Column: Pistolen Bassie

13-02-2016 Nieuws Bas van Toor

We kennen natuurlijk allemaal het beroemde verhaal van schilder, muzikant, zielenpoot, maar vooral sympathieke mafkees Herman Brood, dat hij uit een rijdende trein met een pistool stond te schieten op personen die voor de spoorweg overgang stonden. Natuurlijk kreeg Herman bij het volgende station van de politie het ‘vriendelijke’ verzoek om met die onzin op te houden. En toen bleek dat het pistool een alarmpistool was met losse flodders, liep het gelukkig voor hem ook nog met een sisser af. Op de vraag hoe hij aan dat pistool kwam zweeg Herman en nooit kwam iemand te weten waar het vandaan kwam. Maar nu na zoveel jaar moet ik u bekennen: dat pistool kwam via een omweg van mij.

Ik ben namelijk 35 jaar bevriend geweest met mensen- en dierenvriend, wapen- en kunsthandelaar en ‘expert’ Paul Wilking. Oftewel Pistolen Paultje. Elke donderdagavond was ik jarenlang te vinden in De van Breestraat in Amsterdam-Oost. Maar ik niet alleen. Op die avonden kwamen Rudi Carrel, politieman Gerard Toorenaar, top-crimineel Mink K., Haring Arie, veel bijgoochemerds en andere figuren die in die tijd de show- en voorpagina van de Telegraaf dagelijks sierden bij Paul op bezoek. Gehuild van het lachen hebben we altijd bij die bijeenkomsten. Want iedereen wist altijd wel een mooi verhaal uit zijn werksfeer te vertellen. Paul was enorm gastvrij en de champagne en andere dranken plus hapjes waren voortreffelijk. Maar zelf dronk hij zelden of nooit alcohol. Paul dronk meestal water en vertelde dan doodleuk: ‘Dit flesje water kost 10 gulden per halve liter. Dat komt omdat dit water is van gesmolten sneeuw van het Himalaya gebergte uit Nepal.’ Terwijl ik die middag nog gezien had dat hij ze vulde met Amsterdams leidingwater.

Natuurlijk zaten tussen al die bekende namen altijd wel een paar mensen uit de provincie, die bij de grote ‘gerenommeerde’ kunst- en wapenhandelaar  Paul Wilking schilderijen van ‘oude’ meesters kwamen kopen. Paul had voor zijn namaakschilderijen altijd een paar geniale door de drank en drugs aan lager wal geraakte kunstschilders op zijn loonlijstje staan. Die maakten de oude meesters prachtig na voor een appel en een ei. En Paul verkocht ze dan weer voor heel veel dollars of guldens aan Amerikanen, boeren, burgers en buitenlui. Paul had het nooit over valse of imitatieschilderijen. Maar zijn oude meesters waren postuum geschilderd. Kijk, dat is wat anders dan nagemaakt. Zelfs de echtheidsbewijzen waren heel mooi nagemaakt en niet van echt te onderscheiden.

Ik was eens in een wapenhandel in Las Vegas en had daar zelfs een granaatwerper of wat dan ook kunnen kopen op vertoon van mijn nagemaakte ‘diplomatieke pas’ van een of ander duister Afrikaans land. Met mijn internationale perskaart ben ik in Tampa eens een keer een museum voor niks in geweest. Bij wijze van grap. Maar toch klopte mijn hart voor die vijf dollar in mijn keel.

Mijn vrouw had vijfendertig jaar geleden in de etalage op de Waalstraat een schilderij van twee zwanen met twee kuikentjes in een sloot gezien. Zij was daar helemaal weg van. Ik ook toen ik de andere dag naar de prijs vroeg. Zesduizend en vijfhonderd gulden zei de man met zijn uitgestreken gezicht achter de toonbank. Op aanraden van Paul maakte ik toen ’s nachts stiekem door de etalageruit met mijn Polaroid camera diverse foto’s en ik stuurde deze naar Paul. En wie schetste mijn verbazing, toen vijf dagen later de telefoon ging met: ‘Bassie kom je je zwanenschilderij ophalen?’

Toen ik bij hem thuis kwam was ik stomverbaasd hoe goed het grote schilderij nagemaakt was. En dat nota bene van een paar polaroidfotootjes. Toen ik vroeg wat het moest kosten zei hij: ‘Omdat het voor Coby is geef je mij maar twee Meier (200) gulden. Een meier voor de lijst, vijftig voor de taxi en vijftig voor die kunstjunk. En de groeten aan Coby. Dat prachtige schilderij hangt bij mij nu al zo’n 35 jaar aan de muur en het verveelt nooit.

Maar nou het Brood pistool. We staan met de Lachspektakelshow twee dagen in een sporthal in Utrecht en laten het decor en de rekwisieten uiteraard gewoon staan. Maar de rekwisieten hadden wij beter op moeten bergen. Want wij hadden een act waarbij Adriaan zogenaamd een luchtballon kapot schoot, die Bassie boven zijn hoofd hield en waar nadat hij kapot geschoten was, tot grote pret van de jeugd, allemaal water uit kwam op het hoofd van die domme Bassie.

Nou waren wij een keer in Amerika tegen een prachtig cowboypistool aangelopen en laat nou uitgerekend dat pistool in Utrecht gejat worden. Dus de andere dag gauw iemand naar een Intertoys winkel gestuurd en een speelpistool laten halen. Dus de voorstelling was minimaal gered. Ik vertel dat een week later tegen Paul en die gaf mij een adres in Düsseldorf van een winkel in jachtgeweren etc. en daar zou ik ook zo’n cowboypistool kunnen kopen. Maar ik moest wel zijn naam noemen. En desnoods mochten ze hem bellen.

’Oh ja,’ zei hij ‘en breng als je gaat voor mij ook drie vergunningvrije start/alarmpistolen mee. Want die voetzoeker van een Herman Brood loopt mijn de oren van mijn kop te zeuren om een pistool. Maar ik weet zeker dat als ik die halve zool een echt pistool verkoop, ga ik de andere dag al voor schut. Dus verkoop ik hem om van het gezeur af te zijn wel een alarmpistool.’

Een paar dagen later had ik mijn prachtige cowboycolt, die ik door een bevriende bankwerker onklaar heb laten maken om geen moeilijk heden met de politie te krijgen. En ik leverde de drie alarmpistolen bij Paul af. En een paar dagen later had ook Herman Brood zijn ‘vuurwapen’. Hij haalde het om zeven uur op in de van Breestaat en zat al om half tien diezelfde avond nog in de shit doordat die gek uit de rijdende trein op mensen stond te ‘schieten’ die voor de overweg stonden te wachten. Het bleek dat Paul hem goed ingeschat had. Want wat zou er gebeurd zijn als Paul hem een echt pistool had verkocht?

Zelf heb ik ook zo’n alarmpistool gehouden. Maar niet lang. Want hoewel het totaal ongevaarlijk was, is het een half jaar later uit mijn handschoenenkastje van mijn auto gejat door enkele circusmedewerkers die in Eindhoven een aantal homo’s er de doodschrik mee aanjoegen. Wij stonden namelijk met ons circus vlak naast een homo ontmoetingsplaats. En die personeelsleden vonden het nodig om zich bezig te houden met het z.g. potenrammen.

Maar dat had voor die etters nog een naar staartje. Want de politie kwam uiteraard bij mij aan de deur. En toen die zei: ‘Er liep ook nog een klein kereltje bij.’ Nou, toen was de zaak opgelost en mochten ze op mijn aanwijzing voor de rechter gaan vertellen wat hun bezielde om zich zo laf te gedragen. De heren kregen straffen die ze zich ook nu nog wel zullen herinneren. Van dat laffe kleine kereltje die ook stoer mee liep te doen zouden we jaren later nog een paar keer in de tv- en circuswereld horen. Maar dat is weer een ander verhaal. 

Bas van Toor
www.clownbassie.nl

Gerelateerd
Reacties