Column: Het circus komt niet meer in de stad
- Bas van Toor
- 26-09-2015
- Nieuws
De laatste tijd staat het circus weer veel in de publiciteit. Dit mede door het naderende faillissement van Milko Strijvers, de dikke deur van Circus Rens. U ziet ik schrijf Rens met een S.
Want toen wij rond de jaren ‘84-‘85 met hen op reis waren en Milko zijn optreden nog beperkte tot vlaggetjes verkopen en zijn moeder als spreekstalmeester bij ons werkte, wat zij overigens heel goed deed, had met name het echte circus Renz uit Berlijn daar grote moeite mee. Ze hadden, terecht, het idee dat de naam van hun gepikt was. En toen hebben ze er maar Circus RenZ van gemaakt. Oftewel Ras Echte Nederlandse Zwervers. Ja, je moet er maar opkomen hé.
Hoewel het eerst op weerstand stuitte hebben ze er op ons aanraden, mede vanwege onze naamsbekendheid, in die twee jaren maar Circus Bassie en Adriaan van gemaakt. Iets waarvan wij later weer spijt kregen. Want wij wisten niet dat de uiterst aardige en correcte circusvakman Nol van de Vegt binnen niet al te korte tijd zou overlijden. Op zijn sterfbed vroeg hij ons om na zijn dood nog een jaar mee te gaan en zodoende zijn vrouw en zoon Herman nog een financieel buffertje te geven voor de toekomst.
De weduwe van Nol, Marina van de Vegt had een andere zakelijk inslag dan haar man. Want ze liet bijvoorbeeld het gehele circuswagenpark op rode dieselolie rijden. Iets wat overigens alle circussen deden hoor. De douane wist dat door verraad van andere jaloerse collega’s ook. En zij dook onverwacht op en nam een monster uit de tank van de circusauto’s met Bassie en Adriaan erop.
Bingo!!! Hierna stuurde zij een stel gepeperde blauwe brieven. Want rode diesel mocht alleen voor verwarming en lichtaggregaten gebruikt worden en niet om op rijden. Maar omdat onze naam groot op alle vrachtwagens aanwezig was, stonden wij de andere dag op de voorpagina van de Telegraaf in vol ornaat met een balkje over onze ogen. Lachen toch. Ja, inderdaad. En met ons lachte heel Nederland mee. En de grote P.T. Barnum van het Amerikaanse circus Barnum and Bailey zei altijd: ‘Slechte reclame is ook reclame. Als ze mijn naam maar goed spellen.’ Hierin moet ook ik hem groot gelijk geven.
Maar toen een deel van het personeel gehuld in Bassie & Adriaan T-shirtjes ergens in Zeeland een discotheek grondig verbouwde, terwijl wij zelf lagen te slapen, was ik minder geamuseerd. En toen er in Zierikzee een verstandelijk beperkte man naar beneden donderde doordat de leuning van de tribune niet goed was vast gemaakt en hij getrakteerd werd op een schedelbasisfractuur, vier gebroken ribben, een scheve neus en gekneusde armen, en ook nog omdat mevrouw de directrice een half uur voor aanvang van de voorstelling elke dag als een balletje tegen een op een haar na geleegde fles Johnnie Walker zat te praten, vonden wij maar dat onze wegen zich moesten scheiden.
Iets wat de familie van de Vegt ons niet in dank afnam. Ze gingen naar goed circusgebruik de laatste tijd nog knap onaardig tegen ons doen. Want de fout bij hun zelf zoeken, deden ze natuurlijk niet. Dat lag natuurlijk aan B&A. Dat wij elke dag voor een uitverkocht huis zorgden, telde niet. Er waren nog een aantal nare en andere rare dingen die ik u maar zal besparen. Want ze hebben het in Helmond toch al zwaar genoeg.
Hoewel wij op tv altijd vrolijk zingen ‘Ga je mee, ga je mee naar het circus’ was dit nou niet bepaald de leukste tijd voor mij. Ondanks dat er veel geld verdiend werd. Maar geld is tenslotte ook niet alles. Maar vraagt u mij: ‘Was het nou allemaal kommer en kwel in die tijd?’ Welnee er werd ook wel veel gelachen. Het gekke is dat als een circus goed draait, je veel meer moeilijkheden met iedereen hebt als dat een circus slecht draait. Dit effect had je in de oorlog ook. Mensen die nooit door een ballotagecommissie van een vereniging zouden komen in vredestijd waren bij de ondergrondse zelfs als ze atheïst waren van harte welkom. In tijd van nood heb je altijd een gemeenschappelijke vijand
Je moet aan circusmensen ook nooit vragen: ‘Waar staat de woonwagen van die of die?’ Want gegarandeerd dat hij of zij net vanmorgen met onbekende bestemming vertrokken is. Dit komt omdat met name de tentbouwers en chauffeurs, de goede niet te na gesproken, meestal op de loop zijn voor iets. Dikwijls schulden of voor een vrouw. En ook voor de politie dus. Want je reist in één week naar drie of vier plaatsen en bent dus moeilijk te volgen. De auto’s rijden ook ‘s nachts en dan ligt ook de politie meestal op één oor.
Maar er waren dus ook vermakelijke situaties. In die tijd ik herinner ik mij dat een olifant op een dag tegen zichzelf zei: Jullie kunnen me wat. Ik heb nou lang genoeg op drie vierkante meter mijn leven lang met één poot aan een ketting gestaan. Ik ga een stukje wandelen.
Hij gaf een trompetstoot en ook de twee anderen dikhuiden gingen er vandoor. En mede doordat je een olifant van 5 ton, die trek heeft in het groene gras aan de overkant van de sloot, toch niet tegen houdt, marcheerden ze alle drie door de sloot naar een prachtige groene weide. Waar ze even later van het lekker hoge gras stonden te smikkelen. Nou had het ook nog geregend, dus dat ging er wel in. Maar dit olifantendiner van nat gras had nog een staartje. Want doordat die olifanten bijna 24 uur lang stil aan de ketting stonden was hun spijsvertering navenant en niet zo als op de Savanne.
Met als gevolg dat, toen ze de andere dag hun welkomstrondje hadden gelopen en ze op een rond bijzettafeltje van 100 kilo stonden en zij al walsend op de muziek van de schaatsenrijderwals in het rond draaiden, zij alle drie tegelijkertijd hun grote olifantenanus openden waaruit een dikke straal olifantenstront spoot die het publiek op de eerste drie rijen van de dure loge plaatsen totaal onder scheten.
Ja, nu dertig jaar na dato kan ik er ook wel om lachen, maar toen niet. Natuurlijk lag meteen de voorstelling stil en alle vrouwen werden opgeroepen voor Fase 5 rood Stront Alarm.
Eerst al de kinderen ontstront. Toen de dames met emmers water en sponsen enigszins toonbaar gemaakt. T-shirtjes uitgedeeld en zelfs een vrouw naar de Miep Brons gestuurd voor nieuw ondergoed. Na twee uur verliet de laatste logegast in de bak van een vrachtwagen het circus om thuis gebracht te worden. Want niemand wilde die geurgevers in hun eigen wagen hebben.
Omdat onze naam op alle wagens stond (daar gaan we weer) kostte ons dat geintje 55 langspeelplaten, 2500 gulden stomerij en nog een dikke tweeduizend gulden kledingvergoeding. Waarbij een vrouw beweerde dat haar jasje wel 1200 gulden had gekost. Maar ja, wat wil je Op nog meer slechte publiciteit zaten we ook niet te wachten.
Dit voorval trok natuurlijk oplichters aan. Want de andere dag meldden zich nog meer ‘slachtoffers’. Maar als we dan vroegen: ‘Hoe vond u ons trapezenummer?’ En zij doodleuk antwoordde met: ‘Geweldig!!!’ Kregen zij tot hun verbazing te horen: ‘Opsodemieteren! U liegt! Want we hebben geen trapezenummer!’ Wel humor, vind u niet?
Elke dag zat de tent vol maar in plaats dat de familie van de Vegt net als goede zakenmensen wat geld opzij zette voor de mindere tijden, gingen zij grote Amerikaanse motorhomes,woonwagens en drie totaal overbodige olifanten aanschaffen. Want wij trokken elke dag die tent toch wel vol. En hoewel wij al een jaar van te voren aangekondigd hadden dat dit het laatste jaar was dat wij mee reisden, nam men het ons niet in dank af dat wij aan het einde van het seizoen onze samenwerking beëindigden.
Daarna zijn wij 17 jaar lang jaar in Nederland en België op reis geweest met de Lachspektakelshow. Meestal in sporthallen omdat de theaters voor ons te klein waren geworden. Dit programma verzorgde ik alleen met broer Adriaan. En menig Vlaardinger met zijn kinderen komt nu nog bij mij trots vragen: ‘Bas, ze geloven niet dat ik vroeger bij jullie gewerkt heb.’ En als ik dat dan beaam, gaat er weer een glunderende jonge vader weg onderwijl mij bedankend met de woorden: ‘Wat heb ik veel geleerd bij jullie!’ Doordat broer Adriaan door het noodlot getrakteerd werd op speekselklierkanker ben ik vanaf die tijd alleen gaan werken met verschillende partners. Waarvan de meeste en de leukste tijd met mijn schoonzoon Evert van den Bos. Die was 35 jaar lang mijn bedrijfsleider. Maar aangezien ik nog maar een keer per week een half uur optreed, heeft hij nu een andere leuke baan gevonden.
En het circus Bas? Vandaag de dag zet Epke Zonderland elke circusacrobaat voor gek op tv en zie je bij een concours hippique mooiere dingen dan de alsmaar in het rond lopende circuspaarden. En hoewel ik voor een tv-show een keer met leeuwen gewerkt heb, vind ook ik dat die dieren op de Savanne in Afrika horen en niet in een kleine kooiwagen.
En de clowns? Als je vandaag de dag niet bekend bent van de televisie komt er geen hond naar je kijken. Laat staan om je lachen. Maar ook alle theaters in Nederland draaien rampzalig en houden alleen hun hoofd boven water door de subsidies. Maar door die al subsidie zijn ze totaal vergeten om ook nog zakelijk te denken en daar betalen ze nu de hoofdprijs voor. Ik zal u een voorbeeld geven. Samen met mijn dochter regelde ik op mijn kantoor 180 voorstellingen voor ons per jaar. En we regelden ook nog de publiciteit en de kaartverkoop er bij. In de Vlaardingse Stadsgehoorzaal zaten in diezelfde tijd, toen de bergen nog hoog tot aan de subsidiehemel reikte, twaalf man op het kantoor die met elkaar een kleine 8o voorstellingen moesten organiseren waarbij de reclame e.d. zelfs uitbesteed werd. Bij Grolsch zeggen ze: Vakmanschap is meesterschap.
De circus- en theater -wereld is mede door de talloze festivals, pretparken met shows en vooral de grote tv-shows die op de in elk huis staande grote flatscreens te zien zijn weer terug bij af. Eigen schuld dikke bult Bas? Nee, de vooruitgang hou je toch niet tegen. Mijn eigen kleinkinderen kijken heel weinig televisie en zitten zij, weliswaar onder toezicht, veel op knopjes van een PC, iPad of iPhone te drukken. Maar daar komt straks vast ook weer wat anders voor.
Armoe en klatergoud liggen in het circus altijd vlak naast elkaar. En het is altijd al zo geweest. Het circus is begonnen door werkeloze soldaten te paard, die bij gebrek aan oorlog in circa 1850 met een ruiterspel zijn begonnen. Begrijpt u nu die tressen op al die circusuniformen? Van die ruiterdemonstraties kreeg het publiek na een aantal jaren ook genoeg. Maar bij toeval tijdens een optreden van jockey rijder Tom Belling, die veelal van zijn paard afdonderde omdat hij gewoon stomdronken was, zei de directeur: ‘De volgende keer jaag ik je met mijn zweep door de piste.’ En toen Tom gewoontegetrouw weer dronken van zijn paard duikelde voegde de directeur de daad bij het woord en zweepte hem door de piste. Het publiek genoot van schouwspel van de steeds struikelende Tom en de razende en tierende directeur. Met als gevolg dat Tom na de show bij de baas moest komen die hem tot zijn verbazing zei: ‘Ik verdubbel je gage. En morgen lazer je weer van je paard en jaag ik je weer door de piste.’ Waarop Tom stamelde: ‘Mag ik mij dan steeds van tevoren een beetje indrinken, meneer?’ ‘Als je maar zorgt dat je nog wel kan strompelen. Lopen hoeft niet, anders is het niet echt.’ Vandaar dat als een circusvrouw ook nu nog haar man zoekt iedereen zegt: ‘Hij zal wel weer aan het repeteren zijn in de kantine.’
Voor de goede orde. In de afgelopen veertig jaar kiepten de volgende circussen om wegens geldgebrek: Circus Strassburger, Circus Mariska, Circus Mikkenie, Circus van Bever, Circus Tony Boltini, Circus Mullens, Circus Royal, Circus Sjoukje Dijkstra, Circus Alberto Althof, Circus Renaissence. En het Circusgebouw in Scheveningen werd het Circus theater.
Natuurlijk zijn er nog een groot aantal kleine circussen op reis. Maar dat noemen wij een paraplu met een stoel, geit en een ezel. Ook zijn er nog talloze jeugdcircussen. Dat is heel leuk voor kinderen om naar toe te gaan. Maar als je er je brood in wil gaan verdienen zeg ik: Koop een gitaar, leer drie akkoorden, schrijf zelf je teksten en wordt zingend rijk via YouTube.