezellige Poolse achterburen,  de altijd goedlachse Marokkaanse slager in de Fransenstraat, mijn toffe Turkse groenteboer van de  weekmarkt, mijn Joodse vriend en diamantair Ephraim Goldstein en mijn Palestijnse vriend Mansur en tevens de beste pizzabakker van heel Vlaardingen en omstreken, wens ik u een vrolijk kerstfeest en een gezond 2015!