Redactioneel: Zorg over inzet politie en criminaliteit

28-08-2014 Nieuws Herman van Nieuwenhuizen

VLAARDINGEN – Hoe verdedig je dat door bezuinigingen allerlei sociale voorzieningen worden ‘uitgekleed’ ? Een ‘duur woord’ voor het schetsen van een heel ander beeld dan wat de burger in eerste instantie beleeft is ‘framing’. Als er bezuinigd moet worden wordt daar veelvuldig gebruik van gemaakt. Landelijke en lokale beleidsmakers gebruiken dan veelal positieve termen om de boodschap ‘anders te laten voelen’. Burgers worden dan voortdurend gevoed met zinnen als “de burger aan het roer”, “participatiemaatschappij” en “keukentafelgesprekken”. Bij dit laatste lijkt het alsof de overheid gezellig aanschuift voor een kopje koffie en begripvol in een gesprek haar oor leent om nou eens te horen welke problemen er zijn en welke zorg mensen nodig hebben.

Niet alleen vinden er veel veranderingen plaats op het gebied van zorg en werkgelegenheid, maar ook qua veiligheid. In juli stelde CDA raadslid en oud-politieman Marco van Unen een aantal vragen over veiligheid en de inzet en beschikbaarheid van de politie in Vlaardingen de komende jaren. De antwoorden van het college ontvingen we deze week, evenals het Beleidsplan politie voor onze regio en de criminaliteitscijfers over het eerste half jaar. Lastige materie om met elkaar te verbinden, maar we doen toch een voorzichtige poging.

Marco van Unen maakt zich dus zorgen over de inzet en beschikbaarheid van de politie in Vlaardingen en lijkt in eerste instantie daarmee ook een goed punt te hebben: in de toekomst zal het bureau aan de Delftseveerweg niet meer dagelijks van 8 tot 22 uur open zijn ,maar slechts vijf dagen per week van 9 tot 17 uur. Hij vraagt het college daarbij of zij het eens zijn dat dit het veiligheidsgevoel verminderd bij de burger. Het antwoord hierop is wat onzeker: ,,Het streven is zoveel mogelijk ‘blauw op straat’ te zien, juist in verband met het door u genoemde veiligheidsgevoel’’. Een goed voornemen, zo lijkt het. Echter, noch in de antwoorden van het college , noch in het Beleidsplan van de politie-eenheid Rotterdam is terug te vinden hoe dit voornemen gestalte moet krijgen. Een oud gezegde daarbij is dat de Nieuwe Maas gedempt kan worden met goede voornemens.

In de praktijk worden straks steeds meer taken geconcentreerd in de zogeheten ‘basisteams’, waarbinnen de wijkagent de spil gaat vormen. Hiermee wordt beoogd om effectiever en efficiënter te gaan werken. Wie echter de moeite neemt om het aantal fte van de basisteams te analyseren (een fte = één fulltime medewerker) , zoals in het Beleidsplan politie-eenheid Rotterdam aangegeven, ziet dat juist daar gesneden wordt. Weliswaar voor de hele eenheid Rotterdam maar 17 fte, maar hoe dit uiteindelijk voor Vlaardingen zal uit pakken is nog afwachten.

Kan de politie in Vlaardingen straks toe met minder bezetting en kortere openingstijden in de toekomst? Krijgen criminelen dan meer en vaker vrij spel ? Dat is lastig te zeggen. Als er veel aandacht en menskracht wordt ingezet op één vorm van criminaliteit dan wil een andere vorm van criminaliteit nog weleens ‘meer ruimte krijgen’. De criminaliteitscijfers over het eerste half jaar van 2014 laten bijvoorbeeld zien dat het aantal woninginbraken daalt. De politie heeft hier de nodige aandacht aan besteed en blijkbaar met succes, hoewel de toevalsfactor niet uitgesloten mag worden. Het aantal diefstallen van brom- en snorfietsen en gewone fietsen is daarentegen gestegen, evenals het aantal bedreigingen, mishandelingen en vernielingen. Waar de oorzaken liggen is onvoldoende duidelijk, maar het handelen van de politie zal zich waarschijnlijk de komende tijd weer op de preventie en bestrijding van die vormen van criminaliteit gaan richten.

Tenslotte, Marco van Unen is een raadslid met veel ervaring op het gebied van veiligheid en vanuit die ervaring en expertise stelt hij terecht vragen en plaatst hij kanttekeningen bij de ontwikkelingen bij de politie. De antwoorden erop roepen nog meer vragen op, immers hierin wordt vooral van intenties, goede bedoelingen en doelen die het nastreven waard zijn gesproken. De tijd zal leren of de richting die gekozen wordt de juiste is. Tot die tijd resteert het gevoel zoals bij de doorsnee wasmiddelenreclame: ons product is nu nog beter! Was het eerder niet goed dan ?

Gerelateerd
Reacties