Categorieën

Service

Vlaardinger (72) moet na 45 jaar zijn huis uit door ruzie over erfenis

Vlaardinger (72) moet na 45 jaar zijn huis uit door ruzie over erfenis
Nieuws

Vlaardinger (72) moet na 45 jaar zijn huis uit door ruzie over erfenis

Vlaardinger (72) moet na 45 jaar zijn huis uit door ruzie over erfenis

VLAARDINGEN - Een 72-jarige Vlaardinger moet met zijn vrouw de woning verlaten waar zij sinds 1981 wonen. Het huis behoort tot de erfenis van zijn moeder, waarover hij en zijn oudere broer al jaren ruziën. Omdat de man blijft weigeren mee te werken aan de verkoop, heeft de rechtbank Rotterdam nu bepaald dat hij moet vertrekken.

De man krijgt daarvoor zes weken vanaf het moment dat een deurwaarder het vonnis officieel aan hem heeft overhandigd. Zijn 75-jarige broer had gevraagd om een vertrek binnen twee weken, maar de rechter vindt dat te kort voor het oudere echtpaar.

De broers erfden ieder de helft van de nalatenschap toen hun moeder in 2011 overleed. Daar hoort ook de benedenwoning in Vlaardingen bij. De jongste broer woonde er toen al dertig jaar met zijn vrouw.

Huis overnemen lukte niet

De man had aanvankelijk in de woning kunnen blijven. In 2015 bepaalde de rechtbank dat hij het huis mocht overnemen, waarbij hij na verrekening van de erfenis nog een bedrag aan zijn broer moest betalen. De notaris berekende dat bedrag destijds voorlopig op bijna 17.000 euro. Ook moest rekening worden gehouden met een vergoeding voor het gebruik van de woning.

Maar de overdracht kwam er niet. Ook nadat het gerechtshof de uitspraak in 2016 had bevestigd, werkte de bewoner volgens de rechtbank niet mee.

In april 2025 kreeg hij opnieuw de gelegenheid de woning op zijn naam te laten zetten en zijn broer te betalen. Daar stond ditmaal een duidelijke consequentie tegenover: gebeurde dat niet binnen de gestelde termijn, dan moest het huis aan iemand anders worden verkocht.

Die termijn verstreek zonder overdracht. Vervolgens weigerde de man ook mee te werken aan de verkoop. Zijn broer schakelde een makelaar in, maar het huis stond ten tijde van de jongste rechtszaak nog altijd niet te koop.

‘Zijn woning’

De bewoner houdt vol dat er na het overlijden van hun moeder mondelinge afspraken zijn gemaakt. Volgens hem zou hij het huis krijgen zonder daarvoor nog vergoedingen aan zijn broer te hoeven betalen.

De rechter wijst erop dat de eerdere uitspraken vaststaan. De man had zijn bezwaren tegen het vonnis uit 2025 in een daarvoor bedoelde procedure moeten aanvoeren, maar deed dat niet. Hij blijft spreken over ‘zijn woning, waarop hij recht heeft en houdt’, schrijft de rechter. Inmiddels is echter definitief beslist dat het huis moet worden verkocht.

Volgens de rechtbank maakt zijn aanhoudende weigering die verkoop bijzonder moeilijk zolang hij en zijn vrouw er blijven wonen. Het belang van zijn broer om eindelijk de erfenis af te handelen, weegt daardoor inmiddels zwaarder.

De rechter erkent dat vertrekken na 45 jaar zeer ingrijpend is. Toch heeft de man volgens de uitspraak voldoende tijd gehad om zich daarop voor te bereiden. Hij heeft nog geen andere woonruimte gevonden.

Toch nog een uitweg

Helemaal dicht is de deur nog niet. De rechter wijst de broers erop dat zij alsnog samen kunnen afspreken dat de jongste in het huis blijft wonen, tegen betaling van een redelijke vergoeding aan zijn broer. Gezien hun leeftijd en familieband noemt de rechter dat de meest aangewezen oplossing. De bewoner zal dan wel moeten accepteren dat hij nog geld moet betalen.

Een eerdere poging om tot afspraken te komen, na de zitting op 1 september, mislukte. Daarom volgde op 29 september het ontruimingsvonnis. De 72-jarige moet ook ruim 1.860 euro aan proceskosten vergoeden.