Categorieën

Service

Stadsarchivaris vindt uniek ooggetuigenverslag

Stadsarchivaris vindt uniek ooggetuigenverslag
Nieuws

Stadsarchivaris vindt uniek ooggetuigenverslag

  • Erik Meijer
  • 14-06-2013
  • Nieuws
Stadsarchivaris vindt uniek ooggetuigenverslag
HJ.LuthVLAARDINGEN - In het Stadsarchief is een 200 jaar oude brief ontdekt waarin verslag wordt gedaan van de helse bestorming van Arnhem, die op 30 november 1813 bijna 2.000 Franse en Pruisische soldaten het leven kostte. De brief is van de 23-jarige Johannes Backer, die aan zijn ouders in Dordrecht schrijft hoe de gevechten zijn verlopen en hoe het hem en zijn jonge echtgenote Louise van Ommeren is vergaan. De brief is gevonden in het archief van Vlaardingen door stadsarchivaris Harm Jan Luth, tijdens het inventariseren van het uitgebreide archief van de familie Backer. In dit archief zijn honderden stukken uit de afgelopen vierhonderd jaar opgenomen. Dit archief is zo’n 35 jaar geleden in Vlaardingen terechtgekomen omdat de jongste vier generaties van de familie Backer in Schiedam en Vlaardingen (apotheek Backer) woonden en wonen. De bestorming van Arnhem vond plaats in de vroege middag van 30 november 1813. Een week eerder hadden Pruisische troepen de stad, die toen de hoofdstad was van het Franse departement van de Boven-IJssel, omsingeld. Uit vrees voor een overmacht aan Franse troepen werd in eerste instantie afgezien van een aanval. Nadat generaal Von Bülow, de aanvoerder van de Pruisische invasietroepen, was gearriveerd, werd besloten om de stad toch in te nemen, om op die manier de schipbrug over de Rijn in handen te krijgen en een snelle verovering van geheel Noord-Nederland te realiseren. De gevechten concentreerden zich in eerste instantie buiten de Rijnpoort, waar de Fransen een versterkt kampement hadden opgeslagen. Toen het Pruisische soldaten, geholpen door Russische kozakken, lukte om de andere poorten van de stad open te breken, was er geen houden meer aan. In de straten van Arnhem werden man-tegen-man gevechten gehouden waarbij tientallen soldaten het leven lieten. De Franse soldaten renden voor hun leven, en vluchtten in paniek door de Rijnpoort naar buiten, waar ze hun om iedere meter grond vechtende kameraden van achteren overliepen. In de paniek die daarop uitbrak, vonden nog eens honderden Fransen de dood. De overigen probeerden via de schipbrug richting Nijmegen te ontkomen, maar werden tot ver in de Betuwe achterna gezeten door de Pruisische cavalerie. Uiteindelijk kwamen die dag 700 Pruisische en meer dan 1.000 Franse soldaten om het leven. Er zijn een paar andere ooggetuigenverslagen van de bestorming van Arnhem bewaard gebleven, maar die zijn van later datum. De nu gevonden brief is verstuurd op 3 december 1813 en dus geschreven op een moment dat de straten van Arnhem nog bezaaid lagen met lijken. Johannes Backer, de schrijver van de brief, wordt op 14 maart 1790 in Dordrecht geboren. Zijn vader, die in die stad (riet)suikerraffinadeur is, stuurt zijn zoon in 1811 naar Silezië om te leren hoe je suiker kunt winnen uit beetwortelen. Later dat jaar wordt Johannes directeur van de eerste bietsuikerfabriek in Nederland, de Inlandsche Suiker- en Sijroopfabriek in Oosterbeek. Op 15 juni 1813 trouwt hij met Louise van Ommeren, dochter van een welgestelde Arnhemse advocaat. De belegering en bestorming van Arnhem maken ze ter plekke mee. Uiteindelijk wordt Johannes Backer burgemeester van de gemeente Renkum. De brief van Johannes Backer wordt integraal opgenomen in het boek Arnhem 1813. Bezetting en bestorming, dat onder redactie van Onno Boonstra, Paul van Lunteren en Jan de Vries in oktober bij uitgeverij Verloren uitkomt.