VLAARDINGEN �De maatregelen om vrachtwagenchauffeurs te weren van de Koningin Wilhelminahaven hebben ongewenste bijeffecten voor andere delen van Vlaardingen. In een onlangs door beeldend kunstenaar Look Boden en stadsdichteres Mirjam Poolster geschreven brandbrief wijzen de twee, namens bewoners en ondernemers, op de overlast en onhygiënische toestanden in Groot-Vettenoord door de chauffeurs, overwegend afkomstig uit Midden- en Oost Europa . Inmiddels wordt er vanuit de politiek ook steeds meer gepleit voor een oplossing van de problemen. Wethouder Arnout Hoekstra heeft op 9 augustus gesprekken gevoerd met een aantal chauffeurs om zich persoonlijk op locatie de hoogte te stellen. De SP haakt in op de actie van Hoekstra met een aantal informatieve vragen. Namens de SP-raadsfractie vraagt raadslid Ingrid Wijker of wethouder Hoekstra al concrete afspraken heeft kunnen maken met de chauffeurs. Wijker stelt hiernaast dat er een waterbedeffect is ontstaan, iets wat verwacht werd na het wegsturen van de chauffeurs van de KW-haven, en waarover wethouder Ruud van Harten verklaarde dit te zullen monitoren. ,,Zijn er inmiddels door u of andere collegeleden naar alternatieve locaties gezocht die een permanent karakter hebben, dit om het waterbed effect in de toekomst tegen te gaan en zo ja, aan welke locaties denkt u?��, vervolgt Wijker in de brief. Tenslotte vraagt ze wat het college gaat ondernemen om de chauffeurs op korte termijn de mogelijkheid te geven hun behoeftes te doen in mobiele toiletvoorzieningen. Niet alleen de SP maar ook Erik van Pienbroek, steunraadslid van de ChristenUnie/SGP pleitte eerder in een aantal Twitter-berichten voor voorzieningen voor vrachtwagenchauffeurs. Van Pienbroek noemt hierbij een betaald parkeerterrein met faciliteiten en spreekt ook over enkele mogelijke locaties in Vlaardingen: ,, aan de Deltaweg bij het leegstaande kantoorpand (van Hydro?) is een parkeerplaats los van woningen of bedrijven�� en ,, De groene strook tussen afsl. west en de BP kan groot ingericht worden als parkeer/rust plaats��. Van Pienbroek vraagt zich daarbij wel af of er onder de chauffeurs de bereidheid is om te betalen voor dergelijke voorzieningen. Van Pienbroek slaat met zijn laatste opmerking de spijker op de kop; veel chauffeurs worden met weinig geld de weg opgestuurd door hun werkgevers. Dikwijls is er sprake van lage �Oost-Europese salarissen� en te betalen West-Europese prijzen. Niet alleen de politiek moet hier verantwoordelijkheid nemen, maar ook de werkgevers en verladers van getransporteerde goederen.