127.000 gulden voor een voet

09-03-2018 Nieuws Redactie

127.000 gulden voor een voet

VLAARDINGEN - In dit voor Vlaardingen historische jaar waarin we de Slag bij Vlaardingen van het jaar 1018 herdenken, brengt Vlaardingen24 iedere dag een verhaal uit het Vlaardingse verleden. We doen dat aan de hand van een oud krantenbericht. Vandaag 9 maart 1904: 127.000 gulden voor een voet.

Een vishandelaar uit Vklaardingen raakt bij een treinongeluk in Capelle ernstig gewond. Uiteindelijk moet zelfs zijn voet worden afgezet. Hij eist een schadevergoeding van de Spoorwegmaatschappij maar ja... wat is de prijs van een voet?
 
Door het spoorwegongeluk op 15 november 1899 bij Capelle aan den IJssel werd de heer O. (Ommering?), vischhandelaar te Vlaardingen, ernstig gekwetst. Onder andere was zijn linkervoet verbrijzeld en moest in 1900 afgezet en door een kunstvoet vervangen worden. Eerst in februari 1901 kon de invalide weder op zijn kantoor komen en kon zich daarna veelal niet anders dan met rijtuig er heen begeven.

Hij stelde deswege tegen de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen een vordering in tot vergoeding der geleden schade en wel ten bedrage van ruim f 127.000. Hierin waren behalve de kosten van verpleging enz. en f 1.000 onkosten voor een kunstvoet, begrepen f 8.000 voor geleden smart en pijnen, f 10.000 totaal verlies van den linkervoet, f 5.767 wegens schade in het bedrijf over 1900 en eindelijk f 100.000 wegens schade door winstvermindering in en achteruitgang van eischers engros haring- en vischhandel. 

De Maatschappij bestreed niet de posten wegens verpleging enz. en voor den kunstvoet, maar wel de vier laatstgenoemde bedragen. En wel omdat 'pijn en smart' niet op geld waardeerbaar zijn, evenmin een voet; voorts omdat zij het beweerde groote winstverlies in 1900 — van f 7.000 op f 1.250 — ontkende en daarvoor f 800 voldoende aanbod achtte, en eindelijk een grooten achteruitgang in zaken, en de beweerde noodig geworden hulp daarbij betwistte en met f 250 's jaars als lijfrente gekapitaliseerd meende te kunnen volstaan. 

Nadat van beide zijden de beweringen naden waren toegelicht, heeft de Rechtbank te Utrecht aangenomen dat het ongeluk van den eischer was te wijten aan onvoorzichtigheid van spoorwegbeambten of bedienden en de vergoeding moet worden geregeld naar gelang van den wederzijdschen stand en de fortuin der personen en naar de omstandigheden. Hiervoor is echter noodig voorlichting en daarom werden drie artsen benoemd, voor het geval partijen over de keuze van deskundigen niet zijn overeengekomen op de wijze door de wet voorgeschreven!

Gerelateerd
Reacties