
VLAARDINGEN - Het middeleeuwse centrum van Vlaardingen krijgt de status van rijksbeschermd stadsgezicht. Door de aanleg van de Nieuwe Waterweg ontwikkelde Vlaardingen zich eind negentiende eeuw razendsnel van een dijk- en vissersdorp tot een industrie- en transitohaven. Omdat de diverse stadia van die groei nog zo goed herkenbaar zijn in de plattegrond en bebouwing, verdient Vlaardingen volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bescherming.
Transformatie
Vlaardingen ontstond rond 700 na Christus langs een voormalige kreek, de Vlaarding. De eerste ophogingen kwamen in de loop van de elfde eeuw tot stand, de eerste dijken in de twaalfde eeuw. De ‘oervorm’ van Vlaardingen met de oude Maasdijk, de kerkring en de Oude Haven (de vroegere Vlaarding), bleef tot ver in de negentiende eeuw in stand. Na de opening van de Nieuwe Waterweg in 1872 maakte het gebied ten oosten van de Oude Haven een snelle ontwikkeling door, met de nieuwe Koningin Wilhelminahaven, veel haven- en industriële bedrijvigheid en een binnendijkse stadsuitleg, de Oostwijk, waarvan veel herkenbaar is gebleven.
Afbakening
Het beschermde stadsgezicht omvat drie gebieden: de middeleeuwse dijk- en havennederzetting langs de westzijde van de Oude Haven en de kerkring (Markt) met zijn radiaal aftakkende middeleeuwse steegjes. Daarnaast – oostelijk van de Oude Haven – het haven- en industriegebied uit het laatste kwart van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw. Aan de vele historische panden (pakhuizen, fabrieken en rederijkantoren) is de ontwikkeling van de visserij, industrie en havenactiviteiten nog goed af te lezen. Hieraan grenst de Oostwijk met stedelijke villa’s, middenstandsbebouwing en – niet planmatig gebouwde – arbeiderswoningen van omstreeks 1900. Ook het negentiende-eeuwse park ’t Hof en de vroeg-twintigste-eeuwse uitbreiding Oranjepark maken deel uit van het stadsgezicht.
Bescherming
De aanwijzing als rijksbeschermd stadsgezicht is vooral bedoeld om de historische en stedenbouwkundige karakteristieken te behouden. Het is zeker niet de bedoeling daarmee alle noodzakelijke veranderingen te blokkeren. Als ze goed ingepast zijn in de historische omgeving, kunnen ze zelfs bijdragen aan het duurzaam behoud ervan.