Categorieën

Service

Onderzoek toont aan dat 10% van de Nederlandse volwassenen in 2024 heeft gegokt

Onderzoek toont aan dat 10% van de Nederlandse volwassenen in 2024 heeft gegokt
Uit

Onderzoek toont aan dat 10% van de Nederlandse volwassenen in 2024 heeft gegokt

  • Partnerbijdrage
  • 22-02-2025
  • Uit
Onderzoek toont aan dat 10% van de Nederlandse volwassenen in 2024 heeft gegokt

VLAARDINGEN - Even serieus, hoe vaak hoor je nog iemand zeggen: “Ik koop nooit een lot, ik waag nooit een gokje”? Het lijkt erop dat bijna iedereen vandaag de dag weleens ergens aan meedoet.

En ja hoor, een nieuw onderzoek bevestigt dat: in 2024 heeft 10% van de Nederlandse volwassenen online gegokt. Dat betekent dus dat als je met tien vrienden in de kroeg zit, er gemiddeld eentje tussen zit die thuis stiekem zijn geluk beproeft op een goksite.

Sterker nog, als je het breder trekt en ook de offline gokkers meetelt, heeft een ruime 64% van de volwassenen het afgelopen jaar weleens een gokje gewaagd.

Dat kan de Staatsloterij zijn (nog altijd de absolute nummer één), maar ook een kraslot bij de supermarkt of een potje bingo op een verenigingsavond.

Maar online gokken groeit als kool sinds het in 2021 werd gelegaliseerd. Websites schieten als paddenstoelen uit de grond en de verleiding is groot: binnen een paar klikken zit je in een digitale casino-omgeving met flitsende lichten en een riedeltje dat net iets te vaak “BIG WIN” laat zien.

Jongvolwassenen en online gokken

Hier moeten we het echt even over hebben. Want vooral jongvolwassenen blijken online gokken ontzettend aantrekkelijk te vinden.

Dat is geen verrassing—het is makkelijk, je hebt je telefoon toch al in je hand, en de beste cruks-vrije casino’s waarop je in een mum van tijd kan spelen, zien er gelikt uit, vaak met torenhoge promoties en duizenden leuke spelletjes.

Zolang jongvolwassenen weten hoe ze verantwoord kunnen spelen, is er natuurlijk niets mis met af en toe eens een potje poker te spelen, of aan een gokkast te draaien. Het is vergelijkbaar met een ander videogame te spelen – maar het is belangrijk dat ze beseffen dat dit betaald entertainment is, geen manier om rijk te worden.

Van een loterijtje tot een serieuze weddenschap

Oké, even wat cijfers. Want we kunnen wel doen alsof het alleen die 10% online gokkers zijn die ertoe doen, maar eigenlijk gokken Nederlanders op allerlei manieren. In 2024 kocht meer dan 50% van de volwassenen een lot. Gewoon, klassiek, hopen op die ene grote klapper.

Krasloten zijn nog steeds populair (21%), en bingo is ook niet verdwenen, al is dat met 7% een minder grote groep.

Sportweddenschappen zijn een ander verhaal. Online inzetten op voetbalwedstrijden wordt steeds normaler. 4% van de volwassenen doet dit online, en 3% doet het nog op de ‘ouderwetse’ manier. Kleine percentages, maar die 4% groeit gestaag. En als je dan denkt: “Ach, dat is toch maar een beetje geld inzetten op Ajax - Feyenoord?”, dan onderschat je hoe leuk en spannend dit kan zijn!

Moeten we ingrijpen?

Dan komen we bij de preventie. 24% van de online gokkers kreeg in 2024 een pop-upmelding met een waarschuwing over hun speelgedrag, en 9% werd ooit actief benaderd door een gokbedrijf met de vraag of het nog wel goed ging.

Zelfuitsluiting? Klinkt mooi, maar werkt amper, want de meeste Nederlandse spelers willen helemaal niet dat de overheid zich bemoeit met hun speelgedrag. Slechts 4% van de spelers sloot zichzelf tijdelijk uit en maar 3% schreef zich in bij Cruks, het landelijke zelfuitsluitingsregister.

Het WODC stelt daarom voor om de zorgplicht van gokbedrijven uit te breiden en harder op te treden tegen buitenlandse aanbieders. De Kansspelautoriteit zou volgens hen nog meer bevoegdheden moeten krijgen om in te grijpen – wat een polariserende kwestie is, om het nog zacht uit te drukken.

Het is natuurlijk ook maar de vraag of onze overheid zich hier überhaupt mee moet bemoeien en of deze vele regels en betuttelingen geen inbreuk zijn op de persoonlijke vrijheid van Nederlandse burgers, maar dat is een discussie voor een andere dag.

Wat kunnen we lokaal doen?

En dan heb je nog de lokale aanpak. In een stad als Vlaardingen, waar de saamhorigheid nog een beetje overeind staat, kun je met gerichte voorlichting op scholen en sportclubs al een verschil maken.

Spelers moeten leren hoe verleidelijk en leuk die goksites zijn en wat de gevolgen kunnen zijn als ze niet opletten. Misschien een bewustwordingscampagne in het stadshart, of een samenwerking tussen de gemeente en hulpinstanties?

Want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: een gokje kunnen wagen zonder dat het uit de hand loopt. Dat het leuk blijft, en dat mensen niet in de financiële ellende raken omdat ze op een regenachtige dinsdagavond dachten dat ze “de winnende strategie” hadden gevonden.