Moniek in Gambia (5): Pappa!
- Erik Meijer
- 27-03-2012
- Nieuws
,,Het is geweldig, om na twee maanden je dochter daar op dat vliegveld van Banjul te zien staan. Een lekker kleurtje, haar haren in Afrikaanse plaits (vlechten), een big smile en zo te zien helemaal in haar element. Ze was samen met Fatou, bij wie ze altijd logeert, wanneer ze eens in de paar weken naar de stad gaat. Uiteraard gingen we eerst naar haar huis, waar ik mijn eerste Gambiaanse maaltijd genoot en aan het eind van de middag gingen we met de taxi naar mijn hotel. Nadat we ingecheckt waren, moest Moniek natuurlijk eerst alle meegebrachte cadeautjes, brieven, foto’s en allerhande lekkers uitpakken, zich te goed doen aan een enorme dosis chocolade en even heerlijk warm douchen.’’
‘I’m not a tourist’
,,De volgende dag, donderdag, was een relaxdag. Haar eerste dag aan het strand in Gambia en een kennismaking met het toeristengebied voor ons. Overal wordt je aangesproken en hartelijk begroet en natuurlijk heel vaak met het idee om iets aan je te verkopen. ,,I’m not a tourist, I live here, in Penyem after Brikama’’, zei Moniek dan en dan gebeurde er iets fantastisch. Er ontstonden de leukste gesprekken en niemand probeerde ons meer iets aan te smeren. Overigens vond ik het heerlijk aan het strand. Een heerlijk windje, 35 graden en volop zon. Dat Moniek het nogal fris vond, beloofde veel voor de komende dagen.’’
,,De volgende dag zouden we vroeg naar Penyem vertrekken, waar we tot dinsdag zouden blijven. Dat liep dus even anders. Bepakt met onze rugzakken verlieten we het hotel en werden we al snel aangesproken door het groene taxigilde: de toeristentaxi’s. Ze vonden dat wij verplicht waren een groene taxi te nemen en niet een gele taxi, die bedoeld zijn voor de lokale bevolking. Omdat wij opgehaald werden door Fatou en een bevriende taxichauffeur hadden wij uiteraard geen groene taxi nodig. Dat hebben we geweten; zodra we ingestapt waren, werden we direct door diverse auto’s klemgereden. Onze chauffeur was nogal geïntimideerd en wilde geen problemen, de groene taxi’s vroegen aan de andere kant het viervoudige van de normale prijs. Uiteindelijk, na veel praten, onderhandelen en nog meer geduld, waarbij we ons geen moment onveilig hebben gevoeld, zijn we met een groene taxi naar Penyem gegaan. Uiteraard wel voor een derde van de prijs die gevraagd werd; zoals Moniek het uitdrukte: ,,I live here! I’m not a tourist, so I don’t pay tourist prices’’, en vervolgens een big smile. Wie kan er dan nee zeggen?’’
,,Na een tussenstop in de provinciestad Brikama om water en cola en een zak uien voor ons gastgezin in te slaan, kwamen we rond elf uur in Penyem aan. We wilden eerst de nursery school bezoeken, maar tot onze verbazing zagen we al snel groepen kinderen op straat lopen. Eerst hoorde je ‘tubap’ (blanke) roepen, dat was ik dan, maar zodra ze Moniek ontdekten, ging dat al snel over in ‘Monica, Monica’. Dat is pas een welkom! Later bleek dat er iemand in het dorp overleden was. Omdat de begrafenis dezelfde dag nog was, werd de school eerder gesloten. Die zouden we dus pas op maandag bezoeken.’’
Gewoon de ratten
,,De eerste overnachting was even wennen. Aan het eind van de middag even lekker een bad nemen met een emmer water en een bekertje en vervolgens redelijk vroeg naar bed; om vijf uur zouden we gewekt worden door de moskee. Best warm zo’n slaapkamertje met een golfplaten dak. Lag ik eindelijk lekker te slapen hoor ik een enorme herrie. ,,Volgens mij lopen er apen over het dak’’, zei ik tegen Moniek. Die vervolgens in een deuk lag en vertelde dat die helemaal niet voorkomen in het dorp. Het waren gewoon de ratten die ik hoorde.’’
,,Het weekend vloog werkelijk voorbij. Attaya (thee) drinken, een ritueel dat zeker een uur of twee duurt, waarbij je gezellig met elkaar zit te kletsen. Overal kennismaken, zowel met de mensen als met het Gambiaanse eten, wennen aan de temperatuur en het bijbehorende tempo. De mensen zijn straatarm, maar ongelofelijk gastvrij en vriendelijk. Wat er is, wordt gedeeld en er is volgens mij geen compound waar geen mensen van buiten het gezin worden opgevangen: familieleden, ouders, wezen, ze kunnen allemaal terecht.’’
,,Op zondagmiddag, op het heetst van de dag, zijn we drie kilometer naar Manduar gelopen om naar een voetbalwedstrijd van het Penyem voetbalteam te kijken. Geweldig om te zien hoe daar op zand gevoetbald wordt. Soms keihard, altijd met enorm veel energie en enthousiasme, ondanks de temperatuur, die ook aan het eind van de middag nog zeker rond de veertig graden is. We mochten naast de coach op de bank zitten. Overigens won Penyem met 1-0 van Brikama.’’
,,Op maandag hebben we de nursery school bezocht waar Moniek iedere dag werkt. Na de dagopening, waarbij we welkom geheten werden door het schoolhoofd mr. Kolley, hebben we alle klassen bezocht, waaronder de toddlers klas, met daarin tachtig peuters; de school kan nog best een aantal extra leerkrachten gebruiken, maar de financiën zijn ook hier het probleem.’’
‘Bootvluchtelingenbootje’
,,Op dinsdag zijn we weer teruggegaan naar het Senegambia hotel: een totaal andere wereld. We hebben in die week een aantal excursies gedaan. Op woensdag naar een wildpark in Senegal, samen met een gids. Op de terugweg moesten we wel erg lang wachten op de ferry. Toen een van de aanwezige gidsen voorstelde om met de little boats te gaan, had onze gids wel wat bezwaren; het was te duur en zo, maar wij mochten het zeggen. Toen we eenmaal op een soort bootvluchtelingenbootje, dat langzaam water maakte, aan de overtocht van zo’n 17 km bezig waren, zat hij de hele weg te bidden. Het bleek dat hij niet kon zwemmen. Als we dat geweten hadden…’’
Op donderdag gingen we naar Kunta Kinte eiland, tot vorig jaar bekend als James eiland. Hier vertrokken de slaven die verkocht werden naar Amerika, waaronder ook Kunta Kinte op wie de bekende film Roots gebaseerd is. Weer moesten we lang op de ferry wachten en daarna in het donker dwars door Serrekunda, de grootste stad van Gambia, naar het huis van Fatou, waar we zouden logeren. Wat een drukte, bedrijvigheid, ogenschijnlijke chaos en wat een ervaring, die waarschijnlijk geen enkele toerist ooit krijgt, omdat afgeraden wordt om van de hoofdroutes af te wijken. We zijn er in ieder geval geen enkele ‘tubap’ tegengekomen.’’
,,De volgende dag vertrokken we weer naar Penyem. Eerst onderweg boodschappen doen voor de Holland lunch die we aan Sarjo, haar gambiaanse moeder beloofd hadden. Blikken cornedbeef en tonijn, mayonaise en ketchup uit de supermarkt in Serrekunda en sla, tomaten en komkommers van de markt in Brikama. Samen met tapalapas (stokbrood) uit het dorp werden dit twee salades, waar ze het nu nog over hebben.’’
‘Sad day’
,,Overigens bleek ook deze vrijdag weer een ‘sad day’, omdat er weer iemand overleden was. Dit keer de broer van Bakari, een medewerker van de stichting Help Gambia te leren. In de korte periode dat ik er was overleden er zeker vier mensen uit het dorp of familie van dorpsgenoten. Je hoort ook best wel veel mensen met gezondheidsklachten. De gemiddelde levensverwachting in Gambia is tenslotte maar 53 jaar.’’
,,Dit tweede weekend heb ik heel veel leuke gesprekken gehad. Met Suleiman, Moniek’s gambiaanse vader, over de verschillen met Nederland, uitleggen hoe het werkt wanneer je je huis moet verwarmen, over zijn plannen om vis te gaan kweken of zijn tuin uit te breiden met nieuwe gewassen om meer zekerheid voor zijn inkomen te genereren. Of met zijn broer, mr. Kolley, het dorps- en schoolhoofd, over alle nieuwe ontwikkelingen in het dorp en wat er nodig is op het gebied van onderwijs. Hij wil heel graag van die zwart/witte Friese koeien en die dan kruisen met de Gambiaanse koeien, want die geven maar heel weinig melk. Plannen zijn er zat.’’
,,Op zondag werd er nog een speciale voetbalwedstrijd voor mij georganiseerd. De junioren tegen de senioren. Geweldig om te zien met hoeveel overgave er gespeeld werd. De senioren speelden in Hoogerwerf-tenues, die we meegenomen hebben uit Nederland. Ik werd prompt gevraagd om manager te worden, met als enige taak om ieder jaar voor nieuwe tenues te zorgen. Als dank voor de wedstrijd hebben we na afloop op blikjes Fanta getrakteerd.’’
,,De volgende dag was het al weer veel te snel tijd om afscheid te nemen van Penyem. Langs de vrienden die ik in die korte tijd heb gemaakt, langs de school, afscheid van Suleiman en Sarjo en de kinderen. Best vreemd, kom ik er ooit nog terug? Wie weet.’’ ,,Dinsdag was nog een relaxdag met Moniek in het hotel. Lekker naar het strand, souvenirs kopen, luieren en ook daar afscheid nemen. Monica was ook in het hotel in korte tijd een bekendheid geworden.’’
,,Tenslotte was het al weer heel snel woensdag en tijd om naar huis te gaan. Na eerst weer wat pittige onderhandelingen met ‘groene’ taxichauffeurs hebben we ons laten afzetten bij een nabijgelegen supermarkt, waar we werden opgepikt door Fatou met onze eigen favoriete ‘gele’ taxichauffeur, die ons naar het vliegveld en vervolgens Moniek weer naar Penyem zou brengen.'
Grote trots
,,En dan sta je daar op dat vliegveld, zijn die twee weken werkelijk voorbijgevlogen, zit je vol met nieuwe indrukken en ervaringen; het was fantastisch. Veel te snel moet je afscheid nemen. Van Gambia, van veel lieve mensen en voor je het weet en veel emotioneler dan verwacht van mijn grote trots Moniek. Zo’n zeven uur later en ongeveer 35 graden kouder stap je dan gewoon weer in je auto en rij je naar je eigen luxe leventje….heel bizar.’’