Categorieën

Service

Column: Nou we het toch over cultuur hebben

Column: Nou we het toch over cultuur hebben
Nieuws

Column: Nou we het toch over cultuur hebben

  • Bas van Toor
  • 21-09-2013
  • Nieuws
Column: Nou we het toch over cultuur hebben

Al 51 jaar, zo lang wij getrouwd zijn, gaan mijn vrouw en ik begin juni altijd een dag of vier naar Parijs. Vroeger met de auto, maar nu in drie uur tijd met de Thalys onder het genot van een Chardonnay tijdens het diner en ander lekkers door de treinstewards aangedragen. Lekker genieten in Musée d’Orsay met veel werken van Monet, Renoir en Manet. Maar ook Brazille, Morisot, Caillebotte, Sisley en Pizarro. En natuurlijk niet te vergeten Van Gogh en Picasso alsook de beeldhouwer Rodin, van wie ik een paar mooie replica miniaturen bezit. Er hangt daar echt te veel om op te noemen en zonder anderen te kort te doen, besteed ik de meeste tijd aan de impressionisten waar ik een groot fan van ben. 

Bij het schilderij ‘De Middagslaap’ van Van Gogh moet ik meestal zelf een geeuw onderdrukken als ik die boer zo lekker tegen die korenschoven zie liggen, met een gele zon op de achtergrond zoals alleen van Gogh die kon laten schijnen. Heerlijk! Je zou zo naast die man gaan liggen. Ik ontdekte ook nog een heel mooi schilderij van Georges Seurat. Het was getiteld: ‘Le Cirque’, circus.  Prachtig neo-impressionisme, maar helaas voor Georges  had hij het doek pas voor een derde deel klaar toen hij overleed en toen heeft een ander het werk maar afgemaakt. Maar het hangt wel onder de naam Georges Seurat in het museum van Orsay. 

Natuurlijk ook nog in Jeu de Paume, gevestigd in l’Orangerie, een poosje gezeten voor de waterlelies van Monet. Op acht grote doeken geschilderd, waarvan het grootste doek wel 17 meter breed is. Ik verbaas mij er altijd weer over hoe hij strepen en andere figuren neer kon zetten in kleuren waarvan ze voor het impressionisme nog nooit gehoord hadden. Op een halve meter afstand zien die strepen er niet uit maar op acht meter afstand brengen ze je in trance. 

Monet moet tijdens zijn werk aan de waterlelies geestelijk acht meter achter zichzelf gestaan hebben. De ironie wil wel dat terwijl hij lekker in zijn tuin die doeken stond te schilderen met een wijntje, stierven 100 kilometer verderop aan het front rond de rivier de Somme zijn leeftijd genoten met duizenden per dag. Maar omdat President Georges Clemanceau zijn beschermheer was, werd hij vrijgesteld van weerdienst tijdens de Eerste Wereldoorlog. 

Ik hoor wel eens zeggen: 'Ja die impressionisten hadden lekker de tijd mee, want alles moest nog uitgevonden worden'. Onzin natuurlijk. Een echte kunstenaar vindt steeds iets nieuws uit. Ook nu nog begint hij met een stuk wit linnen op latjes gespannen. De verf hoeft hij alleen maar uit de tubes te knijpen en met een pot vol kwasten op het doek te smeren. Simpel toch? Maar de manier waarop hij dat doet,  komt van binnenuit en dat maakt hem de artiest. Net als een clown. De clown begint met woorden op het papier te krabbelen dan gaat hij die hardop voorlezen. Daarna gaat hij, net als de schilder met zijn kleuren, met die woorden spelen. Totdat de intonatie en timing zo goed zijn dat het publiek er om moet lachen. 

Zo hebben al die grote clowns het gedaan. Pipo Sosman, Charly Rivel, Grock de Fratelinies om er maar een paar te noemen. Al die grootheden hebben alles van hun kunnen gegeven om ons, zelfs nu nog een eeuw later, te laten genieten van hun gave. Van de schilders hangen de grote musea vol met hun werk. Van de clowns zijn helaas nog maar enkele zwart wit films zonder geluid over in de filmarchieven. Maar zij hebben het van vader op zoon doorgegeven. Ik had het even moeilijker want mijn vader was touwspinner dus ik moest mijn type zelf uit vinden maar dit terzijde. 

Een tip voor Parijs: Op tien meter afstand, tegenover de watermolen op Montmartre, zit een klein maar uitstekend restaurantje met een terrasje waarop slechts zes stoelen staan. Er staat geloof ik niet eens een naam op de gevel. Ik kom er al 51 jaar. Er naast zit een leuke kleine galerie  waarvan de eigenaar ook een begaafd schilder is. Een bezoek aan die galerie mag je beslist niet overslaan. Zo tref je ook in die buurt ‘Le Bon Cocq’ aan. Dat is de voormalige stamkroeg van de wereldberoemde schilder Henri de Toulouse - Lautrec. In de Rue Dancourt no. 2. De Rue Dancourt loopt van de Boulevard de Clichy schuin omhoog naar de trappen van de Sacré Coeur. Beide zaken hebben een betaalbare menukaart.

En zeg nou zelf: mij doet het wel wat om in Le Bon Cocq naar hetzelfde plafond te staren zoals die Henri deed als hij vanwege zijn geringe lengte weer eens een blauwtje op gelopen had bij een van de danseresjes van De Moulin Rouge die net om de hoek zit. Dan ging hij maar weer zijn troost zoeken bij een alcoholische versnapering in Le Bon Cocq. En vaak bleef het niet bij één drankje…

Bon jour!

Bas van Toor